Recensie

Recensie Boeken

De mythische dokter Livingstone was eigenlijk een bittere, gefrustreerde man

Petina Gappah In een sprankelende roman vertelt de Zimbabweaanse schrijver Petina Gappah het verhaal achter dokter Livingstone – de Brit die Jezus naar ‘donker Afrika’ had gebracht.

Jacob Wainwright ging met de bezittingen van Livingstone mee naar Londen in 1873
Jacob Wainwright ging met de bezittingen van Livingstone mee naar Londen in 1873 London Stereoscopic Company

Omdat dokter Livingstone vel over been was, ging het drogen van zijn lichaam na zijn dood vrij snel. Twee weken slechts waren er nodig geweest om de grote ontdekkingsreiziger te laten verschrompelen in de zon, opdat hij daarna licht genoeg was om van de oostkust naar de westkust van het Afrikaanse continent gedragen te worden. Het drogen duurde maar een paar dagen langer dan het drogen van een geit doorgaans duurt (tien dagen).

Het zou sneller zijn gegaan wanneer ze de witte man in reepjes hadden gesneden, maar dat was een tikkeltje oneerbiedig, vreesden de zeventig Afrikanen die de Schot naar de kust droegen zodat hij in zijn geboorteland een stijlvolle en grootse begrafenis kon krijgen.

Het gebruikelijkste verhaal rondom de dood van Livingstone is dat drie mannen dermate verknocht waren aan hun witte meester dat ze de tocht van 1600 kilometer er ruimschoots voor over hadden gehad. Dat er meer achter schuilt, vertelt de Zimbabwaanse schrijver Petina Gappah in haar fascinerende roman Vanuit het duister stralend licht – de Nederlandse titel doet helaas geen recht aan de Conradiaanse Engelse titel: Out of Darkness, Shining Light (en wat de vertaling betreft: het is opvallend hoezeer Atlas Contact blijft vasthouden aan de verouderde term ‘blank’).

Gappah dook de archieven in om het Livingstone-verhaal aan te vullen vanuit een ander perspectief. Ze vertelt niet alleen over de drie trouwe mannen, maar over het hele gezelschap, die hun eigen redenen hadden om Livingstone’s laatste reis tot een goed einde te brengen. Hoewel ze zich nadrukkelijk baseert op archieven, krijgt de verbeelding ruim baan. Ze vertelt het verhaal achter het verhaal.

Afrikaans Hart

Om meteen een voorbeeld te geven van het verhaal achter het verhaal: vaak is aangenomen dat Livingstone zijn hart dermate had verpand aan het Afrikaanse continent dat zijn hart er letterlijk achterbleef. De reden was echter een praktische: om het lichaam naar Londen te kunnen vervoeren om daar op 18 april 1874 een begrafenis te krijgen die zijn weerga nauwelijks kende, moesten de organen eruit omdat het lijk anders te zwaar werd om te dragen en bovendien zou het gaan stinken. De organen, en dus ook het hart van Livingstone, pasten uitstekend in een meelblik, dat vervolgens werd begraven onder een boom. Gappah schrijft deze variant met humor en overtuigend op.

Op de dag van Livingstones begrafenis was het nauwelijks mogelijk een kaartje te krijgen voor de bijeenkomst in Westminster Abbey. De Londenaren bleven langs de kant staan, rouwend om de dood van de eerste witte man die Jezus naar ‘donker Afrika’ had gebracht. De emoties en de verhalen van de Britten zijn bekend.

Gappah vertelt haar variant vanuit twee dragers: de vrouw Halima, die door Livingstone was gekocht van een Arabische slavenhandelaar, en Jacob Wainwright, van wie vorig jaar nog enkele pagina’s uit zijn dagboek van die tocht van 1600 kilometer werden ontdekt. Halima is het type intelligente vrouw met de scherpe tong die je in al het werk van Gappah ziet. In deze roman is zij de vrouw die de mannen ervan overtuigt dat iedereen vreest dat de witte voorouders als geesten over het land blijven razen en dat het lichaam dus aan de Britten overhandigd moet worden. Bovendien bestaat de kans dat er een beloning aan vastzit.

Hekserij

Gappahs verhaal laat ook zien hoe hopeloos de laatste tocht van Livingstone was: hij was ziek en las de bijbel bij gebrek aan ander leesvoer. Dat hij geknield voor zijn bed overleed, was meer toeval dan zijn diepe gelovigheid geweest, volgens zijn drager Jacob Wainwrigwt.

Wainwright kwam van een missieschool en was Britser dan de Britten. Op de avond dat Livingstone stierf, ging hij nog langs om zijn baas voor de zekerheid even te zegenen en hem Gods woorden in te fluisteren. ‘Ik weet zeker dat de Kracht van mijn Geloof hem heeft bewogen na mijn vertrek op te staan, en hem heeft bewogen het gebed voort te zetten dat ik voor hem begonnen was’, laat Gappah hem zeggen. Het maakt de missionaris met tropenhoedje in een klap wat minder christelijk dan in menig schoolboek werd beweerd.

Wainwright ging de geschiedenis in als de man die snikkend geknield aan de kist van Livingstone zat. Gappah zet hem fascinerend neer door vanuit zijn authentieke aantekeningen een verhaal te vertellen over de tocht die flink wat dragers het leven kostte. In geen enkel dorp had men behoefte aan een witte man, opgevouwen als een pakketje. Bovendien vreesde men dat het hier om hekserij ging. Het enige dorp waar de dragers hartelijk ontvangen werden, was dat van een Arabische slavenhandelaar die goed bevriend was met Livingstone.

Tragisch

Wainwrights relaas is het intrigerendste deel van de roman. Waar dat van Halima smakelijk en geestig is, is dat van Wainwright sterk. Het leest traag, de stijl is soms wat protserig. Gappah doet dat slim om zo aan te tonen dat hier iemand aan het woord is die zijn leermeester wil overtreffen in zowel het bijhouden van een dagboek als in vroomheid. Het toont de tragiek van de man die zo westers en gelovig is, dat hij steeds verder vervreemdt van zijn omgeving. Hoe het met hem afloopt, zet Gappah kort neer en dan blijkt: neem de Britse geschiedschrijving over Wainwright met een korreltje zout.

Behalve dat Gappah ons de verhalen vertelt achter het gangbare verhaal, voegt ze ook geschiedenis toe waar het gaat om de slavenhandel aan de Afrikaanse oostkust. Geestig is ze wanneer ze schrijft vanuit het perspectief van een van de Arabische handelaren: ‘Ze hebben scheepsladingen shenzi [tot slaaf gemaakten, red.] vervoerd naar hun eilanden in de Caribische Zee en in Amerika en noem maar op, en nu ze zelf genoeg slaven hebben willen ze anderen verhinderen om hetzelfde te doen als wat zij deden. Pure wrok, dat vonden zijn vrienden ook.’

Stanley, de journalist die Livingstone zocht en vond, wist indertijd goed dat een verhaal over het vinden van een zieke man in een hopeloze zoektocht naar de bronnen van de Nijl niet goed zou verkopen. De Angelsaksische wereld kreeg wat ze verlangde: een held van mythische proporties in plaats van een bittere witte man die gefrustreerd in rondjes liep en weliswaar tegen slavernij was, maar er toch ook gebruik van maakte.

Die behoefte aan een held in Afrika is er niet meer en dat voelt Gappah goed aan. Ze voegt er een nuance aan toe: liefdevol keek men naar de gekke man die zijn familie in de steek liet om een rivier te zoeken, maar niet alles draaide om rouw en trouw aan deze Britse ontdekkingsreiziger.