Reportage

De Syriërs in het Turkse Reyhanli zijn bang voor geweld

Turkse grensplaats Voor weinig Turkse steden zijn de gevolgen van de Syrische oorlog zo groot.

Syriërs steken de Cilvegozu-grens over in het Reyhanli-district, Turkije, 28 februari 2020.
Syriërs steken de Cilvegozu-grens over in het Reyhanli-district, Turkije, 28 februari 2020. Foto Sedat Suna / EPA

Tientallen auto’s met Turkse vlaggen uit het raam rijden toeterend door het centrum van Reyhanli, een Zuid-Turkse stad aan de Syrische grens. Gehoofddoekte vrouwen maken met hun hand het grijze wolven-teken. Mannen schreeuwen ‘lang leve Turkije’ uit het raam. Het is een spontaan protest van inwoners van Reyhanli ter ondersteuning van de Turkse troepen die in de Syrische provincie Idlib vechten.

Maar verder is het akelig stil in Reyhanli, een dag na de dood van 36 Turkse militairen donderdag bij een bombardement in Idlib. Het centrum van de stad, waar het in betere tijden ’s avonds wemelt van de mensen, is vrijwel uitgestorven. Veel cafés, restaurants en winkels zijn gesloten. In een van vele shishatenten met tuin, die populair zijn bij Syriërs, is ’s avonds welgeteld één tafel bezet.

Eerdere incidenten

„De meeste Syriërs zijn vandaag niet naar hun werk gegaan”, zegt Tamer Apis, de lokale leider van de seculiere partij CHP, een man met een pokdalig gezicht. „En ze hadden hun kinderen niet naar school gestuurd. Dit gebeurde ook na eerdere incidenten, zoals de terreuraanslag van Islamitische Staat in 2013, toen er twee autobommen afgingen. „Het duurt altijd een paar weken voordat ze hun normale leven weer hervatten.”

Lees ook: 'Solistisch' Turkije staat nu alleen

De Syriërs zijn bang. Er zijn op veel plaatsen in Turkije rellen geweest waarbij Syrische winkels en zijzelf werden aangevallen, vaak met onware geruchten als aanleiding. Dit gebeurde in het verleden ook, zoals tijdens de Turkse operatie in 2018 tegen de Koerdische militie YPG in de naburige Syrische provincie Afrin. Toen werden vanuit Afrin raketten op Reyhanli afgevuurd. Hoewel mensen nu een kalme toon aanslaan, is onderhuidse animositeit jegens Syriërs voelbaar. Een Syrische journaliste droeg vrijdag een witte hoofddoek uit respect voor de Turkse doden.

Honderdduizenden vluchtelingen

Er zijn weinig Turkse steden die zozeer de gevolgen hebben gevoeld van de Syrische oorlog als Reyhanli. Bij de aanslag van IS in 2013 vielen 53 doden en 140 gewonden. Voordat de burgeroorlog in Syrië uitbrak telde Reyhanli 45.000 inwoners, inmiddels zijn er honderdduizenden Syrische vluchtelingen bij gekomen. Velen leven in tenten op braakliggende terreinen of in leegstaande gebouwen.

Maar nu lijkt de Turkse woede in Reyhanli vooral gericht tegen Rusland, dat door velen verantwoordelijk wordt gehouden voor dood van de Turkse militairen. Woensdagnacht kwamen meer dan duizend inwoners naar het lokale ziekenhuis om bloed te doneren en verhaal te halen. „Wat is dit nou voor bondgenoot die onze troepen bombardeert”, schreeuwden jongeren tegen de politie. Het is overigens nog niet duidelijk of Rusland (mede-)verantwoordelijk was voor de luchtaanval.

Turkije sloeg terug door ruim tweehonderd doelen van het regime in Idlib te bestoken met onder meer zwaar artillerievuur. Daarbij zijn volgens de Turkse minister van Defensie Hulusi Akar vijf helikopters, drieëntwintig tanks, tien pantservoertuigen, en diverse wapenopslagplaatsen verwoest. Ook zouden 309 Syrische regeringssoldaten zijn gedood. Maar deze aantallen zijn onmogelijk te verifiëren.

Donderdagnacht stuurde het Turkse leger veel extra materieel en manschappen naar Idlib. Maar een dag later is er in Reyhanli weinig te merken van de troepenopbouw en de strijd vlak over de grens. Inwoners vertellen dat er ’s ochtends wel enkele harde explosies te horen waren. Maar daar zijn ze inmiddels aan gewend. Af en toe rijden er wat militaire voertuigen, ambulances, en konvooien van de Verenigde Naties de grens over.

We moeten de troepen van het regime terugdringen

Turkse burger in Reyhanli

Voor de grensovergang bij Reyhanli staan tientallen satellietwagens en cameraploegen van Turkse nieuwszenders. Tussen de journalisten loopt een gemeenteambtenaar uit Adana rond, wiens zoon al tweeënhalve maand in Idlib vecht als commando. Hij heeft met twee vrienden 300 kilometer gereden naar de Syrische grens om in de buurt van zijn zoon te zijn, en zijn steun te betuigen aan de militaire operatie.

„Vanaf het moment dat het nieuws over het bombardement binnenkwam tot elf uur de volgende ochtend, kon ik mijn zoon niet bereiken”, zegt de man, die anoniem wil blijven vanwege de gevoeligheid van het onderwerp. „Toen belde hij ineens zelf. Zijn stem klonk rustig, dus dat stelde me gerust. Ik sta volledig achter de operatie. We moeten de troepen van het regime terugdringen tot voorbij de Turkse observatieposten in Idlib. De Russen hebben zich niet aan hun belofte gehouden, ze zijn niet te vertrouwen.”