Het klimaat wordt steeds meer een kredietrisico

Kredietbeoordelaars Klimaatverandering wordt steeds belangrijker bij de waardering van bedrijven en overheden door kredietbureaus S&P, Moody’s en Fitch. „Dit is niet meer dan een begin.”

Illustratie Pepijn Barnard

Na de verwoestende kredietcrisis van ruim tien jaar geleden kregen ze ladingen kritiek over zich heen: Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch. Deze kredietbeoordelaars hadden de risico’s van de opgeknipte Amerikaanse hypotheekportefeuilles niet gezien, onderschat of zelfs genegeerd onder druk van hun opdrachtgevers, de banken, zo oordeelde een Amerikaanse onderzoekscommissie in 2011.

Kredietbureaus hebben een spilfunctie in het financiële systeem: hun ratings – van de hoogste, AAA, tot de laagste, D – moeten zichtbaar maken hoe solide een bedrijf of overheid is waarvan schulden worden verhandeld. Zo moeten beleggers worden gewaarschuwd voor risico’s. Daarin faalden Moody’s, S&P en Fitch, de drie belangrijkste kredietbeoordelaars, destijds hopeloos.

Anno 2020 lijken ze vastbesloten een relatief jong, maar groeiend financieel risico vooral níét over het hoofd te zien: klimaatverandering.

Inmiddels is het klimaat in krap 10 procent van de beoordelingen een factor

Het was even schrikken voor de olie- en gaswereld toen Moody’s afgelopen november dreigde de hoogste ‘Aaa’-score van gigant ExxonMobil in te trekken (bij S&P en Fitch heet dat ‘AAA’). Achter ‘Aaa’ plaatste Moody’s het vooruitzicht ‘negatief’, waarmee het vooruitloopt op een mogelijke afwaardering. Er bestaat een „opkomende bedreiging voor de winstgevendheid van olie- en gasbedrijven” door de maatregelen van veel landen om de „effecten van klimaatverandering tegen te gaan”, aldus Moody’s.

Bij kredietbeoordelingen spelen altijd meerdere factoren mee. In dit geval was dat bijvoorbeeld ook de negatieve kasstroom van ExxonMobil. Maar opmerkelijk was nu vooral dat Moody’s voor het eerst bij een fossiele-energiereus het klimaat noemde als negatieve factor voor de kredietwaardigheid.

Verlaagde waarderingen, downgrades, waarbij het klimaat een rol speelt, zijn er ook al, zegt Andrew Davison, vicevoorzitter van de Londense vestiging van Moody’s. In december verlaagde Moody’s de score van de Duitse autobouwer Daimler van A2- naar A3-, deels vanwege de „substantiële kosten” van het bedrijf om te voldoen aan EU-doelen voor reductie van CO2-emissies, vertelt Davison aan de telefoon. En Ford, het Amerikaanse autoconcern, werd in september door Moody’s teruggezet van ‘Baa3’ naar ‘Ba1’. Niet alleen dreigen grote emissieboetes voor Ford, ook is het maar de vraag of „klanten hun elektrische modellen zullen accepteren”, zegt Davison.

Klimaatdowngrade

Exxon, Daimler en Ford zijn twintigste-eeuwse multinationals die sterk van fossiele energiebronnen afhankelijk zijn en nogal wat moeite hebben met de energietransitie. Dat is één van de redenen voor de slechte cijfers die veel oliebedrijven en autobouwers de afgelopen weken over 2019 presenteerden. Wie vorig jaar de rapporten van Moody’s las, zag dit eigenlijk al aankomen.

In de rapportages van de kredietbeoordelaars zie je hoe het klimaat een financieel thema aan het worden is. S&P kwam al in 2009 met de eerste ‘klimaatdowngrade’: het Britse energiebedrijf Drax, eigenaar van een grote kolencentrale, werd afgewaardeerd naar ‘BB+’, ofwel junkstatus. „Sindsdien is het aantal beoordelingen waarin milieurisico, vooral klimaatrisico, een rol speelt substantieel toegenomen”, zegt Mike Wilkins, hoofd duurzame financiering bij S&P. Inmiddels is het klimaat in krap 10 procent van de beoordelingen een factor. „We zien dit verder stijgen.”

De eerste klimaatgerelateerde upgrades zijn er ook al. Deutsche Bahn ging in oktober vorig jaar bij S&P een trede omhoog naar ‘AA’, omdat de Duitse overheid miljarden in het spoornetwerk steekt om haar klimaatdoelen te halen.

Om hun kennis van klimaatrisico’s uit te breiden, nemen de kredietbeoordelaars bedrijven over die gespecialiseerd zijn in klimaatdata. Moody’s nam vorig jaar een meerderheidsbelang in Four Twenty Seven, een Californisch bedrijf dat naar eigen zeggen „economische modellen vermengt met klimaatwetenschap”. S&P kocht vorig jaar van de Zwitserse vermogensbeheerder RobecoSAM de afdeling die bedrijven screent op duurzaamheid. In 2016 al nam S&P Trucost over, een Brits bedrijf dat sociale en milieurisico’s in kaart brengt.

Fysiek risico

Het klimaat beïnvloedt het risicoprofiel van bedrijven op twee manieren. Niet alleen zet de energietransitie verdienmodellen op zijn kop (‘transitierisico’), ook begint fysieke klimaatschade de bedrijfsvoering te raken (‘fysiek risico’). In een rapport over de verzekeringsbranche stelt S&P bijvoorbeeld dat de kredietscore van zes kleinere herverzekeraars wordt gedrukt doordat ze onvoldoende zijn toegerust op „extreem weer dat wordt gedreven door klimaatverandering”. Fitch screent intussen Amerikaanse gebundelde hypotheekportefeuilles op waarschijnlijke blootstelling aan toekomstig natuurgeweld. „Schade aan huizen door natuurrampen komt de laatste jaren steeds meer voor”, vertelt David McNeil, expert duurzame financiering bij Fitch.

Ook overheden lopen fysiek klimaatrisico op hun schulden. Moody’s waardeerde in 2017 Kaapstad af na een ernstig watertekort in de Zuid-Afrikaanse stad, door aanhoudende droogte in het regenseizoen. Vorig jaar werd die downgrade ingetrokken, na maatregelen van de stad om, in de woorden van Moody’s, het „voortdurende milieurisico door klimaatverandering” aan te pakken. Australië, bezitter van de goudgerande Aaa-status, kreeg na de bosbranden van de afgelopen maanden geen downgrade, wel een waarschuwing van Moody’s: „Steeds vaker voorkomende ernstige natuurrampen gerelateerd aan klimaatverandering” leiden waarschijnlijk tot „oplopende en herhaalde kosten” voor de nationale en lokale overheden in het land.

Econoom Dirk Schoenmaker, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en gespecialiseerd in duurzame financiering, juicht toe dat de kredietbeoordelaars oog krijgen voor klimaatrisico’s. „Maar dit is niet meer dan een begin, er moet nog veel gebeuren. Net als de rest van de financiële sector hebben ze het klimaatrisico te lang geen prijs gegeven.”

Dat komt onder meer doordat overheden te traag zijn met klimaatbeleid, zegt Schoenmaker. „Het risico op plotselinge omslagpunten is groot. Als de ijskappen nog sneller smelten, of als er nog grotere bosbranden komen, kunnen opeens de rode lichtjes gaan branden bij beleidsmakers.”

De prijs voor CO2, nu zo’n 25 euro per ton, kan zomaar naar 100 of zelfs 200 euro gaan. „Bedrijven die geen omslag hebben gemaakt, kunnen dan te laat zijn.” Schoenmaker publiceert binnenkort onderzoek waaruit blijkt dat zo’n klimaatschok de waarde van de schulden van CO2-intensieve bedrijven flink kan raken.

Onzekerheid

Kredietbureaus zijn private ondernemingen. Ze verdienen hoofdzakelijk hun geld doordat het bedrijf of land dat een obligatie uitgeeft, een kredietstempel nodig heeft en daarvoor betaalt.

Die praktijk is sinds de crisis niet veranderd, zo klaagden vier Amerikaanse senatoren deze maand nog. Nog steeds kan sprake zijn van „belangenconflicten”, schreven zij aan toezichthouder SEC: kredietbureaus kunnen onder druk komen van hun opdrachtgever om ratings te versoepelen. Overigens zijn er vooralsnog geen aanwijzingen dat dit met klimaatrisico’s ook gebeurt.

Als je gelooft in „de efficiënte markt”, zegt Schoenmaker, „denk je misschien dat het klimaatrisico vanzelf zichtbaar wordt in ratings. In werkelijkheid lopen de kredietbeoordelaars achter de feiten aan.”

Kredietbureaus moeten meer hun best doen om klimaatrisico’s te kwantificeren, zei de baas van de Duitse centrale bank, Jens Weidmann, onlangs. Hij riep de kredietbeoordelaars op hun „analytische gereedschapskist uit te breiden”. Dan kan de ECB beter zien waar zij klimaatrisico loopt bij het opkopen van bedrijfsobligaties en bij onderpand van banken – een groeiende zorg bij de Europese centrale bank in Frankfurt.

Lees ook: De centrale bank moet nu ook de planeet redden

„We rennen zo snel als we kunnen”, zegt Mike Wilkins van S&P. Maar, zegt hij, „wij zijn niet de enigen die duurzame financiering stimuleren”. Zo werken centrale banken en financiële toezichthouders aan stresstests voor banken, zegt hij.

Makkelijk is het bovendien niet om klimaatrisico’s te meten, valt bij de kredietbureaus te horen. De looptijd van schuld die S&P beoordeelt, ligt vaak tussen de twintig en dertig jaar, zegt Wilkins. De klimaatwetenschap laat verschillende scenario’s van temperatuurstijging zien. „En dat leidt tot een reeks uitkomsten van mogelijk fysiek klimaatrisico, zoals schade door zware overstromingen of bosbranden.”

Er is nog een bron van grote onzekerheid, zegt David McNeil van Fitch. Het klimaatbeleid van overheden is lastig voorspelbaar – en het transitierisico daardoor ook. McNeil ziet een „groeiende kloof” tussen wat landen beloven voor het klimaat en welk beleid ze voeren. Daardoor neemt het risico toe dat later opeens „snel” gehandeld moet worden en dat opeens „hotspots” ontstaan: sectoren of landen waarin klimaatrisico’s zich ophopen. Fitch onderzoekt dit „nog niet goed begrepen” thema nu.

Hoogleraar Schoenmaker heeft voor beleggers nog een tip: „Vaar niet blind op dat kredietstempeltje”, zegt hij, „en doe ook vooral je huiswerk, met je eigen analyses.”