Alleen de grote autodealers overleven

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze week: Stern Groep.

Het is eten of gegeten worden als autodealer. De kleintjes verdwijnen, terwijl de grote zomaar in buitenlandse handen kunnen belanden. In een wereld waarin online verkoop en private lease de traditionele showroom langzaam de nek omdraaien, lijken overnames de sleutel tot succes.

„Als autodealer moet je een sterke positie verwerven”, zegt analist Edwin de Jong van zakenbank NIBC. „Alleen door schaalvergroting kun je bij de onderhandelingen over inkoop met importeurs en fabrikanten een iets grotere broek aantrekken.”

Dat weten ze als geen ander bij autoconcern Stern, dat sinds de eeuwwisseling is genoteerd aan de Amsterdamse beurs en al zijn omzet in Nederland maakt. Het bedrijf ontstond in 1993, toen oud-roeier Henk van der Kwast (zilver op het WK van 1978) een noodlijdende Opel-dealer opkocht in Amsterdam. Hij is nog altijd de drijvende kracht achter Stern, dat hij uitbouwde tot een keten van 75 dealers van bekende merken als Mercedes, Ford en Volvo. Tot voor kort was Stern met een omzet van ruim 1,1 miljard euro en 2.100 medewerker de grootste autodealerketen van Nederland.

Maar jaren van zorgvuldige opbouw leken vorig jaar ineens tenietgedaan. Stern verkocht al z’n leaseactiviteiten aan leasemaatschappij ALD. Daar werd het aantrekkelijke bedrag van 85 miljoen euro voor ontvangen, maar het voedde ook speculatie: was Stern nu ook overnameprooi geworden?

Een maand later werd meer duidelijk. Op Stern wás al een bod gedaan, dat het bedrijf als vijandig had afgewezen. Naar verluidt kwam dat van concurrent Van Mossel, dat Stern in 2018 voorbijstreefde als grootste dealerholding. Van der Kwast en drie andere grootaandeelhouders, die samen een meerderheid in Stern hebben, blokkeerden het bod dat volgens ingewijden 118 miljoen waard was.

Eind 2019 verkocht Stern ook nog eens enkele Volkswagen-dealerbedrijven aan Broekhuis Holding.

Het grotere nieuws kwam afgelopen januari. Toen maakten Stern en de ruim tweemaal grotere Zweedse branchegenoot Hedin bekend over een fusie te praten.

NIBC-analist De Jong: „Het lijkt een soort reverse takeover, waarbij Hedin de beursnotering van Stern wil gebruiken om door uitgifte van veel nieuwe aandelen kapitaal op te halen.” Bijkomend voordeel: met ruim 3 miljard omzet kan het fusiebedrijf betere inkoopdeals sluiten en de verdampte winstmarges weer enigszins herstellen.

Is de 65-jarige Van der Kwast met de Hedin-fusie bezig aan zijn laatste kunstje? In 2017 verkocht hij al eens voor een kleine 4 miljoen euro aan aandelen, maar hij heeft nog altijd een belang van 12,3 procent in Stern.

Adjunct-hoofdredacteur Bart Kuijpers van vakblad Automotive ziet het vooral als „een fantastische kans om het bedrijf in een keer in een veilige haven te krijgen”. De consolidatie in de markt „gaat echt heel hard”, zegt hij. „Als grotere autodealer ben je beter opgewassen tegen de grote uitdagingen van de markt, zoals strengere milieu-eisen, de gewijzigde aanschafbelasting op nieuwe voertuigen en de opkomst van de elektrische auto.”

Dat laatste merkt ook Stern, dat zijn geld deels verdient met onderhoud. „Elektrische auto’s hebben nauwelijks onderhoud nodig. Dat gaan ze als eerste voelen bij dealerbedrijven”, zegt Clem Dickmann, directeur van marktanalist Aumacon. „Maar er is nog steeds een grote markt. Het aantal Nederlanders neemt toe, en daarmee ook het wagenpark. Auto’s blijven rijden en daar valt een goede boterham mee te verdienen.”

Of dat ook geldt voor Stern? Donderdag komen de cijfers over 2019.