Opinie

Griep! Katastrofa!

In Europa

In zijn boek My Parents: An Introduction beschrijft Aleksandar Hemon hoe zijn ouders Sarajevo tijdens de oorlog ontvluchtten en een nieuw leven begonnen in Canada.

Een van de hoofdstukken gaat over een stopwoord dat de Hemons hebben: ‘katastrofa’. Het is niet dat de familie de mogelijkheid van een echte catastrofe serieus neemt, maar ze houden altijd rekening met het ergste. Als kinderen buiten spelen, denken zij aan ongelukken. Bij elke brug denken ze: instortingsgevaar. Om de impact te relativeren, gebruiken ze het woord te pas en te onpas. Hijzelf roept „katastrofa!” als Liverpool verliest of als hij de kinderen van school wil halen en in een file belandt. Als zijn vader vuile sokken laat slingeren, zegt zijn moeder: „Pa, je bent een catastrofe!” Zijn zus vindt grijze januariluchten absoluut catastrofaal. Katastrofa is een soort standaardafwijking geworden.

Dat doet Hemon denken aan een experiment waar hij ooit van hoorde (maar niets meer over kan vinden): van aboriginals die een film te zien krijgen over een moderne boerderij met dingen die ze niet kennen. Na afloop moeten de aboriginals vertellen wat ze gezien hebben. „Kippen”, zeggen ze. Maar de mensen die het experiment doen, hebben geen kippen gezien. Ze draaien de film nogmaals af. Weer zeggen de aboriginals: „Kippen.” Dan spelen ze de film vertraagd af. En verdomd, in een hoek van het scherm duikt één kip op – enkele shotjes maar. Dat is minder dan een seconde van de film. „Katastrofa”, schrijft Hemon, „is de kip van mijn moeder.”

Bij mensen die alles kwijtraakten door een oorlog die ze niet zagen aankomen, is zoiets begrijpelijk. Er zijn Bosniërs met kasten vol plastic zakken en elastiekjes omdat „je nooit weet of er weer oorlog komt”. Maar Europeanen die in vrede en relatieve voorspoed zijn opgegroeid, met de beste zorg van de wereld? Hysterisch over griep? Beurzen die half instorten? Bedrijven die mensen ontslaan?

De Amerikaanse journalist Walter Lippmann schreef in Public Opinion (1922) dat mensen zich niet voor de realiteit interesseren, maar voor hun eigen interpretatie ervan. We zijn beter opgeleid dan ooit en hebben goede informatie. Zo kunnen we weloverwogen beslissingen nemen, wat goed is voor de democratie. Allemaal theorie, volgens Lippmann: uiteindelijk willen veel mensen geen waarheid. Ze klampen zich liever aan pseudowaarheden vast en zappen van de ene angst naar de andere. Liever gevoelens dan cijfers van het RIVM. Liever slachtofferverhalen dan statistieken die bewijzen dat de criminaliteit daalt.

Gisteren waren we bang voor vluchtelingen, vandaag hebben we corona, morgen vinden we weer wat anders. Met elk tijdelijk hoogtepunt groeit onze bereidheid om een leider te accepteren die beweert dat hij ons van onze angsten kan verlossen.

Angst kan nuttig zijn – als er gevaar dreigt. Maar angst voor beelden vol gillende sirenes is niet nuttig. Integendeel: het belemmert je om de realiteit te zien. Om te zien dat diegenen die de angstspiraal proberen te domineren of aan te wakkeren, de macht willen. Politici gebruiken angst bewust, om stemmen te winnen. Marine Le Pen riep deze week meteen op om de grenzen te sluiten. Corona is voor haar een buitenkans.

Gelukkig zijn er genoeg mensen die zich niet gek laten maken. Neem die viroloog in Milaan, die vertelde dat ‘haar’ doden allemaal mensen waren met kanker of andere terminale ziektes. Een normaal griepje had hen ook geveld. Zij zei dat de media burgers hersenspoelen, door te doen alsof het oorlog is. Alleen bij patiënten draagt ze een mondkapje, verder „is het iets voor carnaval”. Ze schudt gewoon handen, „want je wast toch je handen weer”.

Als iedereen nu stopt met enge filmpjes kijken en lekker dat boek van Hemon gaat lezen, overleven we deze katastrofa stukken beter.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.