Necrologie

Bob Fosko lustte geen slappe hap

Bob Fosko (1955-2020) De zanger van De Raggende Manne kon schreeuwen als geen ander. Hij was de man achter onder meer ‘Gabbertje’ en stierf in het harnas.

Bob Fosko, zanger van De Raggende Manne, tijdens een optreden op 1 maart 2019 in Haarlem – de band was na lange tijd weer bij elkaar. Foto Paul Bergen/ANP/KIPPA

Bob Fosko liet zich niet kisten. De zanger van De Raggende Manne bestreed de dood te vuur en te zwaard, zelfs toen de kanker hem al te pakken had en hij nog een tournee lang ‘Poep in je hoofd’ en ‘Lullen bij de bus’ wilde zingen. De zanger, acteur, professioneel ontregelaar en reclamestem („Dat zouden méér mensen moeten doen”) wist niet van ophouden. Hij stierf vrijdag op 64-jarige leeftijd in het harnas, met een nieuw album van zijn Groep Fosko klaar om uit te brengen.

Lees ook het interview met Bob Fosko uit 2019: ‘Daar ga je met je mooie Bourgondische uitgangspunten’

Bob Fosko (echte naam Geert Timmers) werd geboren in Baarn en voltooide de Academie voor Expressie in Utrecht. Als acteur was hij onaangepast en ruw. Schreeuwen kon hij als geen ander. Werk kreeg hij als trainer van politieagenten, die hij liet zien hoe de man in de straat zijn stem kan verheffen. Bij zijn band De Raggende Manne bracht hij die kennis vanaf 1988 in de praktijk, met luidruchtige songs als ‘Sodemieter op’ en ‘Lullen bij de bus’. Naast ‘Poep in je hoofd’ werd ‘Nee ’s niks’ hun grootste hit: een track van zeven seconden die Timmers’ anarchistische inslag in minder dan geen tijd aan het licht bracht. Er verscheen een 45-toerenplaatje van.

Een gitaar, drums, een crescendo van rocklawaai. „Nee”, zuchtte Fosko, „da’s niks.”

Niks dan rottigheid

Geert Timmers acteerde in musicals (The Blues Brothers, My Fair Lady, als Willy Alberti in Kerstmis in de Jordaan), initieerde muziekprojecten als de gabberpersiflage Hakkûhbar, had na De Raggende Manne zijn eigen band Fosko, trad op in reclamespots en was actief voor de SP, waarvoor hij ruim vijftien jaar lang campagnenummers schreef. Na elf wilde jaren hielden De Raggende Manne er in 1999 mee op. „Uitgekankerd” waren ze, nog lang voordat Timmers zijn diagnose kreeg.

Bob Fosko zingt met SP-leider Jan Marijnissen het SP-verkiezingslied op het congres van de partij, in 2002. Foto Ed Oudenaarden/ANP

Fosko’s werk was breed – van ‘Het rijdt niet’ (over het in 1991 al zeer pregnante fileprobleem) tot de Parade-voorstelling Niks Dan Rottigheid (2003) waarmee hij met Maarten van Roozendaal de zinloosheid der dingen bezong. Een groot onbezongen hoogtepunt in Bob Fosko’s overvloed aan mooie liedjes is het ontregelende ‘Gamba’s uit de oven’ van het album ‘Omgekomen in Overschot’ uit 2006. „Als jij nou eens begint met gamba’s uit de oven”, zong hij op een veel rustiger toon dan anders, „dan trek ik daar alvast een flessie rooie wijn bij open.”

Hoe die discussie zich ontwikkelde, of je wel of niet rode wijn kunt drinken bij een visgerecht, en hoe de zanger die avond geen genoegen nam met slappe hap, dat was Bob Fosko ten voeten uit.

Viezigheid, geschreeuw, anarchisme en confrontatie

Een jaar geleden was Geert Timmers nog vol met plannen, en had hij een scenario bedacht om met zijn afnemende energie een tournee van de heropgerichte Raggende Manne te maken met hulp van gastzangers. ‘Poep in je hoofd’ werd gezongen door een klein meisje dat in de Amsterdams Melkweg het podium opsprong. Bob Fosko stond er in verwondering naast, goedkeurend.

‘Alles Kleeft’, heette het laatste album van De Raggende Manne. Viezigheid, geschreeuw, anarchisme en confrontatie waren de onderwerpen die hem goed lagen. Al die tijd, met al die rottigheid, bleef Bob Fosko een goed mens.