Opinie

Wachten op het virus

Frits Abrahams

Nederland wordt ongeduldig. Op het moment dat ik dit schrijf – donderdagmiddag – heeft zich in Nederland nog geen enkel geval van besmetting met het coronavirus gemeld. Je kunt aan alles merken dat de spanning ondraaglijk wordt. Wie, o wie, zal de eerste zijn? We kunnen bijna niet langer wachten.

Het ís ook moeilijk te pruimen. Nederland wil zo graag in alles de voorloper zijn, we schrijven het aardgas al af terwijl ze het in Duitsland nog subsidiëren, maar nu het een wereldomvattende bijna-pandemie betreft, blijven wij ver achter. Onze handen jeuken, maar onze kelen nog niet. Dit moet niet te lang duren. We willen aan de slag.

Matthijs van Nieuwkerk informeerde woensdag in DWDD al grimmig bij minister Bruins waarom die scholen in Limburg nog niet dicht waren, „of is dat paniekzaaierij?” „Ja, dat is paniekzaaierij”, zei de naast de minister gezeten arts Ronald ter Schegget. Het ging om een Duitse coronapatiënt die vorige week even in Limburg had rondgelopen. Wat bleek? Hij was toen nog niet ziek geweest. Misten we wéér de boot.

„Ik ben niet op paniek uit”, zei Van Nieuwkerk, maar toch las hij een alarmistische tweet van Wilders voor, die vond dat de overheid te weinig informatie gaf. Ook noemde Van Nieuwkerk als gruwelijke mogelijkheid: twee besmette mensen in een voetbalstadion met 30.000 mensen. Maar volgens Ter Schegget ging het alleen om de mensen in de nabijheid van die twee. Tja, zo komt die epidemie in Nederland nooit van de grond.

Ik neem aan dat, op het moment dat u dit leest, de eerste patiënt zich eindelijk ook in Nederland heeft gemeld. Het is te hopen voor al die talkshows, waar ze vurig verlangen naar nieuwe onderwerpen. Met een beetje corona-uitbraak kunnen ze weer een weekje vooruit, al zal het nog een hevige concurrentiestrijd worden als het maar om één patiënt gaat. Wie krijgt als eerste de familie, wie de behandelende arts en hoe leggen ze de patiënt vast voor het geval hij het overleeft?

Maar een corona-expansie naar Nederland heeft nog andere gevolgen, waar ik veel meer tegen opzie. Zo voorzie ik een mondkapjesgekte zonder weerga. Die mondkapjes zijn alleen nuttig voor het ziekenhuispersoneel, mits ze zijn uitgerust met bepaalde filters. Het mondkapje waar je al die bezorgde buitenlanders mee ziet rondlopen, is zinloos. Zal dat ook tot de gemiddelde Nederlander doordringen als het virus hier wordt gesignaleerd?

„Baat het niet, schaadt het niet”, zullen velen denken. Wie er niet aan meedoet, zal als een potentieel gevaar worden aangemerkt. Dus lopen we straks toch allemaal met zo’n verstikkende hoofdlap rond.

Het ergste wordt het hamsteren. Omdat de wijken misschien afgegrendeld moeten worden, blijven er een, twee supermarkten per wijk over. Er zullen lange rijen ontstaan, klanten die elkaar woedend verdringen voor de schappen en met boodschappenkarretjes op elkaar inrijden. Ons zal geen nieuwe hongerwinter overkomen!

Tegen mijn advies in ging mijn vrouw alvast wat extra zeep inkopen, maar ze kwam terug met de mededeling: „De desinfecterende zeep is uitverkocht.” Het hamsteren is al begonnen.

Straks dient zich een nieuw probleem aan: kunnen we dit jaar nog wel op vakantie naar het buitenland? Mijn reisadvies voor wie dan nog leeft: blijf in Nederland, Limburg natuurlijk uitgezonderd.