Recensie

Recensie Theater

Glitterkanonnen, toneelregen en karikaturen omringen feestbeest ‘The Great Gatsby’

Theater ‘The Great Gatsby’ van Toneelgroep Maastricht is op zijn beste momenten vermakelijk, maar door ongeïnspireerde spelinterpretaties en een gebrek aan coherentie vaak ook tamelijk nietszeggend.

Scène uit ‘The Great Gatsby’ met v.l.n.r. Rogier Philipoom, Liza Macedo Dos Santos en Elisabeth De Loore.
Scène uit ‘The Great Gatsby’ met v.l.n.r. Rogier Philipoom, Liza Macedo Dos Santos en Elisabeth De Loore. Ben van Duin

Hoofdpersonage Nick Carraway (Daan van Dijsseldonk) opent de voorstelling vanuit het publiek. Een treffende vondst, want Nick is uiteindelijk immers niet veel meer dan een observant, een toeschouwer van alle levens om hem heen, met name dat van zijn steenrijke buurman Jay Gatsby.

F. Scott Fitzgerald toonde met The Great Gatsby (1925) het Amerika in de roaring twenties, waar achter exorbitante luxe-uitspattingen en de constante suggestie van maakbaarheid een verstikkende leegheid schuilgaat.

Maar hoe maak je theater over oppervlakkigheid, zonder oppervlakkig theater te maken? Want als je met The Great Gatsby te veel in letterlijkheid schiet, blijft er al snel een vrij nietszeggend plotje met kleurloze personages over.

Karikaturale personages

De per saldo vrij statische bewerking van Simon Levy vraagt bij uitstek om een sterke acteursregie, en dat is niet de grootste kwaliteit van regisseur Servé Hermans. Dat wreekt zich allereerst bij Gatsby, die in de aardse adaptatie van Jeroen van Koningsbrugge niet meer dan een sullige romanticus met ongeloofwaardig weinig realiteitsbesef is. Van Koningsbrugge focust vrijwel uitsluitend op zijn menselijkheid, terwijl dat pas interessant wordt in combinatie met het mysterie waarin hij zichzelf omgeeft.

Pijnlijker nog zijn de karikaturale personages om Gatsby heen. Zijn grote liefde Daisy krijg in het vlakke, hysterische spel van Jeske Van de Staak geen enkel reliëf en ook haar man Tom (Rogier Philipoom) ontstijgt nergens de standaard botte hork. Eigenlijk weet alleen Anne-Chris Schulting met spannend fysiek spel enige ambiguïteit aan haar personage Jordan mee te geven. De schuchtere verliefdheid tussen haar en Nick vormt het kloppend hart van de voorstelling.

Zoals vaker verkiest Hermans zijn voorliefde voor grote, theatrale effecten boven het ontleden van zijn personages. Dat resulteert in onnodig theatergeweld met dikke pluimen rook, kletterende toneelregen, glitterkanonnen, geluidseffecten, projecties, livemuziek en als klap op de vuurpijl een ronduit onsmakelijke goocheltruc.

Ongeïnspireerd

Hermans is een regisseur met veel ideeën, die lang niet altijd in dienst van elkaar staan. Sommige vondsten pakken mooi uit. Voor Gatsby’s drukbezochte feesten koos hij voor soberheid, waardoor de personages op die momenten op een vrijwel leeg toneel ronddolen. In de meer intieme settingen voert Hermans juist veel personages op. Zo maakt hij de veronderstelde veiligheid van opgaan in de massa, tegenover het gevaar van intimiteit en daadwerkelijke belangstelling, op effectieve wijze theatraal.

Maar uiteindelijk zitten ongeïnspireerde spelinterpretaties en een gebrek aan coherentie in het regieconcept de meerlagigheid van het bronmateriaal te vaak in de weg. Daardoor is The Great Gatsby op zijn beste momenten vermakelijk, maar vooral tamelijk nietszeggend.