Opinie

Het Nieuwe Jeruzalem

Het was op een zaterdag bij Donner dat Jan Brokken interviewster Maria Heiden toevertrouwde dat van zijn nieuwste boek Stedevaart het hoofdstuk over Middelharnis de meeste reacties oproept. Bologna, Bergamo en Parijs allemaal prachtig, maar het allermooist is toch de ‘hoofdstad’ van Goeree-Overflakkee, vinden de lezers.

In zijn verzameling reisjournaals beschrijft de auteur steeds een stad aan de hand van een markante persoonlijkheid. In Middelharnis is dat de schilder Meindert Hobbema, die in 1689 Het laantje van Middelharnis schiep. Een schilderij dat de ideale stad verbeeldt, een plaats van vrede en voorspoed. Het Nieuwe Jeruzalem, schrijft Brokken.

Het is juist dát aspect dat lezers zo aanspreekt, vertelde de schrijver toen ik hem enkele dagen na het Donner-interview opbelde. „Vanaf de Renaissance werden veilige steden gebouwd. De stad van nú wordt niet meer als zodanig ervaren. Ik denk dat velen heimwee hebben naar een tijd die voorbij is, maar in Middelharnis nog leeft. Ik was een week geleden weer op het eiland, en voelde: je gaat een Nederland binnen van minstens veertig jaar geleden. Nog steeds agrarisch, en, inderdaad, nog behoorlijk kerks, alleen meer toerisme.”

Hobbema’s schilderij bracht bij de domineeszoon uit Rhoon ook een persoonlijke herinnering naar boven, die hij in Stedevaart bloemrijk beschrijft. De jeugdvakanties met de familie in Ouddorp, en die zomerse middag als jochie in Middelharnis met Fiene, de geliefde van zijn oudere broer. Het ritje met de tram vanaf Rotterdam, de overstap in Spijkenisse, en de veerboot naar Middelharnis. Met tot slot de kus achter de kerk.

„Het is evenzeer een verhaal over verloren onschuld”, zegt Brokken aan de telefoon, „en ook daarover krijg ik veel mails van lezers.” Voor het christelijke blad Eilanden-Nieuws, dat Brokken twee pagina’s breed interviewde, was het nog even de vraag of de ‘verboden kus’ in de kolommen mocht, maar dat bleek uiteindelijk te lukken. „De journalist en fotograaf toonden zich bijzonder vereerd met het Middelharnis-verhaal. Ik geloof dat de inwoners zich een beetje vergeten voelen.”

Nergens voor nodig, meent de schrijver. „Mijn Franse vrouw zei pas nog: wat is het toch een prachtig plaatsje.”