In Peru is sjamanisme booming business door ayahuasca-hype

Ritueel Steeds meer toeristen ondergaan in Peru een ayahuasca-ritueel, waarbij ze hallucinogene thee drinken onder leiding van een sjamaan.

Foto Noah Moeys

Klanken van fluit en tamboerijn kronkelen zich een weg door de houten hut. Wierook penetreert de vochtige Peruaanse junglelucht, het glas bittere ayahuasca-thee gaat de kring rond. In een felgekleurde poncho maakt sjamaan Roy van der Meijs zich klaar om te gaan zingen. Vandaag zijn het zijn buren die langs zijn gekomen om de thee te drinken, in een ceremonie die ze zal transporteren naar een wereld vol psychedelische visioenen op de ritmische noten van Van der Meijs.

Ayahuasca is een hallucinogene thee, traditioneel gebruikt door de mensen in de Amazone als medicijn. De laatste tien jaar is het uitgegroeid tot een wereldwijde hype. Hordes toeristen reizen naar de Peruaanse junglestad Iquitos om een ayahuasca-retraite te doen, getrokken door de therapeutische werkingen en visioenen die de ayahuasca-thee met zich meebrengt. Het brouwsel wordt ook geëxporteerd: zo’n vijfduizend kilo wordt jaarlijks verzonden naar de meest diverse plekken, waaronder Nederland. Twee van de vijf hoofdexporteurs in Iquitos zijn Hollanders. De toegenomen vraag naar de plant leidt tot schaarste. Prijzen zijn in zes jaar verviervoudigd en deze economische veranderingen hebben consequenties voor de bewoners van Iquitos. Maar de ayahuasca-hype verandert ook de spirituele kijk op de plant, zeggen experts en inheemse bevolking. Waar sjamanisme eerst van vader op zoon werd doorgegeven, is het steeds meer een lucratieve baan die voor iedereen toegankelijk is.

Sjamanistisch toerisme

Zo’n vijfduizend jaar geleden werd ayahuasca al gebruikt door sjamanen in het Amazonegebied, zeggen archeologen naar aanleiding van beeldjes uit die tijd. Wanneer een liaan (Banisteriopsis caapi) die onder andere in Peru groeit gemengd wordt met het chacruna-blad (Psychotria viridis) dat dimethyltryptamine bevat (een stof die op de lijst van harddrugs staat), ontstaat de hallucinogene thee die tijdens ceremonies wordt gedronken. Een sjamaan leidt deze ceremonies en zingt speciale liederen (‘icaru’s’). Daarop volgt een fysiek en mentaal zware trip, die vaak gepaard gaat met overgeven en diarree. Het drinken van ayahuasca wordt ervaren als geestverruimend en heilzaam. Aan de andere kant: het drinken van ayahuasca kan mentale klachten verergeren, het kan angstige gevoelens oproepen en het komt voor dat mensen in een psychose raken als ze hier gevoelig voor zijn.

Nadat hij gehoord had over deze ‘magische’ plant reisde Roy van der Meijs (35) vijftien jaar geleden van zijn vaders chrysantenkas in het Westland naar Iquitos, het epicentrum van sjamanistisch toerisme. Hij ging in de leer bij een sjamaan en volgde plantendiëten – daarbij creëer je op advies van een ervaren sjamaan een speciale connectie met een plantensoort door er een extract van te drinken en langere tijd in isolatie te vasten. Zo’n vier jaar na zijn eerste plantendieet ging Van der Meijs ceremonies leiden in Peru en Nederland. In 2009 begon hij met het exporteren van plantenmedicijnen. Jaarlijks verstuurt hij zo’n 2.000 kilo ayahuasca, waarvan 80 procent naar Nederland gaat. Ondanks het recente verbod op ayahuasca van de Nederlandse rechter gaat die export gewoon door. Dat komt doordat de pure ayahuasca-liaan geen dimethyltryptamine bevat en dus niet verboden is. Gemengd met chacruna komt de liaan Nederland niet binnen; vandaar dat Van der Meijs chacruna los exporteert.

Het grote verschil met vijftien jaar geleden is dat „ayahuasca inmiddels een fenomeen is geworden”, zegt hij. Van Japan en Rusland tot Kenia en de VS: overal ter wereld kun je ayahuasca-thee drinken en dat heeft diverse gevolgen voor Iquitos.

Overexploitatie

Iemand die deze impact heeft bestudeerd is Carlos Suárez Álvarez, etnograaf en auteur van een multimediale productie over het ayahuasca-toerisme van Iquitos: Ayahuasca, Iquitos and Monster Vorax. Suárez Álvarez beargumenteert dat met het winnen van de ayahuasca-liaan uit de jungle de biodiversiteit van het bos wordt aangetast. „Vroeger groeide ayahuasca overal, maar inmiddels moeten de verzamelaars diep de jungle in om het nog te vinden”, zegt hij vanuit zijn woonplaats in de jungle. Ze komen op de meest geïsoleerde stukken van de Amazone, waar de afgezonderde volkeren leven. „Het is de zoveelste soort die verdwijnt uit het regenwoud door overexploitatie”, zegt hij.

Foto Noah Moeys

Dit heeft ook gevolgen voor de prijzen van de ayahuasca-liaan, die volgens Suárez Álvarezen meerdere ayahuasca-verkopers de afgelopen zes jaar verviervoudigd zijn. Voor een kilo droge ayahuasca-liaan betaalde je in 2013 gemiddeld 1,5 sol (0,40 eurocent). Nu is dat 6 sol (1,60 euro) per kilo. „Aangezien je zo’n vijfentwintig kilo liaan nodig hebt voor een liter ayahuasca-thee, is het voor lokale sjamanen veel lastiger geworden om genoeg van de liaan te kopen”, zegt Suárez Álvarez. De mensen zijn afhankelijk van contacten in de jungle van wie ze het direct kunnen kopen, terwijl ze het eerst op de markt in Iquitos aanschaften.

Soms is er weinig ayahuasca verkrijgbaar en is het een strijd om de laatste lianen te bemachtigen op de markt. Wie het eerst komt, die het eerst maalt.

Van der Meijs omzeilt deze heisa liever. Hij heeft jaren geleden zestig hectare regenwoud gekocht om ayahuasca en chacruna aan te planten en te verbouwen. „Je vindt het gewoon niet meer in het wild”, zegt hij, „dus dit is de enige manier om zeker te zijn dat ik genoeg voor mijn bestellingen heb.” Regelmatig worden er lianen van zijn land gestolen, vandaar dat hij nu een wachter op zijn terrein heeft lopen.

Van medicijn naar drug

Steeds meer ayahuasca-centra en sjamanen beginnen met het aanplanten van het plantenmedicijn, maar dat zijn projecten voor de lange termijn. „Een goede liaan is zo’n zeven jaar oud. Dan pas is hij groot genoeg om geoogst te worden en zal de ayahuasca-thee haar volledige potentie benutten”, aldus Suárez Álvarez. De meeste sjamanen moeten dus ayahuasca bijkopen op de markt, waar de schaarste ontstaat. Suárez Álvarez vindt het een zegen dat ayahuasca een liaan is. „Het heeft een boom nodig om op te steunen en zal dus nooit als monocultuur verbouwd worden”, zegt hij.

Foto Noah Moeys

Naast milieuconsequenties heeft de hype van het plantenmedicijn ook sociaal-culturele gevolgen. Sjamaan Rafael Chanchari Pizuri (58) is een lid van de Shawi-gemeenschap diep in de jungle. Hij drinkt al zijn hele leven ayahuasca-thee en leidt ceremonies. „Vroeger dronk je ayahuasca om te helen, maar nu is het gecommercialiseerd en draait het allemaal om geld”, zegt hij.

Dat het wereldwijd zo veel wordt gebruikt vindt hij goed – „iedereen zou ayahuasca moeten drinken” – maar ook gevaarlijk. „Veel mensen weten niet waar ze aan beginnen en hebben weinig respect voor het medicijn. Sommigen zien het als een drug die ze ook een keer gedaan moeten hebben”, legt Chanchari uit.

Hij ziet een weelderige jungle vol jaguars en anaconda’s

Wanneer Chanchari het medicijn drinkt wordt hij naar een weelderig groene junglewereld getransporteerd vol jaguars en gigantische anaconda’s. Daar, te midden van al dat leven, brengt het medicijn bepaalde inzichten over aan de drinker. Wat Chanchari diep raakte is dat ayahuasca hem laatst tijdens een ceremonie liet zien dat als het zo doorgaat met het commercialiseren, ayahuasca over een aantal jaar haar medicinale waarde verliest.

Chanchari noemt het verband met het cocablad, dat vroeger een medicijn was maar waarvan nu vooral de drug cocaïne wordt gemaakt. „Het zou goed kunnen dat dit ook met ayahuasca gaat gebeuren”, zegt Chanchari met een treurige glimlach, terwijl hij over de Amazone uitkijkt.

Van der Meijs denkt niet dat het zo ver zal komen. „Ayahuasca drinken is heel zwaar. Je geeft over, hebt diarree en leert soms dingen die je liever niet had willen weten. Mensen gaan dat niet eventjes voor de lol doen.” De Nederlander drinkt het gemiddeld één keer per week – voordat hij kinderen kreeg met een Peruaanse vrouw was dat drie keer per week. In Iquitos staat Van der Meijs bekend als de gringo charapo, ‘de witte man uit de jungle’, maar ondanks al deze Peruaanse invloeden voelt hij zich nog wel Nederlands.

Ziektes en problemen

Door de ayahuasca-hype verandert de rol van de sjamaan. Sjamanisme wordt tegenwoordig als baan gezien in plaats van dat het een integraal onderdeel van de inheemse gemeenschap is, beargumenteert de Amerikaanse antropologe Evgenia Fotiou in haar artikel The Globalization of Ayahuasca Shamanism and the Erasure of Indigenous Shamanism (2016). Tien jaar geleden promoveerde ze op het onderwerp bij de University of Wisconsin-Madison. In een mailconversatie vertelt ze dat mensen vroeger met ziektes en problemen naar de sjamaan gingen, die dan ayahuasca dronk om een oplossing te vinden of om de boze geesten weg te jagen. De patiënt zelf dronk geen ayahuasca.

„Het vaste inkomen maakt dat het steeds aantrekkelijker is om sjamaan te worden, zelfs al na een paar maanden in de leer te zijn geweest”, aldus Fotiou. Van oudsher duurde de sjamanenopleiding jaren.

Een bijzondere groep ‘nieuwe sjamanen’ zijn de buitenlanders. De lokale mensen noemen dit de gringo-sjamanen. Fotiou maakt zich er zorgen over: „Deze westerlingen hebben bij een lokale sjamaan in de leer gezeten en vervolgens hun eigen bedrijfje opgezet, een lodge gebouwd en lokale sjamanen en personeel ingehuurd. Ze hebben het voordeel dat ze beter kunnen communiceren met de toeristen.”

Tweehonderd dollar per retraite

In Iquitos, volgens Fotiou „het Mekka van het sjamanistisch toerisme”, zijn inmiddels meer dan zeventig van dit soort lodges waar je een ayahuasca-ceremonie kunt doen. De retraites zijn duur: voor een ceremonie betalen toeristen zo’n tweehonderd dollar. Sjamaan Chanchari is hier daarom op tegen. „Voor spiritualiteit kan je geen geld vragen”, zegt hij. Zijn ceremonies bekostigt hij op basis van donatie, en dat varieert van vijf tot vijftig dollar per persoon.

Voor Peru is dit sjamanistische toerisme economisch gezien voordelig, aangezien de centra belasting betalen en veel toeristen aantrekken. Jaarlijks reizen er honderdduizend buitenlanders af naar Iquitos, volgens cijfers van het Peruaanse ministerie van toerisme. Hoeveel procent daarvan ayahuasca drinkt is onbekend: de schattingen variëren van 10 tot 80 procent. Suárez Álvarez: „Ik denk dat er ieder jaar tien- tot vijftienduizend buitenlanders in Iquitos ayahuasca drinken.”

Foto Noah Moeys

In de stad wordt het leven steeds meer op deze toeristengroep afgestemd. Op straat worden ayahuasca-ceremonies aangekondigd en in restaurants zijn ayahuasca-menu’s beschikbaar – voorafgaand aan een ceremonie zou je een streng dieet moeten volgen. Zo’n meerdaagse kuur bestaat onder andere uit het laten staan van olie, vlees en suiker, en wordt gedaan om de werking van ayahuasca tijdens de ceremonie te bevorderen.

Misbruik en berovingen

Sommige toeristen zijn niet op de hoogte van de intensiteit en potentiële problemen van ayahuasca, terwijl anderen zich uitgebreid inlezen. De motivaties variëren: sommige mensen willen iets over zichzelf leren, anderen willen psychedelica proberen en een derde groep is simpelweg nieuwsgierig naar wat het is.

Maar slechte voorbereiding is niet het enige probleem. Antropoloog Emily Sinclair werkt aan een promotie over de globalisering van ayahuasca aan de University of Durham. „Er zijn valse sjamanen actief die weinig kennis hebben. Ook komt er seksueel misbruik van de vrouwelijke deelnemers voor tijdens ceremonies”, zegt Sinclair, „Mensen zien sjamanen als heiligen, maar dat zijn ze niet.” Er is geen overheidsregulering, maar volgens Sinclair zou dat ook niet de oplossing zijn: „Kennis van ervaringsdeskundigen is veel meer waard voor de veiligheid van deelnemers.” Verder zijn er verhalen van berovingen en de afgelopen zes jaar zijn er vier mensen overleden tijdens of na een ceremonie in de buurt van Iquitos.

„Die sterfgevallen worden niet serieus genoeg genomen”, vervolgt Sinclair. Meestal komt het doordat ayahuasca met andere middelen zoals tabak wordt gemengd, maar dat wijst er dan weer op dat mensen slecht geïnformeerd zijn.

Kwetsbare positie

Het is van belang dat er aandacht wordt besteed aan het kiezen van een sjamaan aangezien mensen zich in een uiterst kwetsbare positie bevinden onder de invloed van ayahuasca. Van der Meijs beaamt dit: hij kent een vrouw die betast werd tijdens een ceremonie. „De sjamaan die dat gedaan had, is nog steeds een van de bekendste van Peru en gaat gewoon door met zijn werk”, zegt hij.

Ook antropologe Fotiou is het ermee eens dat er weinig zicht is op de veiligheid van deelnemers. Iedereen kan een traditioneel gewaad aantrekken en verkondigen sjamaan te zijn. In haar onderzoek benoemt ze dat hoe authentieker een sjamaan eruitziet, hoe populairder hij is onder de westerlingen. In 2005, op de Amazonian Sjamanism Conference in Iquitos, bleek dat de inschrijflijsten voor ceremonies met een traditioneel-uitziende sjamaan sneller vol waren dan die waar de sjamaan westerse kleren droeg. „Door de interesse van westerlingen wordt er nu meer waarde gehecht aan zogenaamde inheemse gewoonten die weinig verband houden met de oorspronkelijke traditie”, aldus Fotiou. „Wat ik tot nu toe heb gezien is dat ayahuasca-sjamanisme zich heeft aangepast aan de wensen van de westerse participanten en dat veel van de inheemse gewoonten juist achterwege zijn gelaten”, zegt ze.

Spirituele kennis

Al met al is het gebruik van ayahuasca uit haar traditionele context getrokken, zeggen Fotiou, Chanchari en Suárez Álvarez. Gaat er hierdoor een eeuwenoude manier verloren van spirituele kennis vergaren? Fotiou vindt van wel én van niet: „Inheemse spiritualiteit wordt gecommercialiseerd en dit onteert de tradities uit de Amazone”, zegt ze. Het wordt een show voor de toeristen in plaats van dat het voor lokale mensen als medicijn wordt ingezet. „Maar tegelijkertijd kan het toerisme de etnische identiteit van de inheemse mensen zelf versterken”, zegt ze. Er ontstaat hyper-traditionalisme: de inheemse afkomst van ayahuasca wordt benadrukt en gewaardeerd, en dat zien de gemeenschappen zelf ook in. Helaas is er tussen de vele sjamanen een toenemende competitie om de toeristen, aldus Fotiou. „Hierdoor ontstaat er meer conflict en verandert de sociale cohesie in de gemeenschappen.” Ook is het de vraag hoe duurzaam en houdbaar deze ‘traditie’ zal zijn in de toekomst. Een ding is zeker: een authentieke ceremonie zul je niet meer vinden in en rondom Iquitos. Daarvoor is er te veel veranderd.

Van der Meijs ziet dit minder als een probleem. Hij verdient er zijn brood mee en is van mening dat ayahuasca iedereen kan helen. Zelf zegt hij enorm geholpen te zijn, op fysiek en mentaal niveau: „Ik weet door ayahuasca weer wat er echt belangrijk is in het leven. En dat gun ik iedereen.”