Foto Clemens Bilan/EPA

Interview

‘De sportwereld heeft de dopingcontrole nooit uit handen willen geven’

Interview | Hajo Seppelt De Duitse journalist Hajo Seppelt (56) onthult misstanden in de sport. „De geschiedenis van de doping is er een van liegen en in de doofpot stoppen.”

Er is veel gebeurd, sinds Hajo Seppelt begin 2014 met een opgeplakte baard van Sotsji naar Moskou vloog. De Duitse journalist, internationaal bekend om zijn onthullingen over dopinggebruik in de sport, deed kort voor de Olympische Winterspelen in dat jaar onderzoek naar een nieuw spierversterkend middel dat in Rusland werd gebruikt.

Lees ook: het NRC-dossier over doping in de Russische sport

Met zijn vermomming deed Seppelt zich voor als een potentiële koper. Hij kreeg een proefmonster mee naar huis en berichtte over het ‘wondermiddel’ dat niet in de urine van sporters aangetoond kon worden. In de jaren daarna zou hij, met zijn team bij de publieke zender ARD, nog veel meer feiten over de Russische dopingpraktijken in de openbaarheid brengen.

Daarmee heeft Seppelt een belangrijke rol gespeeld bij de ontmaskering van het stelselmatige gebruik van stimulerende middelen in de Russische topsport – en de sleutelrol van de staat daarbij. Afgelopen december werd sportgrootmacht Rusland uiteindelijk zwaar gestraft: een schorsing van vier jaar voor de grote internationale evenementen, zoals de komende Olympische Zomer- en Winterspelen en het WK voetbal.

Seppelt komt Rusland niet meer in, hij is er persona non grata, zoals hij in 2018 ontdekte toen hem een visum werd geweigerd. Hij krijgt bedreigingen en laat zich tegenwoordig begeleiden door een lijfwacht. Maar uit handen van president Steinmeier ontving hij in 2018 het Bundesverdienstkreuz voor zijn „belangrijke bijdrage aan de onthulling van illegale en oneerlijke praktijken in de sport”.

„Mijn werk heeft me niet louter vrienden opgeleverd”, zegt Seppelt nuchter in een kleine snackbar in de Berlijnse wijk Spandau. Het steeds weer blootleggen van de duistere en zelfs misdadige kanten van de sportwereld roept niet alleen weerstand op bij betrokkenen met een kwaad geweten, maar ook bij sommige sportliefhebbers – en zelfs bij vakgenoten.

„Vijftien jaar geleden verweten collega’s me dat ik bezig was met zelfpromotie. Maar ik vind dat journalisten die bewust van dopinggebruik wegkijken de journalistiek beter kunnen verlaten. Ze moeten maar sportpromotor worden.

„Een deel van de media heeft heel lang meegeholpen om het systeem van dopinggebruik in stand te houden. Decennialang hebben journalisten kritiekloos bepaalde sportevenementen uitgezonden, terwijl daar sprake was van bedrog en sommigen dat ook wisten. Ik noem dat mentale corruptie. Maar inmiddels is het respect voor wat we doen wel enorm gegroeid.”

Bij de ARD, die aanvankelijk terughoudend stond tegenover het hardnekkig speuren naar dopinggebruik, draaide de wind in 2007 na een reeks grote dopingzaken in de Tour de France. De omroep richtte een speciale dopingredactie op, die in spannende documentaires steeds nieuwe gevallen aan het licht brengt en corrupte netwerken ontmaskert.

Vaak worden de journalisten daarbij geholpen door klokkenluiders of mensen die voor een verborgen camera hun mond voorbij praten. Seppelt en zijn mensen gaan soms undercover, maar – verzekert hij – nooit meer met een valse baard, want die begon halverwege de missie los te laten.

„De kern van ons team bestaat uit tien onderzoeksjournalisten”, zegt Seppelt, „en daarnaast hebben we ook nog freelancers, hier in Duitsland en daarbuiten, die vaak heel gespecialiseerd zijn.

„Nog altijd gedragen sommige sportjournalisten zich als fans. Er zijn er te veel over het hek geklommen, zoals een collega eens treffend opmerkte. We hebben dringend behoefte aan een intellectualisering van de sportjournalistiek. Meer slimme koppen en meer distantie ten opzichte van de sportwereld.”

Kunt u zich voorstellen dat een sporter doping gaat gebruiken?

„Er zijn veel sporters die op heel jonge leeftijd zijn begonnen hun sport te bedrijven. Jarenlang leiden ze een geïsoleerd bestaan, helemaal gericht op hun prestaties. Ze hebben geen sociaal leven, ze gaan niet naar de bioscoop of de disco, zoals hun leeftijdgenoten, omdat ze altijd maar trainen.

„Na zeven of acht jaar komen de meesten dan voor de vraag te staan of het de moeite waard is geweest. Kan ik, hoe hard ik ook getraind heb en hoe getalenteerd ik ook ben, mijn droom van een olympische medaille nog wel verwezenlijken?

„Als jonge gewichtheffer, langlaufer of wielrenner sta je dan op een tweesprong. Ga ik de kant op van doping en bedrog? Dan weet ik dat ik nog contracten krijg. Dat ik, als ik een marathonloper uit Kenia ben, mijn gezin kan onderhouden. Dat ik eerste of tweede kan worden, in plaats van vijftigste, en dan serieus geld kan gaan verdienen als een soort compensatie voor wat ik me al die jaren heb ontzegd.

„Daar komt dan nog de druk van de omgeving bij, die grote prestaties verwacht. En dat je om je heen ziet dat iedereen doping gebruikt.

„Of kies je voor fair play? In de wetenschap dat je dan nooit zal kunnen winnen. Tja, dat mensen dan in de dopingval trappen, zwak worden, gaan meedoen in het systeem, en dan dus ook aan het grote zwijgen, de omertà, daar heb ik wel enig begrip voor.”

Is het meestal een bewuste stap, of glijdt men langzaam af?

„Ze balanceren doorgaans een tijd langs de afgrond van die keuze. Maar op zeker moment zetten ze de stap en dat is bewust, daar zijn ze zelf verantwoordelijk voor. Ik vind het ook rechtvaardig dat sporters ervoor bestraft worden. Maar het is eenzijdig om hen alléén tot hoofdverantwoordelijke te maken. En dat doen journalisten die het woord ‘dopingzondaar’ in de kop zetten.

Keurt u dat woord af?

„Het is een misleidend begrip. Alsof het gaat om enkele zwarte schapen in de kudde. Maar dat is nooit het hele verhaal. Het gaat om het hele systeem eromheen. De geschiedenis van de doping is een geschiedenis van liegen en in de doofpot stoppen. En daar doet iedereen die ervan profiteert aan mee.

„Zolang doping niet ontdekt wordt, levert het veel op, want de prestaties worden beter. De sporter profiteert door meer medailles, hogere overwinningsbonussen en sponsorcontracten. De agent en de manager profiteren door hogere provisies. De organisator van de sportevenementen profiteert doordat er meer publiek komt kijken en de tv meer uitzendt.

„De sponsors profiteren omdat hun reclameborden langer in beeld zijn. De tv-zenders hebben betere kijkcijfers, de sportbond krijgt meer sponsors en meer subsidie, de politiek kan pronken met meer medailles, de trainers, artsen, fysiotherapeuten kunnen de wereld rondreizen. Het lijkt, als je de gezondheidsschade voor de sporters even buiten beschouwing laat, een win-win-situatie.

„Alleen wordt het voor iedereen een lose-lose-situatie als het dopinggebruik uitkomt. Dus wat voor belang hebben sportorganisaties en de andere betrokkenen erbij om de feiten op te sporen en naar buiten te brengen? Geen. De sportwereld zit gevangen in een klassiek belangenconflict, waardoor ze de dopingcontrole nooit uit handen heeft willen te geven.”

Vorig jaar publiceerde Seppelt (met co-auteur Wigbert Löer) een boek over zijn werk met de titel Feinde des Sports, vijanden van de sport. Daarmee bedoelt hij iedereen die deel is van het netwerk dat dopinggebruik, en het verdoezelen daarvan, mogelijk maakt. In het boek beschrijft hij de grote dopingzaken die hij in de loop der jaren naar buiten heeft gebracht, en ook hoe hij daarbij te werk ging.

Is er in de dopingbestrijding veel verbeterd?

„In elk geval is er veel veranderd. Mensen die naar topsport kijken, zien nu ook de andere kant van de medaille, de donkere kant. Doping is een gespreksthema geworden, ook onder sporters.

„Het Russische schandaal heeft een enorme uitwerking gehad. Maar we hebben het dan ook over het ergste wat de internationale sport kan overkomen: door de staat gestimuleerde doping over een breed front, verdoezeling daarvan en een internationale sportwereld die daar maar geen eenduidig antwoord op kon vinden.

„Ik heb nog nooit zoveel agressie tegen onze berichtgeving meegemaakt als door de Rusland-affaire. Ik zou lijden aan russofobie. Ik ben uitgemaakt voor een buitenlandse agent, die er in opdracht van de Duitse regering voor moest zorgen dat de aandacht werd afgeleid van tegenvallende prestaties van Duitse sporters.

„Maar ik heb de indruk dat langzamerhand ook in Rusland meer mensen het pijnlijk beginnen te vinden. Door de vlucht van belangrijke klokkenluiders naar de Verenigde Staten [onder wie directeur Grigoru Rodtsjenkov van het Moskouse dopinglaboratorium]. En door de uitsluiting van Russische atleten van internationale toernooien, waar ze de komende vier jaar alleen nog met neutrale status mogen deelnemen en niet onder de Russische vlag.”

Hoe kan dopingbestrijding effectiever worden?

„Er gaan miljarden in de sport om. Het zou goed zijn als de internationale sportbonden zichzelf verplichten een vast percentage van hun inkomsten in een fonds te stoppen, waar ze zelf niet over kunnen beschikken. Dat fonds zou onder een onafhankelijk bestuur moeten staan en de strijd tegen doping en corruptie in de sport moeten financieren.

„Er moet veel meer grondig onderzoek worden gedaan, en daarvoor zijn niet alleen meer journalisten nodig, maar ook meer gespecialiseerde officieren van justitie en politiemensen. We hebben het tenslotte over georganiseerde misdaad.

„Als er dopingtests worden gedaan, krijgt het publiek de indruk dat er streng gecontroleerd wordt. Maar als in het laboratorium slechts naar één verboden substantie wordt gezocht, zoals vaak het geval is, dan kan je nog steeds niet uitsluiten dat iemand doping heeft gebruikt. De aandacht zou zich meer dan nu ook moeten richten op sporten als voetbal, tennis, of bijvoorbeeld schaatsen in Nederland. Maar daar zijn veel mensen bang voor.”

Beleeft u nog plezier aan het kijken naar sport?

„Ik heb niets tegen sport, maar ik ben geen sportfan. Patriottische gevoelens heb ik er ook niet bij. Of een Duitser wint of niet, is voor mij niet belangrijk.”

Hajo Seppelt (met Wigbert Loër): Feinde des Sports – Undercover in der Unterwelt des Spitzensports. Ulstein Buchverlage, 384 blz.