Hij tekende de toekomst

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Rudolf Das (1929-2020) tekende drijvende luchthavens en onzichtbare windmolens.

Rudolf Das in 2004.
Rudolf Das in 2004. Foto Hollandse Hoogte.

Een Vinex-wijk? Sáái, als je het Rudolf Das vroeg. Weinig inspirerend en bovendien: inefficiënt. In een land als Nederland, waar de ruimte zo schaars is, moet je de derde dimensie benutten, vond hij. Dan moet je stapelen, als bij een flat, maar dan net even anders. Aan het begin van de jaren tachtig bedacht Das ‘woonheuvels’: piramidevormige gebouwen met op de daken van de onderliggende woningen een terras. Zo konden mensen dicht op elkaar leven, hadden ze allemaal een tuin, en niet al te veel last van elkaar.

Hoe zou de wereld eruit kunnen zien? Aan die vraag wijdde Rudolf Das zijn levenswerk. In duizenden tekeningen gaf hij de toekomst vorm, met zijn eeneiige tweelingbroer Robbert. In een reeks rijk geïllustreerde boeken – met titels als Zicht op de toekomst en Wegen naar de toekomst – presenteerden ze ideeën voor onzichtbare windmolens, drijvende luchthavens, vliegende autoveerponten, magnetische treinen, nucleair geboorde tunnels, en nog veel meer.

De broers werden in 1929 geboren in Haarlem. Ze waren van plan verkeersvlieger te worden, maar toen Robbert vanwege een oogafwijking werd afgekeurd, besloten ze een technisch illustratiebureau te beginnen. Vaak werkten ze met zijn tweeën aan één tekening: de een begon links, de ander rechts, tot hun potloden elkaar ergens in het midden ontmoetten. Ze hadden naar eigen zeggen „een dubbelbrein”: hun hersenen waren weliswaar gesplitst, maar draadloos met elkaar verbonden. „We bellen elkaar ook altijd tegelijkertijd”, vertrouwde Rudolf een verslaggever van Het Parool eens toe.

In het voorjaar van 1952 waren de broers even het middelpunt van de wereldbelangstelling, nadat er een gedetailleerde tekening van een nieuw Brits oorlogsvliegtuig van hen in een internationaal luchtvaarttijdschrift verscheen. De Britten waren not amused: het ontwerp van de Vickers Supermarine Swift was immers strikt geheim. Waren de gebroeders Das misschien spionnen?

In het Polygoonjournaal van 25 februari dat jaar tonen de 23-jarige Rudolf en Robbert zich van geen kwaad bewust: „Wat wij gedaan hebben, is niet meer dan het combineren van gegevens die waren gepubliceerd in buitenlandse vakbladen,” zegt de een. De ander: „Van het onthullen van geheimen is hier absoluut geen sprake.”

Hoe dan ook: de ontwerpers hadden hun naam gevestigd. In de jaren die volgden kregen ze talloze opdrachten van overheden en bedrijven als Philips, Fokker en DAF. Soms waren hun ontwerpen vergaande gedachte-experimenten, soms realistisch, maar hun tekenstijl was altijd gedetailleerd, kleurrijk en in vogelvluchtperspectief.

Perspectieftekening van een woonheuvel uit Energie en onze toekomst (2008), uit het laatste boek van Rudolf en Robbert Das.

Toen Robbert in de jaren zeventig naar Zuid-Frankrijk verhuisde, bleven de broers samenwerken. Brainstormen deden ze telefonisch, schetsen stuurden ze per koerier of fax heen en weer. Onenigheid: nooit, vertelt Robbert Das: „We hadden eigenlijk één ego, en je kunt toch moeilijk ruzie krijgen met jezelf.” Wel hakten ze, om geen concurrenten te worden, hun werkgebied in tweeën. „Ruud deed de architectuur, ik vooral het nautische gedeelte.”

Diverse keren zagen zij hun ontwerpen terug in de echte wereld. Zoals het Leids Universitair Medisch Centrum en de autootjes „met druppelneus en stompe kont” – dubbelgangers van de Smart – waar een opdrachtgever hen ooit om had uitgelachen. Toch was toekomstvoorspellen nooit de opzet, vertelde Rudolf Das in een item van Het Klokhuis. „We zien een heleboel dingen die beter kunnen. Tegen wil en dank word je soms, als je ideeën hebt die goed zijn, futuroloog.”

De ideeën beperkten zich niet tot techniek: in Toekomstbeelden (uit 2000) stelden de broers al voor om immigranten uit arme landen pas na een verplichte trainingsperiode van een jaar het staatsburgerschap te geven. Ze pleitten voor een vrijer en minder door de overheid gestuurd leven, en vonden dat de mensen liever konden zijn „voor het planeetje aarde” en elkaar. Zelf gaven ze alvast het goede voorbeeld. Hun ontwerpen waren free to grab – vrij van auteursrecht.

Ook op latere leeftijd bleef Rudolf Das betrokken en nieuwsgierig, vertelt Coby Mumm, dochter uit zijn tweede huwelijk. Tot hij ver in de tachtig was, begeleidde ze haar vader naar lezingen. Nog steevast werd er op zijn adres een vrachtlading aan vakbladen bezorgd. „Toen het tekenen op een gegeven moment vanwege gezondheidsproblemen niet meer ging, kocht ik iedere week een puzzel van duizend stukjes voor hem, dat vond-ie heerlijk.”

Zijn broer in Frankrijk sprak Rudolf nog regelmatig, al gingen de telefoongesprekken de laatste jaren niet meer over werk. Robbert: „We praatten over allerlei normale dingen, over voetbalwedstrijden en wie volgend weekend zou winnen en zo.” 

Rudolf Das, iemand die het leven zag als „een opeenstapeling van gelukskansen”, overleed op 31 januari, 91 jaar oud. Vijftien jaar eerder was in de Utrechtse gemeente Houten de allereerste woonheuvel met tuinterrassen opgeleverd. Hij noemde het „een schaap over de dam”.