Aan deze beha zaten zo’n dertig paar handen

Ontmanteld Wat openbaart zich als je een bekend product demonteert? Deze maand een beha van PrimaDonna.

Foto Peter Lipton

Iedere twee minuten wordt ergens ter wereld een Deauville-beha van PrimaDonna verkocht. Het twee decennia geleden ontworpen model is de bestseller van het Belgische merk, onderdeel van lingeriebedrijf Van de Velde (jaaromzet 205 miljoen euro).

PrimaDonna is gespecialiseerd in grote cupmaten. Dat is letterlijk een groeimarkt: was dertig jaar geleden een F-cup de grootst verkrijgbare maat, nu is de Deauville ook verkrijgbaar als J-cup en wordt gewerkt aan een K-cup.

Elk seizoen brengt PrimaDonna de Deauville in nieuwe modekleuren en -dessins op de markt. Deze worden gekozen door de vijftig werknemers tellende ontwerpafdeling in het Vlaamse Schellebelle. De beha op de foto, kleur Heather blue, telt 54 onderdelen, afkomstig uit zes Europese landen. Die onderdelen kunnen in het eigen atelier in Tunesië in elkaar zijn gestikt, of bij een onderaannemer in China. Een beha maken, zegt head of design Liesbeth van de Velde, is een arbeidsintensief en nauwkeurig proces waar zo’n dertig paar handen aan te pas komen. De naadwaardes, de marges bij het aan elkaar stikken van de onderdelen, mogen hooguit één millimeter variëren.

Wat betreft prijs zit de Deauville (102 euro) in de top van de markt. Aan de kleurloze stukken textiel, die onzichtbaar zijn in het kant-en-klare product, kun je volgens Van de Velde het verschil met lager geprijsde modellen aflezen. Deze onderdelen, die ontbreken in goedkopere beha’s, vormen wat in vaktermen de carrosserie heet: de constructie die de gewenste ondersteuning biedt.

Daarnaast wijst Van de Velde op de broderie (het borduurwerk) en de gedessineerde onderdelen. Het oog wil immers ook wat.