Gökmen T. provoceert tot het ook de rechtbank te veel wordt

Spugen, middelvingers en kusgebaren, tramschutter Gökmen T. liet in de rechtbank in Utrecht geen middel onbenut om zijn afkeer van de rechters, slachtoffers en zijn eigen advocaat te tonen.

Beeld van de tram in Utrecht waar Gökmen T. passagiers beschoot. Verschillende mensen hadden het idee dat hij slachtoffers ‘uitzocht.’
Beeld van de tram in Utrecht waar Gökmen T. passagiers beschoot. Verschillende mensen hadden het idee dat hij slachtoffers ‘uitzocht.’ Foto Rob van Dullemen

De totale minachting die Gökmen T. op 18 maart 2019 toonde voor het leven van zijn slachtoffers tijdens het schieten in de Utrechtse tram, zet hij voort tijdens de eerste inhoudelijke rechtszitting. Hij spuugt een grote klodder naar zijn advocaat André Seebregts, als die de voorzitter van de rechtbank vraagt langzaam te praten zodat zijn cliënt het rapport over zijn geestesgesteldheid, opgesteld door het Pieter Baan Centrum, beter kan begrijpen.

Dat zijn advocaat dat verzoekt, is niet vreemd. T. heeft volgens de onderzoekers niet alleen een antisociale persoonlijkheidsstoornis, hij is daarnaast zwakbegaafd. De voorzitter van de rechtbank, die gedurende de hele zitting met de grootst mogelijke tegenzin kusgebaren en opgestoken middelvingers accepteert, vindt het spugen te ver gaan en laat T. verwijderen. De man vertrekt schreeuwend.

Meteen aan het begin van de zitting had T. de toon al gezet door luid te gapen. „Is dat van de spanning?”, vraagt de voorzitter. Hij zegt te hopen dat de nabestaanden en getroffenen een begin van een antwoord zullen krijgen. „Iets in me zegt me dat we van meneer T. niet te veel te verwachten hebben, maar ik hoop dat ik het mis heb.”

Twee minuten en negen seconden

De zitting begint met een aangrijpende video-reconstructie van de gebeurtenissen op 18 maart. Gökmen T., die achterin de tram instapt om 10.41 uur, rustig door de tram loopt, de trekker van zijn pistool met zilverkleurige geluiddemper overhaalt en zijn eerste slachtoffer, een meisje, van dichtbij neerschiet.

Twee minuten en negen seconden was T. in de tram. In die ruim twee minuten verandert hij het leven van talloze mensen. Niet alleen schiet hij drie inzittenden dood - een vierde persoon overleed anderhalve week later – hij verwondt zeven mensen ernstig. Nog veel meer mensen ondervinden nog altijd psychische problemen door het schieten in de tram en daarbuiten.

Die keiharde waarheid is goed te zien op de reconstructie. Al zijn het animatiefiguren, de beelden slaan de aanwezigen in de propvolle zaal in het gezicht. We zien de schutter lopen met een pistool in de hand, passagiers langzaam opkijken, en dan verward opspringen, wegduiken en dekking zoeken. Er ontstaat totale paniek.

De voorzitter van de rechtbank leest de vele zeer aangrijpende getuigenissen voor, die juist door de eindeloze opsomming grote impact hebben. Passagiers die vertellen dat ze eerst denken aan een lugubere grap. Passagier Lisa – getuigen en slachtoffers worden vanwege de privacy met hun voornaam aangeduid – begrijpt nog steeds niet waarom zij het heeft overleefd. Ze zag dat T. naar haar keek, maar niet schoot. Misschien omdat twee jongens met een buitenlands uiterlijk naast haar stonden? Ze weet het niet. Ook andere aanwezigen hebben het idee dat hij slachtoffers „uitzoekt”.

De rechtbankvoorzitter vertelt ook over passagiers die het niet overleefden. Roos (19) bijvoorbeeld, die aan het bellen is met haar baas op het moment dat T. de tram inkomt. Haar baas hoort op een gegeven moment gegil en Roos die zegt: „Ik word gestoken.” Ze kijkt – blijkt uit camerabeelden - naar een vlek onder haar oksel die steeds groter wordt. Dan valt ze van het trambankje. Naast Roos schoot hij Daniël en Rinke dood in de tram. Willem werd buiten de tram in zijn auto beschoten door T. en overleed later.

Lees over Gökmen T. ook: een tijdje moslim, een tijdje junk

Voortdurende glimlach

Gökmen T., licht kalend, rossige baard, zwarte trainingsbroek en een voortdurende glimlach op het gezicht, zit recht tegenover de rechtbank, omringd door politieagenten. Achterin de zaal zitten tientallen nabestaanden en andere betrokkenen, vaak hand in hand.

Als aan het begin van de middag getuigenissen worden voorgelezen van familieleden en anderen die Gökmen T. kenden, komt het beeld naar voren van een man al jarenlang totaal de weg kwijt was. T. wisselde extreem religieuze periodes als godvrezende moslim af met maanden waarin hij zijn geld vergokte en alcohol en drugs gebruikte. Een stabiel leven opbouwen is hem nooit gelukt.

T. kwam op zijn twaalfde naar Nederland, zijn ouders scheidden, zijn vader vertrok weer naar Turkije. Zijn moeder lijkt tamelijk hulpeloos. Ze is geboren in Turkije en nog steeds analfabeet. Op de ochtend van het drama ontbijt ze met haar zoon, ze merkt niets geks aan hem. Ze wist niet van zijn psychische problemen. Ze wist wel dat hij een dokter bezocht, maar niet wat voor dokter.

Lees ook dit opiniestuk: Gökmen T. staat niet alleen in het gebruik van de rechtbank als theater (Beatrice de Graaf c.s.)

‘Weer een middelvinger’

Net na het middaguur richt de voorzitter van de rechtbank zich opnieuw tot T. De rechter lijkt vastbesloten om hem antwoorden te ontlokken. „Hoe kwam u uit aan het pistool? Wat is uw motief?” De rechter krijgt een opgestoken middelvinger. Begrijpt u, vraagt de rechter, „dat in de zittingszaal en daarbuiten veel mensen zitten met een enorm verdriet?” En dan: „Oh, weer een middelvinger, dan laten we het erbij.”

Na het spuugincident komen de nabestaanden aan het woord. De moeder van Daniël, zijn zusjes en de zoon en kleinzoon van Willem. Terwijl T. verveeld zucht en zijn ogen wegdraait, vertellen zij hoe de grond onder hun voeten werd weggeslagen toen ze hoorden dat hun geliefde was overleden. Een van de zusjes van Daniël: „Wij hebben levenslang gekregen. En waarvoor? Dacht je nou echt dat je de problemen in de wereld hierdoor kunt oplossen?”