Recensie

Recensie Boeken

De briljante sterrenkundige die krankzinnig eindigde

Sterrenkunde Bijna niemand weet wie Gerard Fockens was. Toch gold hij een tijd als een briljante sterrenkundige. Hij eindigde in een psychiatrische inrichting.

De komeet van Halley gefotografeerd door een telescoop.
De komeet van Halley gefotografeerd door een telescoop. Foto Frederic CASTEL/Gamma-Rapho via Getty Images

Dat het leven van een volkomen vergeten landgenoot een kapstok kan bieden voor het beschrijven van een periode toont de biografie van de 19de-eeuwse Nederlandse sterrenkundige Gerhard Fockens (1810-1870). Bijna niemand weet nog wie hij was. Vreemd is dat niet, want hij heeft als observator op de Utrechtse sterrenwacht geen grote ontdekkingen gedaan. Hij observeerde sterren, nam in 1832 de overgang van Mercurius over de zon waar en maakte daar aantekeningen van, maar waar bijvoorbeeld een eerste observatie van de terugkeer van de komeet van Halley in 1835 hem nog enige faam had kunnen verschaffen, bleek die onjuist.

Toch moet Fockens briljant zijn geweest. Op zijn dertiende was hij de jongste student ooit aan de Utrechtse universiteit (in de theologie) en niet minder dan vier keer wist hij een gouden medaille te winnen in prijsvragen over wetenschappelijke onderwerpen die door universiteiten werden uitgeschreven.

Maar mede onder invloed van zijn dominante en veeleisende vader, een orthodoxe Friese dominee, ging het mis. Hij had inmiddels al zestien jaar gestudeerd, was geswitcht naar de sterrenkunde, maar van een promotie, het toen gangbare einde van een universitaire studie, was het nog niet gekomen. Het leven en vooral het geloof stelden hem voor te grote opgaven, hij belandde in een geloofscrisis en raakte na het Halley-échec het pad kwijt. Of zoals een medisch attest bij zijn opname het uitdrukte ‘Fockens geeft een treurig voorbeeld van de noodlottige gevolgen van overdrevene abstracte studiën gepaard met onverzadelijke ambitie’.

Schizofrenie

Volgens medisch historicus Mart van Lieburg leed hij aan een vorm van schizofrenie. Maar wat het ook was, hij werd gedwongen de rest van zijn leven door te brengen in verschillende inrichtingen dan wel onder de hoede van zijn familie. Nog geen zestig jaar oud overleed hij in het Huis van Barmhartigheid in Ermelo.

Van Lieburg kwam Fockens op het spoor bij zijn onderzoek naar academische prijsvragen. In de geschiedenis van dit tegenwoordig niet langer bestaande fenomeen slaagden slechts drie studenten erin om vier keer de hoogste eer voor zich op te eisen. Twee van hen werden hoogleraar, de derde was Fockens. Dit maakte Van Lieburg nieuwsgierig en bracht hem ertoe meer aan het licht te brengen over diens leven, al bleek snel dat er maar erg weinig oorspronkelijk bronnenmateriaal beschikbaar was.

Hij schetst het leven van Fockens dan ook ‘in de context van het universitaire, wetenschappelijke, kerkelijke en medische leven en tegen de achtergrond van de maatschappelijke en cultuurhistorische situatie’ op plaatsen waar diens leven zich afspeelde. Daarnaast besteedt hij aandacht aan de mensen die in Fockens’ leven een prominente plaats innamen, onder wie de bekende Utrechtse hoogleraar natuur- en sterrenkunde Gerrit Moll, en de theoloog Herman Kohlbrugge.

Knappe prestatie

Dat heeft een rijk boek opgeleverd over Nederland in de eerste helft van de 19de eeuw: over kerkgeschiedenis, met de opkomst van het (Fries) Réveil, over het Utrechtse studentenleven, over sterrenkundig onderzoek en ook over psychiatrie en krankzinnigenzorg, een onderwerp waar nog nauwelijks over gepubliceerd is.

Toch is het boek niet helemaal geslaagd. Van Lieburg beschikt over een meer dan encyclopedische kennis over de man, zijn familie en zijn tijd, maar heeft de neiging die in al zijn volledigheid, in de vorm van eindeloze hoeveelheden namen en jaartallen en ellenlange citaten, met de lezer te willen delen.

Daarnaast heeft hij gekozen voor een thematische opzet, waardoor hij in de eerste hoofdstukken voortdurend vooruitwijst naar wat komen gaat en in de latere refereert aan wat hij al heeft geschreven. De lezer mag al die informatie zelf tot een lopend geheel maken.

Desondanks is Van Lieburg erin geslaagd om de worsteling van Fockens invoelbaar te maken, en dat is een knappe prestatie.