Opinie

Wat zien we hier onder onze neus?

Marike Stellinga

We leven in een tijd waarin beide kanten van het politieke spectrum zoeken naar nieuwe oplossingen. Met die eenvoudige constatering vatte Thomas Piketty de tijdgeest wat mij betreft mooi samen. De wereldberoemde Franse econoom was donderdag in de stadsschouwburg in Amsterdam om zijn nieuwe boek ‘Kapitaal en Ideologie’ toe te lichten. Ik ben er pas net in begonnen. Piketty wees op de totaal verschillende oplossingen van president Donald Trump en de mogelijke Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders. Trump zoekt het in het weren van migranten en ‘America first’, Sanders in het socialisme, een oplossing die tot voor kort ver van Amerikanen af stond.

Waar gaat dit heen? Je voelt aan alles dat we op een kruispunt staan, ook aan deze kant van de oceaan. Er wordt een nieuwe weg ingeslagen, maar welke? Piketty zelf kiest oplossingen die dichtbij die van Sanders staan. Pak ongelijkheid drastisch aan met belastingen, geef werknemers veel stemrecht in het bestuur van bedrijven, geef elke 25-jarige een basisvermogen. En zorg voor gelijkheid via onderwijs.

Ook in Europa maken politici zich op voor een overheid die weer een grotere, ordenende rol gaat innemen in de economie. Maar dat kan op veel verschillende manieren. Zo kunnen politici zich richten op het corrigeren van ‘marktfalen’: markten werken niet altijd vanzelf, ze kunnen falen, en dan is de overheid nodig om ze weer te laten werken.

Een paar voorbeelden. Je kan betogen dat de machtsverhouding tussen werknemers en werkgevers scheef is gegroeid en dat de overheid werknemers meer macht moet geven. Veel economen vinden dat de overheid vervuiling een prijs moet geven door de uitstoot van CO2 te belasten. Sommige economen betogen dat de overheid te grote bedrijven moet opbreken. Harde ingrepen met als doel: markten beter te laten werken.

Een geheel andere route die politici kunnen inslaan, is er een waarvoor je tegenwoordig ook liberalen hoort pleiten: economisch nationalisme. We moeten onze eigen Europese bedrijfskampioenen creëren. Dat doen China en de VS immers ook. Doe dus niet moeilijk over fusies van Europese bedrijven, en steun ze via industriepolitiek en subsidies. Het gevaar van deze weg is dat je marktmonsters creëert: bedrijven die markten domineren, en zo concurrenten, consumenten én werknemers benadelen. Dat dit geen theoretisch gevaar is blijkt uit de zegen die kabinet en Tweede Kamer gaven aan de overname van Sandd door PostNL. We hebben nu een postmonopolist in private handen, en er is nul debat of ophef over.

Het gevaar van nieuwe, grote oplossingen is een weg inslaan en niet meer omdraaien. Daarom was het niet Piketty die deze week de meeste indruk op me maakte. Dat was Janet Yellen, voormalig baas van de Fed, de centrale bank in de VS. In een podcast van The Economist kreeg ze de vraag hoe het nou was om de machtigste persoon te zijn in global finance. Ze antwoordde dat ze voortdurend bezig was met uitzoeken waar de economie stond, én met ervoor zorgen dat de Fed een open geest hield. „Not get locked in by a view, altijd klaar om anders te handelen.”

Nou benadrukte Yellen als Fed-baas al dat het moeilijk was om te zien wat er aan de hand was, waarom bijvoorbeeld de lonen en de inflatie anders reageerden dan verwacht. Niet alleen politici zijn zoekende, economen óók. Juist dan is de methode-Yellen goud waard: voortdurend onderzoeken, een open geest houden en je niet laten insluiten door één analyse.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.