Elf Mozarts en een symfonie

Hans Ree

Het toernooi in Praag waarover ik vorige week al schreef, werd gewonnen door Alireza Firouzja (16) en riep natuurlijk vergelijkingen op met heldendaden van jonge schakers van vroeger, zelfs met Garry Kasparov, die als zestienjarige een toernooi won met 2,5 punt voorsprong op oud-wereldkampioen Petrosian. Die vergelijking was wat overdreven.

De groep van de Challengers werd gewonnen door Jorden van Foreest. Uit Praag reisde hij door naar de Duitse stad Mülheim, waar hij in het weekeinde in de Bundesliga twee partijen won voor zijn club Solingen. Hij werd daardoor 58ste op de wereldranglijst. Het gaat in volle vaart de goede kant op.

In Praag was gespeeld in hotel Don Giovanni, genaamd naar de opera van Mozart, waar de gasten in de lobby worden verwelkomd met pianomuziek van Mozart, waarna zij een drankje kunnen drinken in de hotelbar Amadeus.

De eminente Engelse schaakhistoricus Edward Winter is een kluizenaar die de wereld op zijn computer volgt en hij zal er vast niet bij zijn geweest, maar misschien was het wel een aanleiding voor de forse update die hij gaf aan een ouder artikel over ‘de Mozart van het schaken’. Tegenwoordig is Magnus Carlsen die Mozart, sinds Lubosh Kavalek de 13-jarige dreumes in 2004 zo noemde in een artikel voor The Washington Post. Het was een opwelling, hij moest een deadline halen, en later schrok Kavalek hoe iedereen die vergelijking overnam.

Edward Winter laat zien dat er voor Carlsen al minstens tien anderen waren die de Mozart van het schaken werden genoemd, van Morphy tot Kasparov. Wat is de schaakwereld toch rijk! De muziekliefhebbers hebben een Mozart, maar wij hebben er minstens elf.

Als de meticuleuze feitenpluizer Winter geen schaakhistoricus was maar een classsicus, had hij vast met zijn netwerk van informanten de klassieke vraag beantwoord welk lied de sirenen zongen en welke naam Achilles droeg toen die zich verborg tussen de dochters van Lycomedes. Als schaakhistoricus vond hij niet alleen al die Mozarts, maar ook de eerste partij die werd vergeleken (door de Amerikaan Reuben Fine) met een symfonie van Mozart. Voorwaar, verheugt u, het is een partij van Max Euwe, die we dus de Nederlandse Mozart van het schaken mogen noemen.

Max Euwe - Henk van Steenis, Amsterdam 1941

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 e6 5. e3 a6 6. c5 Pbd7 7. b4 Pe4 Geen goede zet. 8. Pxe4 dxe4 9. Pd2 f5 10. f3 exf3 11. Dxf3 Pf6 12. Lc4 Le7 Iets beter was 12...g6 gevolgd door 13...Lg7, want pion f5 had een extra dekking hard nodig. 13. 0-0 Pd5 14. e4 Pxb4 15. Lb2 Pc2 Zijn ondergang tegemoet, maar er was niets goeds meer. 16. exf5 0-0 Na 16...Pxa1 komt 17. Dh5+ en wit wint snel.17. Tad1 Pxd4 18. Dg4 Lxc5 19. Pe4

Zie diagram

Over deze zet was Reuben Fine lyrisch. Zwart kan een aftrekschaak geven, maar daarmee zou hij het alleen erger maken. 19...La7 20. f6 g6 21. Pg5 c5 22. f7+ Kg7 23. Df4 Lb8 24. Txd4 cxd4 25. Lxd4+ e5 26. Lxe5+ Lxe5 27. Dxe5+ Kh6 28. Pe4 b5 29. g4 Er waren veel manieren om te winnen, maar dit is een aardige. 29...Lxg4 Na 29...bxc4 komt 30. g5+ Kh5 31. Dg7 met een mataanval. 30. Pf6 Lf5 31. Pg8+ Txg8 32. fxg8D Het zou pedant zijn om op te merken dat 32. fxg8P+ nog iets nauwkeuriger was. 32...Dg5+ 33. Dg3 Zwart gaf op.