Dissidente Iraanse regisseur Rasoulof wint Gouden Beer Berlinale

Filmfestval Berlijn De Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof heeft met zijn uitstekende vierluik over schuld ‘There Is No Evil’ de Gouden Beer van de Berlinale gewonnen. De tweede prijs ging naar het neorealistische ‘Never Rarely Sometimes Always’ van Eliza Hittman.

Mohammad Rasoulof, winnaar van de Gouden Beer voor ‘There Is No Evil’, spreekt via de telefoon van zijn dochter Baran op een persconferentie in Berlijn na het winnen van de hoofdprijs. De regisseur mag Iran niet uit.
Mohammad Rasoulof, winnaar van de Gouden Beer voor ‘There Is No Evil’, spreekt via de telefoon van zijn dochter Baran op een persconferentie in Berlijn na het winnen van de hoofdprijs. De regisseur mag Iran niet uit. Reuters

De dissidente Iraanse filmmaker Mohammad Rasoulof (48) heeft zaterdag met het voortreffelijke vierluik There Is No Evil de Gouden Beer van de Berlinale gewonnen, het filmfestival van Berlijn.

Zijn dochter Baran, die al zeven jaar met haar moeder in Hamburg woont en als actrice in de film een rol speelt, nam de prijs in ontvangst: haar vader mag Iran niet uit. Vorig jaar kreeg hij een jaar gevangenisstraf voor zijn vorige film, A Man of Integrity, die in Cannes in de prijzen viel. Zo’n straf laat men graag boven zijn hoofd bungelen in de hoop dat hij zich gedraagt.

Of There Is No Evil het regime mild stemt is de vraag. Het Italiaanse partizanenlied ‘Bella Ciao’, in 2018 opgepikt door Netflixserie La casa de papel en daarna door het Iraanse straatprotest, is een soort themasong. De film gaat over de doodstraf en dienstplichtigen die daaraan moeten meewerken met als beloning drie dagen verlof. Vier losse verhalen - ‘een dag in het leven’, thriller, romance, drama – blijken elkaar na 150 minuten in de staart te bijten. Soms werken mannen mee, soms niet - maar elke keus leidt tot schuld.

There is No Evil is strikt persoonlijk, vertelde Rasoulof vrijdag per Skype. Zo is de eerste episode geïnspireerd op de dag dat hij zijn ondervrager op straat zag lopen en hij hem boos en opgewonden volgde voor een confrontatie, tot hij besefte dat het een saaie, doodnormale vent was. Rasoulofs dochter Baran debuteert als de uit Duitsland terugkerende Darya die haar vader verwijt niet voor haar, maar de politiek te kiezen. Zij bedekte het haar op de Berlinale ironisch met een soort sombrero.

Uitdagende films

Grosso modo lijkt deze competitie sterker dan de vorig jaar alom gekraakte afscheidseditie van Dieter Kosslick, de joyeuze Duitse filmbureaucraat die de Berlinale sinds 2001 leidde. De rode loper van 100 procent gerecycled nylon en zee-afval miste opnieuw Hollywoodglamour, maar die leegloop zette al veel eerder in en de vraag is of de nieuwe man Carlo Chatrian daar echt mee zit. Hij richtte de schijnwerper nadrukkelijk op Encounters, een nieuwe competitie van 15 ‘uitdagende’ films. Daardoor verdwenen oude onderdelen - Forum, Panorama - publicitair nogal uit zicht.

Lees ook over The Assistent, de ‘Weinstein’- film die in Berlijn in première ging

Het niveau van zijn hoofdcompetitie krikte Chatrian op met films die soms al een half jaar eerder in de VS te zien waren. Kelly Reichhards tragische buddy-western First Cow, een kwaliteitsimpuls, en het neorealistische pareltje Never Rarely Sometimes Always van Eliza Hittman dat de Speciale Juryprijs (tweede prijs) won: een zwanger schoolmeisje uit Pennsylvania reist naar New York voor een abortus. Was voorganger Kosslick zo soepel geweest, dan had hij zijn zwakke competitie vorig jaar kunnen opfleuren met titels als Monos, Mid90’s of Skin. De toekomst van de Berlinale ligt in nog nauwere samenwerking met Sundance.

Zeemeermin

De regieprijs ging naar een mijmerfilm van de Koreaanse Berlinale-veteraan Hong Sang-soo: The Woman Who Ran. De derde prijs - vroeger de Alfred Bauer-prijs, maar in januari onthulde Die Zeit het naziverleden van deze oprichter van de Berlinale - ging naar het hilarische Effacer l’historique van het duo Benoît Delépine en Gustave Kervern waarin drie leden van de bedreigde Franse middenklasse een hartverwarmend futiele strijd aanbinden met de digitale, neoliberale chaos die hen omringt. Zo hectisch en verbrokkeld is hun bestaan dat de gloriedagen in gele hesjes voor het trio nu al net zover weg lijkt als 1968 voor babyboomers.

Beste acteur werd Elio Germano, die de verstandelijk beperkte schilder Antonio Ligabue (1899–1965) speelt in Volevo nascondermi, een biopic die na een indrukwekkend begin wat meandert. De Duitse actrice Paula Beer was beste actrice als meermin in Undine, Christian Petzolds magisch-realistische, overrijpe romance die wisselend werd ontvangen. Het spetterende, psychologische misdaaddrama Berlin Alexanderplatz met immigrant Francis als nieuwe Franz Biberkopf, vertrok met lege handen.

Beste documentaire was Irradiés van de Cambodjaan Rithy Pahn: een deprimerende oorlogssymfonie van geweld, totalitair fanatisme en knekelvelden met atoomexplosies als refrein. De eeneiige tweeling Damiano en Fabio D’Innocenzo won de prijs voor beste script met hun onevenwichtige Favolacce (‘Bad Tales’) over kinderlijke ouders en apocalyptische kinderen.

Eén Berlinale is te weinig voor een oordeel over festivaldirecteur Carlo Chatrian, maar zijn competitie neigt naar wilde, uitgesproken films, zoals het Oekraïense project DAU. Natasha, waar voorganger Kosslick zich nog wel eens op edelkitsch liet betrappen. Het is nog werk in uitvoering, maar er verandert iets in Berlijn.

Mohammad Rasoulof, winnaar van de Gouden Beer voor ‘There Is No Evil’, spreekt via de telefoon van zijn dochter Baran op een persconferentie in Berlijn na het winnen van de hoofdprijs. De regisseur mag Iran niet uit. Reuters