Vincent Bijlo doet verslag van een weekje ouderwets radio luisteren

Radio1 Is de radiozender, zo vraagt zich af, nog wel een volwaardig medium te midden van al die technische mogelijkheden? Nu de podcast doorbreekt en misschien zelfs de norm wordt voor gesproken audio, vreest hij dat hij straks nooit meer per ongeluk in een programma valt.
Illustratie Nanne Meulendijks

Bureau Buitenland, Bureau Sport, De Nieuws BV, Nieuws en Co, Nieuwsweekend, Spraakmakers, Opiniemakers, Argos, Reporter, Radio Doc, Met Het Oog op Morgen… Buiten is het 4 graden, maar op diverse plaatsen ligt een dun dekentje nachtelijke sneeuw, binnen klinkt NPO Radio 1.

„Het KNMI heeft Code Gil afgekondigd”, zegt de weervrouw. Code Geel bedoelt ze, hil vil mensen zeggen tegenwoordig ‘gil’ in plaats van ‘geel’ of ‘kilpijn’ in plaats van ‘keelpijn’, kan ik concluderen na een weekje luisteren naar Radio 1. Ik erger me daar overigens niet aan, er is al genoeg om je over op te winden. In mijn omgeving hoor ik veel gemopper over Radio 1. Dan zeggen ze dat het vroeger beter was. Toen werd de luisteraar nog serieus genomen, nu vieren niksigheid en lolbroekerij hoogtij.

Ik laat ze dan de radiogids van 2 december 1985 lezen. Hilversum 2 was net omgedoopt tot Radio 1. Maandag was NCRV- en Veronicadag. De horizontalisering, elke dag op een vast tijdstip hetzelfde programma, zou nog zeven jaar op zich laten wachten. De dag begon met actualiteitenrubriek Hier En Nu, onderbroken door het stichtelijke Het Levende Woord. Dan een luchtig ochtendmagazine, Vandaag Maandag, en daarna Wie Weet Waar Willem Wever Woont, met vragen van luisteraars – toen nog voor volwassenen. Vervolgens kwam er weer een magazine, daarna Denk Je Nog Aan Die Tijd, dan de berichten voor boer en tuinder, weer Hier en Nu met daarin de rubriek Kunst- en Vliegwerk, gevolgd door Veronica Nieuwsradio. Om 7 uur ‘s avonds was het gedaan met Radio 1, dan werd de zender gecombineerd met Radio 2.

Lees ook: Podcasts publieke omroep ook op Spotify

Het hoogtepunt van mijn Radio 1-week lag toen op vrijdag, met Het Gebouw van de VPRO, het Mekka van Hilversum. Vorm en inhoud vielen hier samen, je reisde met de microfoons mee van redactie naar redactie. De passie, dat woord werd toen nog niet te passie en te onpassie gebruikt, spatte van de radiomakers af. Daar werd journalistiek bedreven op een manier die uniek is in de radiogeschiedenis. Het Gebouw was zo goed en zo scherp omdat het maar een keer per week werd uitgezonden. Eigenlijk een weekblad op de radio, men was de hele week aan het werk voor de publicatie op vrijdag.

Particuliere ergernisjes

Toen in de jaren 90 de horizontale programmering werd ingevoerd leidde dat tot woede onder de luisteraars. De omroepen verloren hun vaste dagen, je wist niet meer wanneer je je radio moest uitzetten omdat er een onwelgevallige gezindte op uitzond. In 1995 werden de actualiteitenrubrieken van alle omroepen samengevoegd tot het Radio 1 Journaal. Voortaan werd er gewerkt met één redactie en vaste presentatoren. Een grote doorbraak en het begin, hoopten velen, van het einde van de verzuilde radio.

Want als je een stevige nationale nieuwszender wilt maken, die de hele dag door relevante radio brengt, dan gaat dat toch het beste met een centrale zenderredactie? Ik legde die vraag voor aan zendermanager Laurens Borst, die binnenkort, na 13 jaar gemanaged te hebben, met pensioen gaat. Borst: „Ik heb wel eens zo’n plan gemaakt. Van 6 uur ‘s ochtends tot 7 uur ‘s avonds onder één redactie. Makers vonden het geweldig, omroepdirecteuren verschrikkelijk. De toestand is overigens wel iets makkelijker geworden. De omroepen zijn onder druk van Den Haag gefuseerd, dus ik heb nu met minder partijen te maken. Ze willen zich natuurlijk wel profileren op de zender. In het begin wilde ik er één zender van maken, één geluid, maar daar kwam toch behoorlijk wat kritiek op, mensen vonden het klinken als eenheidsworst. Ik vind dat we er nu wel in geslaagd zijn om een samenhangende programmering neer te zetten.”

Radio 1 vertelt wat er gisteren op tv was, dat is handig, want ik kijk nooit

Vincent Bijlo

Dat kan Borst wel zeggen, maar dat maken wij natuurlijk wel uit, de luisteraars. Als ik mijn mopperende omgeving uitvraag over hun aversie, merk ik dat ze altijd maar even luisteren. Dan horen ze „Code Gil” of ze horen presentator Jurgen van den Berg het liedje Best Of Both Worlds van Robert Palmer aankondigen na een reportage over een schietpartij in Hanau, of ze zitten al boven in de gordijnen. Je moet, wil je een oordeel vellen, niet blijven hangen aan je particuliere ergernisjes, je moet een hele week luisteren. „Grote god, dat lijkt wel een taakstraf”, zei een oude radiovriend. Ik moet hem, na een week Spraakmakers, Druktemakers, Langs De Lijn, Kunststof, BVSC, EenVandaag en al die andere programma’s, ongelijk geven.

Lees ook: ‘Tekst, tekst, tekst!’, roept Ischa tegen zijn gast

Radio 1 is een zender, en audiomerk, zoals het tegenwoordig heet, die is meegegroeid met de tijd. Een station dat je vergezelt. Het informeert op een luchtige, losse manier. Het houdt op de hoogte, vertelt wat er in de krant staat en gisteren op tv was, dat is handig, want ik kijk nooit. Er is veel aandacht voor sport, doordeweeks overdag het domein van BNNVARA, de overenthousiaste Matthijs van Nieuwkerk-toon is bij die omroep de standaard. Er is elke dag een actueel verhoor van Sven Kockelmann. „Kamerlid Tjeerd de Groot van D66 is bij mij te gast. De boeren leggen Den Haag op het hakblok, het zal ze dun langs de benen lopen. Loopt het al bij u, meneer De Groot? En heeft u uw excuses al aangeboden?” Aan het eind van elk verhoor belt Kockelmann met volkszanger Dries Roelvink, waarom dat is me een raadsel. Roelvink: „Ja, ja, ja, die boeren, dat weten we nou wel, maar het is ook heel ingewikkeld. Als ik mijn ijskast opentrek zie ik de kaas, de rosbief en de gerookte ossenworst, dat komt toch allemaal van de boeren. Meneer De Groot, heeft u geen producten van de boeren?”

Er is Stand.nl met boze rokers die zich als paria’s behandeld voelen omdat ze straks geen sigaretten meer kunnen kopen bij de supermarkt en dan langer moeten rijden, terwijl rokers goedkoop zijn omdat ze eerder doodgaan! Uiteraard is er corona, steeds meer corona, het virus verspreidt zich over de zender en dringt door tot in alle programma’s. Er wordt, net als op tv, zelfs een hele special uitgezonden met „de feiten, de fabels en al uw vragen”. We horen alles over de toestand in Diemen. Men raadt dringend aan geen mondmaskers te gebruiken, het ondeskundig aanbrengen kan dood door verstikking tot gevolg hebben. Overal in het land worden schoolreisjes geannuleerd. In Zeist, meldt een verslaggever, is geen druppel handgel meer te krijgen. Alsof ik naar een oefenuitzending over een nationale ramp zit te luisteren. Gelukkig is er ook ander nieuws op de zender. En achtergrond. Soms schiet men door in oppervlakkigheid, zoals in het middagprogramma Stax&Toine.

Nooit meer per ongeluk

Radio 1 kent een strak format. Dat heeft het nadeel dat er overdag weinig ruimte is voor duiding, reflectie en historische context. Ik mis mensen als Bernard Hammelburg en Rob de Wijk, die de nodige lucht in de gejaagde ontwikkelingen kunnen brengen. Daarbij komt dat de zender te veel opgesloten zit in de studio. Men heeft de laatste jaren het mes gezet in het aantal verslaggevers. Avond, nacht en weekend zijn het domein van het langere gesprek en de verdieping, als er geen live sport is, zijn er programma’s als het nieuwe Hilversum Uit, waarin Petra Grijzen met de Radio 1-bus op een marktplein ergens in Nederland gaat staan. Er is het natuurprogramma Vroege Vogels, het geschiedenisprogramma OVT, debat op rechts bij WNL en er zijn radiodocumentaires.

Lees ook: Radio nog altijd populairste luisteractiviteit maar podcasts groeien

Hoe denkt zendermanager Laurens Borst over de toekomst? „Nu de podcast definitief is doorgebroken, Radio 1 voert 85 titels, moet je je afvragen wat je nog op de zender brengt en wat er on demand, op afroep, beschikbaar is. We hebben tegenwoordig een podcastcoördinator, Wim Eikelboom. We hechten veel belang aan deze nieuwe manier van audioverspreiding. Een podcast wordt met meer aandacht beluisterd, daardoor is de luisterkwaliteit hoger en hij is duurzamer, hij blijft online staan en kan na twee jaar nog interessant zijn. Zender en podcasts worden steeds meer gekoppelde merken. De tijden veranderen, de radio verandert mee. Dat vinden sommige mensen niet leuk, natuurlijk niet, dat weet je, als je zendermanager bent. Ik heb hier aan de muur een spreuk. Je kunt geen omeletje bakken zonder een eitje te breken. Je maakt altijd iets kapot als je iets verandert. Er gaat veel veranderen, maar daar ga ik binnenkort niet meer over. Dat is aan mijn opvolger. Of die er al is, die opvolger? Daar kan ik geen mededelingen over doen.”

Het dunne dekentje sneeuw is inmiddels gesmolten, Code Gil is opgeheven en als ik de radio zacht zet, hoor ik een heggenmus de lente aankondigen. Vogels, denk ik, zijn ook horizontaal geprogrammeerd. Ze doen elke dag hetzelfde, naarmate de dagen langer worden.

Is de radiozender, vraag ik me af terwijl ik naar buiten loop, nog een volwaardig medium te midden van al die technische mogelijkheden? Een medium is een afspiegeling van zijn tijd. Radio 1 wordt, net als andere zenders, steeds meer onderdeel van een online platform, waar je terecht kunt voor content, dat is goed Engels voor inhoud, die je straks geheel naar je eigen voorkeuren kunt instellen. Radio luister je dan niet meer via je radio, nee, je smartphone is het toestel geworden en jij bent geen luisteraar meer maar een gebruiker, dat is wel zo efficiënt, maar af en toe heel saai, omdat je nooit meer per ongeluk iets hoort. Ik was absoluut geen zuilist, maar heel soms heb ik een beetje heimwee naar Het Levende Woord.

Correctie (3 maart 2020): In een eerdere versie stond abusievelijk een dubbele ontkenning: ‘men raadt dringend af geen mondmaskers te gebruiken’. Dat is hierboven aangepast.