Opinie

Corona-uitbraak? Mij treft het toch niet

Rosanne Hertzberger

Bekijk het voor de grap eens vanuit het coronavirus zelf. Eerst China, daarna Zuid-Korea, nu Italie, Frankrijk, Nigeria, Verenigde Staten: binnen een paar maanden van start-up naar een multinational die de hele wereld lamlegt en alle aandacht op zich gevestigd heeft. Dat is nog eens een sterk staaltje viral gaan.

Dat is geen aantrekkelijke business-strategie die u kunt afkijken. Coronavirus doet niet aan planning. Coronavirus denkt niet, doet niets, het virus ‘is’. Een hoopje genetisch materiaal in een zakje vet. Biologen noemen dat niet eens leven. Het is een van de vele pluisjes die ronddwarrelen, vastplakken, met ons meeliften en ons uiteindelijk doodziek maken.

SARS-CoV2, in de volksmond corona, heeft een aantal van die typische eigenschappen die een ziekteverwekker succesvol maakt: het maakt zijn gastheer in veel gevallen niet al te ziek, en maar in weinig gevallen dood. Het zorgt ervoor dat zijn vervoersmiddel nog een tijdje al hoestend kan rondwandelen. Hiv is het ultieme voorbeeld: mensen zijn soms jaren seropositief zonder aids te krijgen.

Nog zo’n virus dat veel mensen weet te besmetten: influenza. De Verenigde Staten maakten een uitzonderlijk zware influenza-winter mee. Het wetenschappelijk tijdschrift JAMA maakt de stand op tussen sterfte door influenza en door coronavirus in de VS: het staat momenteel 16.000-0. Als je alle doden in China er tegenover zet, is er voor elke acht Amerikaanse influenza-doden één Chinees corona-sterfgeval.

Ik zat maandag bij het talkshow-programma Op1 en werd gevraagd naar mijn mening over het coronavirus. Als microbioloog én opinieschrijver zou dit mijn moment en mijn onderwerp moeten zijn, maar tot mijn schrik had ik maar bijzonder weinig mening over de uitbraak. Pas later merkte ik allerlei verontrustende reflexen, bij mezelf en bij anderen. En die reflexen zijn uitermate egocentrisch. Het risico voor mij, mijn ouders en kinderen is klein. Geen zorgen dus: corona valt mee. Ik geniet het privilege dat ik een kerngezonde jonge vrouw ben te midden van een epidemie die gewoonweg niet heel gevaarlijk is voor kerngezonde jonge vrouwen. Ik kan me dat perspectief veroorloven omdat ik in Nederland woon met een uitstekend functionerende gezondheidszorg, met het RIVM en de GGD en tamelijk saaie degelijke bewindslieden.

Ik ben niet de enige die zo denkt: „Het is […] een virus dat je pas in gevaar brengt als je al kwetsbaar bent, dus ik ga me er totaal niet druk om maken”, schrijft een medisch specialist op Twitter. Precies die reflex sprak ik maandag hardop uit bij Op1.

Waren wij echt zo egocentrisch? Het trieste antwoord: ja. Samen met al onze kerngezonde leeftijdsgenoten roepen wij: kom maar door met dat coronavirus. Appeltje-eitje. Misschien zien we stiekem zelfs alle voordelen van de pandemie. Joepie, deglobalisering. De broodnodige dip in wereldwijde CO2-uitstoot. Even niet vliegen, lege havens, beurzen en congressen die worden afgezegd. Een dip in de wereldeconomie, een rem op de groei. Precies wat we nodig hadden.

Dat laat dat vetzakje met erfelijk materiaal duidelijk zien: wij denken alleen aan onszelf. En als kind van mijn tijd ben ik ook schuldig. Is het de ontkerkelijking? Of de tijdgeest die ervoor zorgt dat mensen zich steeds minder zorgen lijken te maken over medeburgers op leeftijd, of mensen die chronisch ziek of anderszins kwetsbaar zijn?

Het is precies dezelfde oorzaak van veel vaccinatietwijfels. Mazelen vormt nu eenmaal geen belachelijk groot risico voor een gemiddeld gezond Nederlands kind. Dat dat vaccin wel degelijk andere kinderen kan beschermen die kwetsbaarder zijn, is gewoonweg geen overtuigend argument voor veel mensen. Laat staan dat mensen nog te recruteren zijn voor een wereldwijde uitroeiing van zo’n virus. Daarvoor zijn we te diep weggezonken in onze eigen bubbels.

Die bubbels vertekenen de wereld. Deglobalisering is een zegen voor wie geen zin meer heeft om zich iets aan te trekken van de problemen op andere continenten. En levert deglobaliseren minder groei op? Prima, ‘wij’ zijn toch rijk genoeg?

Dat ‘wij’ gaat over steeds minder mensen. Influenza leert dat ‘wij’ ons helemaal niet zoveel zorgen maken. Ook honderdduizenden doden per jaar went, zolang die doden maar niet te veel op ons lijken.

Rosanne Hertzberger is microbioloog

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.