Reportage

Feyenoord is opgeleefd, maar nog geen top

PSV-Feyenoord Feyenoord verspeelde in Eindhoven tegen PSV een voorsprong en verzuimde aan te haken bij Ajax en AZ.

Marcos Senesi, Denzel Dumfries, Eric Botteghin, Ryan Thomas en Rick Karsdorp (v.l.n.r.) zien hoe Feyenoord-keeper Justin Bijlow redding brengt.
Marcos Senesi, Denzel Dumfries, Eric Botteghin, Ryan Thomas en Rick Karsdorp (v.l.n.r.) zien hoe Feyenoord-keeper Justin Bijlow redding brengt. Foto Pieter Stam de Jonge/ANP

Het is de taal van Dick Advocaat – de realist, de pragmaticus – die hem zo kenmerkt, zondagmiddag na de 1-1 van Feyenoord bij PSV. Hij brengt het terug tot de kern, de staat van zijn ploeg in een topwedstrijd als deze, in de vier minuten die hij spreekt tijdens de persconferentie. Voetbaltaal zonder opsmuk, zonder weg te kijken voor de gebreken.

„Ik vond dat we heel volwassen speelden, uit bij PSV, wetende hoe moeilijk dat kan zijn. We hebben de boel redelijk gecontroleerd. Ook na de 1-1 bleven we hetzelfde doorgaan, met het positiespel van achteruit, met op het middenveld een man meer. 1-1, ik kan er wel mee leven.”

De opleving van Feyenoord onder Dick Advocaat (72) is onmiskenbaar. Vier maanden geleden begon hij, na het vertrek van Jaap Stam, volgend op de 4-0 nederlaag bij Ajax. Sindsdien, onder Advocaat: ongeslagen in dertien eredivisiewedstrijden, met tien zeges en drie gelijke spelen.

Feyenoord blijft derde in de eredivisie, met een punt meer dan PSV en nog een inhaalduel tegen AZ tegoed. Feyenoord jaagt op AZ, dat tweede staat, de plek die recht geeft op voorronde Champions League.

Het was de confrontatie tussen de topclubs die voor de winterstop aan een verloren seizoen bezig leken, met een sportieve crisis en trainerswissel. Maar ze hebben zich opgericht, PSV iets voorzichtiger dan Feyenoord.

Het waren ingrediënten van wat een interessante test had kunnen worden, met ook de vraag: wie kan er in deze cruciale fase van het seizoen de aansluiting vinden bij AZ en koploper Ajax, die elkaar ook op deze zondag troffen. Het antwoord daarop, op dit moment: geen van beide. Maar afhaken deden ze ook nog niet.

Gebrek aan kwaliteit

Enerverend was het, in fases, met de controle van Feyenoord tegen het momentenvoetbal van PSV. Maar het was ook tekenend voor het gebrek aan kwaliteit dat, juist in dit duel, geen van beide ploegen kon doordrukken op het moment dat de mogelijkheden zich daarvoor aandienden.

Feyenoord had PSV in de eerste helft op de rug liggen, na de 0-1 van Eric Botteghin uit een hoekschop, toen de stortregen neerdaalde. Feyenoord speelde georganiseerd en gedisciplineerd, onder leiding van spelmaker Orkun Kokcü. Maar het viel terug, juist toen het moest gebeuren. En toen was het PSV dat Feyenoord na de snelle, bekeken 1-1 van Cody Gakpo na rust in de tang had. Vervolgens kon PSV dat óók niet vasthouden.

Zo werd het een net-niet-duel tussen twee net-niet-teams, waarin geen van beide de definitieve dreun kon uitdelen. „Het had 4-4 kunnen zijn, maar we hadden ook 4-1 kunnen verliezen”, zei PSV-coach Ernest Faber. Hij was „blij” met dit gelijkspel.

Bij PSV is men gekalmeerd na de onrust en de strijd rond het ontslag van Mark van Bommel, half december. Onder Ernest Faber werden tot zondag drie duels op rij gewonnen. Typerend voor de hervonden eensgezindheid: supporters werden zaterdag weer toegelaten bij de laatste training voor het duel, en lieten zich zien met vuurwerk. Onder Van Bommel waren de trainingen voor (top)duels besloten.

Het neemt niet weg dat PSV nog altijd zoekende is. Met name de opbouw van achteruit én de variatie op het middenveld blijft gebrekkig. Bovendien mist de ploeg diepgang. Faber zei dat hij van PSV-spelers mag verwachten dat ze „de bal altijd willen hebben en durven te voetballen”. Hij moest concluderen dat dit nog niet altijd het geval is. Faber: „Het moet vooral geen vluchtgedrag zijn. Je speelt voor PSV, dat doe je niet voor niets. Dat betekent dat je van achteruit moet kunnen opbouwen, dat je moet kunnen versnellen, van kant moet kunnen wisselen, tussen de linies en kleine ruimtes spelen.”

PSV-Feyenoord (1-1) werd een net-niet-duel tussen twee net-niet-teams

Feyenoord beheerste die aspecten beter en had zo een uitgelezen kans om PSV in Eindhoven te verslaan, voor het eerst sinds 2016. De nieuwe Slowaakse spits Robert Bozenik schoot halverwege de tweede helft via de handen van doelman Lars Unnerstall op de binnenkant van de paal, na doorkomen op links van back Tyrell Malacia.

Bozenik struikelde regelmatig over zijn eigen voeten en is nog niet het aanspeelpunt dat Feyenoord nodig heeft, nu Nicolai Jørgensen opnieuw geblesseerd is. Advocaat deed voor hoe Bozenik een bal moest vasthouden: borst vooruit, lichaam erin, kracht uitstralen. Advocaat: „Die jongen weet zelf ook wel dat hij dat moet doen. Die bal die hij tegen de paal schiet, dat is zijn kwaliteit. Maar bij Feyenoord wordt meer gevraagd.”

Ofwel: Bozenik heeft goed gevoel voor goals (hij scoorde al twee keer), maar moet zich nog ontwikkelen tot een complete spits. Het is typisch Advocaat: recht door zee, zonder aanzien des persoons. „Duidelijk, dat ben ik. Mijn hele leven al”, zei hij zaterdag in een interview met het AD.

Selectie ingekrompen

Advocaat is in alles leidend bij Feyenoord. Hij vertelde ook waarom hij enkele talenten niet heeft opgenomen in de selectie, waar de club juist inzet op het doorselecteren van jeugdspelers. „Sinds ik de selectie heb ingekrompen, is het niveau zienderogen omhooggegaan”, zei Advocaat. Zo krijgt de talentvolle spits Naoufal Bannis (17) geen plek in de wedstrijdselectie. „Niets ten nadele van die jongen, maar ik ga bij het tweede elftal kijken en daar moet hij echt meer doen.”

Van Advocaat wordt het geaccepteerd, gesterkt door de resultaten. Hij loodste Feyenoord ook naar de halve finale van de KNVB-beker, waarin donderdag eerstedivisieclub NAC Breda wacht. Feyenoord hoopt dat Advocaat voor volgend seizoen bijtekent, eind maart wordt dat duidelijk.

Een mogelijk kampioenschap begon een beetje te „zoemen” in Rotterdam, zegt een RTV Rijnmond-verslaggever, die vraagt of Feyenoord wellicht naar de titel kijkt. Advocaat: „Dat hebben wij nog nooit gezegd, dat het zoemt. Het zoemt niet bij ons.”