Wat wil de winterkortebroeker?

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: mannen die in de winter een korte broek dragen.

Foto Getty Images

Toch moeten we het nog even over de korte broek hebben. De winter is voorbij, straks roepen Weeronline en Weerplaza alweer dat de eerste hittegolf nu een feit is en ontdekken ze een zeldzaam nieuw dagrecord in Ulft of Hupsel, maar ondertussen is het raadsel van de korte broek nog steeds niet opgelost.

Veel jongeren, vaak ook wat oudere jongeren, droegen deze winter opeens een korte broek. Als de waarneming niet bedriegt: de hele winter, de hele dag. In ieder geval in Amsterdam. Geen ruimvallend sportbroekje van makkelijke stof en ook niet zo’n survivalbroek met twaalf ritsen en twintig zakken, maar een tamelijk gewone korte broek. Ze gingen er zo te zien ook gewoon mee naar school en kantoor. Ze keken er bovendien opvallend gewoon bij.

Een petje achterstevoren

Waarom die korte broek? Daar heeft de amateuronderzoeker deze week over nagedacht. Hij had het natuurlijk links en rechts kunnen vragen maar die barrière wist hij niet te nemen. Je vraagt ook niet waarom iemand zijn petje achterstevoren op zijn hoofd zet. En of die wasbeerhondenharenrand rond de capuchon het uitzicht niet belemmert.

Zelf nadenken. Het meest voor de hand ligt dat de kortebroeker zich wil harden tegen de kou of, maar dat is wat anders, dat hij wil laten zien hoezeer hij al gehard ís: dat hij niet meer maalt om hagel en natte sneeuw. Dan zou het dragen van de winterbroek een lokale vorm zijn van het winterzwemmen dat in Noord- en Oost-Europa zo populair is. Winter swimming kwam hier in 2013 ter sprake en is toen enigszins belachelijk gemaakt omdat bleek dat de winterzwemmer het uiteindelijk op kantoor net zo gauw koud kreeg als de niet-zwemmer. Hij was helemaal niet gehard. Wie de literatuur vandaag nog eens doorneemt stelt vast dat er aan dit oordeel weinig is veranderd. Een dagelijks bad van vijf minuten in buitenwater dat net niet bevroren is verandert van alles en nog wat aan het bloed (enzymen, hormonen, bloedcellen) maar de voornaamste adaptatie die merkbaar wordt is dat men het dagelijkse bad steeds makkelijker doorstaat. Ook verandert er wat aan de bibberreactie (shivering thermogenesis) maar dat is dan ook alles. Het is zwak onderzoek gebaseerd op zelfrapportage van kleine aantallen proefpersonen.

Gevoelige benen

Dat het dragen van de winterkortebroek tot noemenswaardige koudeadaptatie leidt is dus niet waarschijnlijk, maar vooralsnog heeft Google Scholar er niets concreets over te melden. Van de Schotse kilt wordt alleen diens invloed op de prestaties van de testikels besproken. Ook de lederhose is niet onderzocht op thermische effecten.

Het zou best kunnen dat benen sowieso niet erg gevoelig voor kou zijn. Erg gevoelig voor warmte zijn ze in ieder geval niet. Al in 1974 is in Physiology and Behavior aangetoond dat van alle lichaamsdelen de kuiten het minste merken van warmtestraling, het soort straling dat muren afgeven waarop de zon heeft gestaan. Dit is makkelijk proefondervindelijk aan te tonen.

(Bij uitstek gevoelig voor warmtestraling is het voorhoofd. Op 10 cm afstand maakt het voorhoofd moeiteloos onderscheid tussen een aluminium pan gevuld met water van 30 graden en een pan met water van 35 graden – ongepubliceerd AW-onderzoek.)

Zwaarder behaarde benen

We moeten rekening houden met de mogelijkheid dat het de kortebroeker niet te doen is om koudeharding maar om haargroei. Hij wil misschien zwaarder behaarde benen. En die krijgt hij ook. Niet zozeer doordat er wat verandert aan de activiteit van zijn haarzakjes (hoewel dat best zou kunnen) maar doordat er zonder lange broek minder haarslijtage is. Het is de wrijving met de stof van de lange broek die knieën en kuiten van de meeste mensen vrij houden van haren. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd de lokale kaalheid (alopecia) als een ziekteverschijnsel beschouwd maar inmiddels staat vast dat ze een simpele mechanische verklaring heeft: trouser rubbing and friction. Er zijn ook sokken die alopecia opwekken, ontdekten Indiase dermatologen in 2018. De – zeldzamere – kaalheid op het scheenbeen wordt nog slecht begrepen. Of ook in bed haarslijtage optreedt is niet onderzocht, nachtelijk gewoel zal hier de doorslag geven.

De winterkortebroeker begint de zomer met meer haar op knieën en kuiten dan de suffe lui die hun lange broek aanhielden, dat is zeker, en beenhaar dat geen slijtage ondergaat kan wel 20 cm lang worden. Of dit het doel is weten we niet.

Buikhuid en beenhuid

Het bed brengt ons trouwens binnen het domein waar de winterkortebroeker zijn thermoregulatie veel makkelijker bijstuurt. Zwitserse slaaponderzoekers, aangevoerd door Kurt Kräuchi, hebben dat in 1999 in Nature uitgelegd. Kräuchi inventariseerde de veranderingen die het lichaam ondergaat vlak voor de slaap intreedt. Tot zijn verbazing bleken niet veranderingen in melatoninegehalte van het speeksel, de hartslag of de kerntemperatuur de slaap het helderst aan te kondigen, maar de toename in het temperatuurverschil tussen buikhuid en beenhuid. Vlak voor de proefpersonen in slaap vielen koelden hun benen en voeten af doordat daar de bloedvaten plotseling verwijdden. Nu heeft Kräuchi in 1999 het volgende bedacht: wat voor A naar B geldt, geldt ook voor B naar A. Wie snel in slaap wil vallen moet zijn voeten afkoelen. En dat doet hij, de hbs’er krijgt het moeilijk uit de pen, door er een warme kruik bij te leggen. Die warmt de voeten op, doet de vaten verwijden waardoor warmte verloren gaat en de voeten afkoelen. Lees het na in Nature.