Recensie

Recensie Boeken

Gesterkt door een ontmoeting met een egel

Caroline Lamarche Een bekroonde bundel met negen verhalen toont mensen aan de rand van de samenleving, die gered worden door de band met een dier. Subtiel gaan de verhalen over natuur en klimaat.

‘Mensen die door een onherstelbaar verdriet worden achtervolgd, geloven niet meer in de toekomst. Maar des te meer in de verbeelding, waar de gekste verhalen ontstaan’. Een van de laatste zinnen van Van dieren en mensen vat mooi samen wat je tegen die tijd hebt gelezen: negen korte, soms bizarre verhalen over mensen die knel zijn komen te zitten, die verlaten zijn, gekwetst, gewond, onzeker, die zijn weggelopen of zich in zichzelf hebben teruggetrokken. Ze bevinden zich ‘à la lisière’, zoals de Franse titel het noemt: aan de grens van het bos, aan de rafelrand van de maatschappij, vlakbij de afgrond.

Maar vallen doen ze niet. Ze vliegen weer op, halen troost uit vriendschap met een eend, zorg voor een duif. Ze spreken woordeloos met een eekhoorn, voelen zich één met een paard of gesterkt door een ontmoeting met een egel. Mens en dier staan heel dicht bij elkaar in deze prachtige bundel van Caroline Lamarche.

De Franstalig Belgische schrijfster Lamarche (1955), auteur van veelal korte verhalenbundels, kreeg voor Van dieren en mensen de Prix Goncourt de la nouvelle. De verhalen zijn stuk voor stuk uitstekend geschreven portretten, cruciale, puntige momentopnamen uit een leven, miniaturen die je doen denken aan de bekende roman Vies minuscules (1984) van Pierre Michon. Het eerste verhaal is een love story tussen een man en een eend, die hij Frou-Frou noemt. De man ‘heeft een wij nodig’ in zijn leven, en sinds hij de eend redde is die aan hem verknocht. Als Louis, zoals de man heet, in het gras gaat liggen ‘komt ze met voorzichtige pasjes op hem af en daarna is ze opeens ontketend, ze zit in mijn haar, mijn oren, mijn ogen [...], het regent klappen, ze is dolverliefd [...] niemand heeft me ooit met zo’n hagel van zoenen bestookt, nou ja, haar soort zoenen. Je zou zeggen dat ze op die manier een dubbele gedachte wil uitdrukken: ik wil je verlaten, maar het lukt me niet.’

Toenadering zoeken, verlaten worden – het zijn thema’s bij Lamarche. Louis werkt in een opvangcentrum voor vogels, verzorgt een zwaluwjong dat de trek heeft gemist, ‘mussen die de bibber hebben sinds de akkers met een selectieve onkruidverdelger werden bespoten’, een Amerikaanse valk die ‘sans papiers’ is gedoopt. Hij haat maaimachines die bloedbaden aanrichten onder de weidevogels. Ook ergert de regeldwang van de overheid hem: sommige geredde vogels mogen nooit meer uit hun kooi, maar hoe ongelukkig ze ook zijn, ze mogen ook niet dood: ‘Jammer, ja, dat een vogel of een mens niet zelf het moment kan kiezen waarop het genoeg is geweest’.

Zo agendeert Lamarche onnadrukkelijk, tussen de regels door, ook allerlei hete hangijzers van nu: de gevolgen van natuurbeleid, klimaatverandering, de toekomst van onze planeet. Je zou de vorm van deze bundel kunnen vergelijken met de ‘Enigmavariaties’ van de Britse componist Edward Elgar. In die serie korte composities portretteerde hij zijn vrienden in muziek en gaf hij een proeve van zijn kunnen. Zo schotelt Lamarche ons een literair panorama van haar vrienden voor, mens en dier, die zoveel dichter bij elkaar staan dan je in eerste instantie zou vermoeden.