Brieven

Brieven

Foto ANP

In de jaren tachtig was ik een ondernemende vrijgezel van rond de dertig jaar, die met zijn auto half Europa doorkruiste. Ik woonde toen in Amsterdam, wat met grote letters in mijn paspoort stond. En Amsterdam had (ook) in die jaren een zwarte internationale reputatie als drugsstad.

Hoewel ik een alleszins blank-Nederlands uiterlijk had, was het bij het overschrijden van een Europese grens negen van de tien keer raak: ik moest uit mijn auto komen, vragen beantwoorden, en soms toekijken hoe mijn auto vluchtig werd doorzocht. Ik leerde snel dat je deze overlast beperkt door je rustig en waardig te gedragen en volledig aan zulke controles mee te werken. Mijn oponthoud hierdoor was nooit langer dan tien minuten.

Anders dan Mpanzu Bamenga en juristencollectief PILP-NJCM (Etnisch profileren aangeklaagd, 26/2) gunde en gun ik deze douaneambtenaren voor hun onmiskenbaar nuttige werk de nodige beoordelingsruimte. Voorts erkende en erken ik, dat zij een beroep uitoefenen waarvoor ze grondig zijn opgeleid en daarom in deze materie deskundiger zijn dan ik. En zodoende beter dan ik kunnen beoordelen welke prioriteiten er in hun werk gesteld moeten worden.

Overigens stem ik al vanaf de jaren tachtig op de PvdA.