‘Ik kan niet te lang hetzelfde doen’

Freek ten Broeke (58) is medeoprichter van het reisplatform Better Places. Daarnaast bakt hij wortelnotentaarten voor de verkoop. „Binnenkort ga ik wat nieuws doen, ik weet alleen nog niet wat.”

in

‘Mijn vader was een idealist. Hij was bakker in de Achterhoek en altijd bezig met zijn medemens. Dat heb ik van hem meegekregen. Ik heb toerisme gestudeerd, maar zag dat daar veel negatieve kanten aan zitten. Het is belastend voor het milieu en voor de mensen ter plaatse pakt het ook niet altijd goed uit. Dat wilde ik dus anders doen. Maar om wél genoeg ervaring te hebben in het vak, ben ik na een baan bij Artsen Zonder Grenzen eerst bij een commercieel reisbureau gaan werken.

„Vervolgens ben ik een reisbureau begonnen waarbij de reizen werden georganiseerd door lokale ontwikkelingsorganisaties. Nu werk ik bij Better Places, een reisbureau waarvan ik medeoprichter ben. Daarmee organiseren we duurzame reizen; we brengen reizigers direct in contact met lokale reisspecialisten. Daarnaast help ik momenteel iemand met de verkoop van zijn reisbureau, en bak ik wortelnotentaarten voor een restaurant in de buurt – naar een recept van mijn vader.

„Binnenkort ga ik stoppen bij Better Places. Het loopt goed en ik wil wel weer eens iets anders. Dat heb ik altijd gehad – ik kan niet te lang hetzelfde doen. Dat brengt wel onzekerheid met zich mee wat inkomsten betreft, want ik weet nog niet wat ik hierna ga doen, maar ik ben liever een gezellige vader dan iemand die ongelukkig wordt van het werk dat hij doet.”

uit

‘Een bijzondere vaste last is momenteel de 200 euro die we per maand sparen om met het hele gezin een mooie reis te maken. In 2006 zijn mijn vrouw en ik met onze drie kinderen (toen 4, 7 en 10 jaar oud) zeven maanden op wereldreis geweest, en dat heeft onze onderlinge band heel sterk gevormd. Nu iedereen ouder is en de oudste twee het huis uit zijn, willen we weer een keer zo’n reis maken. De kinderen leggen zelf 20 euro per maand in, dan gaat het iets meer leven. Waar we naar toe gaan, weten we nog niet. Misschien Zuid-Afrika, of zuidelijk Amerika. Maar we denken ook vaak: Waarom zover vliegen? We kunnen ook naar een mooi Europees land. We zien het nog wel.

„Ik geef al mijn hele leven 3 tot 5 procent van mijn inkomen aan goede doelen, dat vind ik een soort burgerplicht. Mijn vader deed dat ook, hij zei altijd: ‘Als je rijk bent, moet je die rijkdom ook delen.’ Verder vinden we het heel leuk om lekker uit eten te gaan, we gaan zeker eens in de anderhalve week. Naar een restaurant in de buurt, of naar de pastazaak waar mijn zoon werkt.

„En we betalen het collegegeld voor de oudste twee kinderen en de zorgverzekering voor alle drie. De jongste woont nog thuis, hij heeft een tussenjaar. Hij moet daarom z’n eigen broek ophouden, vinden wij. Dat kan ook prima: hij werkt, hockeyt op hoog niveau en is net terug uit Vietnam. Na de zomer gaat ook hij studeren.”