‘Anorexiacoach’ is vaak uit op bloot en seks

Misbruik Onderzoekers hebben de wereld van ‘anorexiacoaches’ in kaart gebracht. Ze zijn uit op naaktfoto's, seks of zelfverminking.

Foto Werry Crone

Een ‘anorexiacoach’ verleent zijn diensten vaak onder een belangrijke voorwaarde: het meisje mag niemand vertellen dat hij haar helpt met afvallen. „Hij had het beste met me voor”, zegt een meisje met anorexia. „Anderen wilden alleen maar dat ik dik werd, volgens hem.”

Jongeren met eetstoornissen worden online benaderd door ‘coaches’ die uit zijn op blootfoto’s of seks. Anorexiacoaches – meestal zijn het mannen – zeggen dat ze meisjes willen helpen zo mager mogelijk te worden, maar vragen hen foto’s te sturen in hun ondergoed, en soms naakt. Ze vertellen dat ze het beeld nodig hebben om de meisjes zo goed mogelijk bij te staan. Bij het eerste contact met de ‘coaches’ zijn de slachtoffers gemiddeld vijftien jaar oud.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘De wereld van pro-ana coaches’ van GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula, het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel en de site Proud2Bme – een ‘e-community’ voor mensen met een eetstoornis. De eerste resultaten van het onderzoek lekten vorig jaar mei al uit. Van de 77 vrouwen en twee mannen die aan het onderzoek meewerkten zegt 40 procent daadwerkelijk blootfoto’s met een ‘anorexiacoach’ te hebben gedeeld.

Lees een eerder interview met hoogleraar Eric van Furth, verbonden aan het onderzoek

Een meerderheid van de nepcoaches stelde vervolgens voor fysiek af te spreken. Ze zeggen dat ze het meisje beter kunnen helpen’ als ze haar in het echt zien, willen ‘samen sporten’, beloven ‘een fotoshoot’ of ‘afvalpillen’. Tien respondenten vertelden de onderzoekers dat ze op het verzoek ingingen. Zeven meisjes zeggen tijdens de afspraak seksueel te zijn misbruikt. Zij deden geen aangifte.

Het onderzoek laat zien hoe de mannen te werk gaan. Ze zeggen dat de meisjes blootfoto’s moeten sturen omdat ze anders geen hulp meer krijgen en dan altijd dik zullen blijven. Soms dreigen nepcoaches beelden met anderen te delen. Een meisje in het onderzoek: „Ik had een helder moment (de gezonde ik) en wilde het contact met hem verbreken. (…) Hij werd ontzettend kwaad. Hij zei: ‘Je komt niet van me af, ik zit toch al in je hoofd’.

Nepprofielen

Hoogleraar eetstoornissen Eric van Furth, directeur bij GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula en betrokken bij het onderzoek, zegt dat het de eerste keer is dat deze wereld door onderzoek in beeld wordt gebracht. Het onderzoek was drieledig; op de site Proud2Bme vroegen onderzoekers jongeren die dachten contact met dubieuze coaches te hebben gehad een enquête in te vullen. Onderzoekers maakten drie nepprofielen van minderjarige meisjes om in contact te komen met coaches. In zes weken spraken ze 31 coaches. Ook analyseerden de onderzoekers berichten op tien openbare anorexiawebsites.

Naar schatting lijden zevenduizend mensen in Nederland aan anorexia, meer dan negentig procent is vrouw. Hoeveel meisjes in Nederland contact hebben met een anorexiacoach is onbekend.

„Heel generaliserend gezegd”, zegt Van Furth, voelt een meisje met anorexia nervosa zich dik, en wil ze dunner worden. „Het uitzonderlijke is dat het gevoel gepaard gaat met ziekte-ontkenning. Ik zie meisjes van 13 jaar die zeggen dat ze nergens last van hebben. ‘Echt niet?’ vraag ik dan. Na even nadenken zeggen ze: ja, ik heb last van mijn ouders. Ze willen met rust gelaten worden, zodat ze kunnen afvallen. Vanuit het ziektebeeld is het begrijpelijk dat zij op zoek gaan naar iemand die ze daarmee kan helpen.”

Anorexiacoaches vinden hun slachtoffers op de fora en chats van pro-ana-sites. Zulke sites zijn al lang berucht, ze stimuleren gevaarlijk eetgedrag. Meisjes en soms jongens met eetstoornissen bespreken er hoe ze zich moeten verhongeren.

Anorexiacoaches werpen zich op als expert. Soms delen ze foto’s van meisjes die ze al ‘geholpen’ hebben. Ze vragen de meisjes om te praten op Kik – een chatapp die populair is bij kinderen en jongeren. Daar kunnen ze anoniem met elkaar communiceren. Van Furth zegt dat deze grooming-fase kort duurt, soms maar een paar uur. „Na het versturen van een foto ben je kwetsbaar voor chantage.”

Van hun anorexiacoach krijgen de meisjes ook regels opgelegd. Over wat ze mogen eten op een dag, hoeveel oefeningen ze moeten doen. Soms moeten ze foto’s blijven sturen, zodat de coach hun voortgang kon controleren. Een deel van de respondenten (bijna dertig procent) gaf aan dat ze straffen kregen als ze de regels verbraken. Vier van hen zeiden dat ze zichzelf op beeld moesten beschadigen. Uit het onderzoek: „De gesprekken waren erg lastig, maar ook fijn. Het was wel moeilijk wanneer ik mezelf als straf moest snijden op film. […] Ik heb deze straffen altijd uitgevoerd, omdat ik in mijn hoofd maar bleef doorgaan dat ik het verdiende.”

De onderzoekers schrijven dat er een verband kan zijn tussen traumatische gebeurtenissen en het ontwikkelen van eetstoornissen. Meisjes met anorexia hebben relatief vaak vervelende seksuele ervaringen meegemaakt. Ze hebben last van schuldgevoelens, controleverlies en walgen van hun eigen lichaam.

Op pro-ana-sites wordt nauwelijks over nepcoaches gesproken. Uit het onderzoek: „Als dit echt iemand is die me kan helpen, dan wil ik niet dat anderen over hem te weten komen. Er heerst wel een soort van competitie, ook al doe je alsof je elkaars beste vriendin bent.”

Een meisje zei in het onderzoek dat haar ouders niet mochten weten dat ze op pro-ana-sites zat, anders zou ze weer opgenomen moeten worden in de kliniek. Schaamte belemmert meisjes om aangifte te doen.

Lees ook: Hoe help je een tienermeisje dat niet meer wil leven?

Onder meer in Engeland werden pornonetwerken ontdekt waar naaktbeelden van meisjes met anorexia worden uitgewisseld. Of er Nederlandse meisjes op voorkomen, is niet bekend.

Vragen naar het online-leven

Directe aanleiding voor het onderzoek was een rechtszaak in 2013. De destijds 45-jarige Bob J. uit Apeldoorn werd toen veroordeeld tot vier jaar cel en tbs nadat hij zes meisjes met anorexia online had benaderd, naar zijn huis lokte, en verkrachtte. Hem werd ook ten laste gelegd dat hij zijn slachtoffers benadeelde door hen voeding te onthouden en afvaltips en afvalpillen te geven.

In 2016 trok de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen aan de bel over de kwetsbaarheid van meisjes die lijden aan anorexia.

Hulpverleners moeten, zegt Van Futh, veel gerichter vragen naar het online-leven van jongeren. Welke apps gebruiken ze? Zitten ze op sociale media? Wie volgen ze? Van Furth: „Zonder ze daarbij op ideeën te brengen, dat is belangrijk.”

Maar volwassen hulpverleners, zegt hij, lopen als het op online aankomt „permanent achter op jongeren”. Hij benadrukt het belang van vervolging. „Het ministerie van Justitie en Veiligheid zou veel meer prioriteit aan het beschermen van deze kwetsbare jongeren moeten geven.”