Topspelers: racisme zit diep in voetbal

Racisme Zeventien (top)voetballers, onder wie André Onana, Denzel Dumfries en Shanice van de Sanden, delen met NRC hun ervaringen met racisme.

Foto’s Annabel Oosteweeghel

Racisme is zo diep verankerd in de voetbalcultuur dat het heel moeilijk te bestrijden is. Dat stellen zeventien beroemde en minder bekende voetballers, trainers en officials in gesprekken met NRC. Onder hen zijn Ajax-keeper André Onana, PSV-aanvoerder Denzel Dumfries en Oranje-international Shanice van de Sanden.

Maatregelen van kabinet en KNVB zijn volgens veel geïnterviewden niet effectief genoeg, omdat racisme niet beperkt blijft tot uitingen van voetbalsupporters vanaf de tribunes. Ook in kleedkamers en bestuurskamers moet iets veranderen. Een aantal van hen pleit voor het aanstellen van meer donkere directeuren en beleidsbepalers.

Zwijgen over ervaringen met racisme is, ondanks de toegenomen aandacht voor het probleem, nog altijd de norm in het profvoetbal. Voor veel van de spelers en trainers is het de eerste keer dat ze er openlijk over praten. Denzel Dumfries (PSV) vertelt over een jongetje dat samen met zijn vader „aap, aap” naar hem blééf roepen. André Onana (Ajax) vertelt hoe een transfer naar een Italiaanse club afketste vanwege zijn huidskleur. Cyriel Dessers (Heracles Almelo), de huidige topscorer van de eredivisie, verwoordt hoe hard racistische spreekkoren je kunnen raken: „Je wordt ontmenselijkt. Je bent niet één van hen, je bent een zwarte.”

Lees ook Wij zwijgen niet langer

In november vorig jaar liep Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreira na uitingen van racisme woedend van het veld in een uitwedstrijd tegen FC Den Bosch. Dit ontketende een grote maatschappelijke discussie over racisme in het voetbal. Begin deze maand kwamen voetbalbond KNVB en het kabinet met maatregelen om racisme uit te bannen, zoals hogere straffen voor racistische uitingen en slimme camera’s in de stadions om daders op te sporen.

Maar veel van de spelers en trainers die NRC sprak noemen redenen waarom ze denken dat deze maatregelen niet goed zullen werken. Urby Emanuelson (FC Utrecht) vertelt dat bij AC Milan, waar hij eerder speelde, de voorzitter of teammanager voor uitwedstrijden soms in de kleedkamer kwam zeggen dat spelers niet moesten reageren op racistische spreekkoren. Emanuelson: „Voetbal is big business geworden. De speelkalender is bomvol. Er komen zoveel belangen bij kijken, dat het in de praktijk gewoon lastig is om een statement te maken.”

De spelers, trainers, bestuurders en scheidsrechter die NRC sprak zijn over het algemeen blij met de maatregelen, maar verwachten niet dat er veel verandert zolang er weinig bestuurders in het voetbal zijn met een multiculturele achtergrond – in de eredivisie is dat nu alleen directeur Mohammed Hamdi van ADO Den Haag.

Oranje-international Shanice van de Sanden: „Bij alle clubs waar ik heb gespeeld zijn de bestuursleden wit. Tijd voor meer kleur.”

Ajax-keeper Onana denkt ook dat er meer donkere coaches, bestuurders en directeuren van voetbalorganisaties moeten komen. Maar hij waarschuwt ook: „Als elke club ineens een donkere directeur benoemt, kunnen witte mensen denken: de zwarte mensen krijgen alles, het wordt ons afgepakt. Het zal op een vloeiende manier moeten gaan.”

Wij zwijgen niet langer pagina 24-29Alle interviews met spelers, trainers en officials nrc.nl/voetbalracisme

Heeft u ervaringen met racisme in het voetbalstadion of langs het amateurveld?

NRC is benieuwd naar uw ervaringen met racisme op en rond het voetbalveld voor eventueel meer verhalen over dit thema. Uw reactie wordt vertrouwelijk behandeld.

  1. Uw bericht: