Opinie

Corona is geen virus van schuld en boete

Luuk van Middelaar

Nu het coronavirus na Italië de rest van Europa bereikt en kennelijk bij Sittard voor de grens staat, zullen we gauw merken: houdt Nederland het hoofd koel? De uitdaging is het gevoel voor verhoudingen te bewaren – tussen paniek over een ‘nieuwe horrorziekte’ en dedain voor een ‘griepvariantje’. We weten dat het coronavirus erg besmettelijk is maar minder dodelijk dan ebola of SARS. In China ligt het sterftecijfer rond de 2 procent, terwijl in Nederland vorig jaar op 400.000 griepgevallen zo’n 2.900 mensen overleden, oftewel 0,75 procent: corona als griep-plus.

Toch zal cijfermatige nuchterheid het pleit niet winnen zolang om Covid-19, de longziekte die dit nieuwe coronavirus veroorzaakt, zoveel mysterie hangt – sterven er ook gezonde volwassenen, kunnen kinderen veilig naar school, is een hand geven taboe? Angst voor het onbekende draait ons een loer. Die laat zich niet met statistieken wegpraten, want zit ook ingebakken in de taal. In het spreken over ziekte en gezondheid zijn oorlog en vrede nooit ver weg.

Een virus komt als indringer overal doorheen, beter dan bacteriën, zag ontdekker Dimitri Ivanovski in 1892. Tevens kan het zichzelf vermenigvuldigen door meegebrachte informatie keer op keer te laten afspelen, weten we sinds de jaren 1950 (reden van de latere term ‘computervirus’). Dit maakt een virus tot spion die door de linies komt, een vijandige propagandist die zijn boodschap onder het volk brengt – een ironische tegenstander voor de Chinese controlestaat, zo merkte een Duitse krant op. Hoewel de leiding in Beijing beweert dat er buiten de provincie Hubei nauwelijks gevallen bijkomen, zal deze insluiper de mondiale gemoedsrust beproeven tot er een vaccin is. We willen ontmaskering.

Hoezeer taal en metaforen ons gedrag inzake ziekte bepalen is weergaloos gefileerd door Susan Sontag in Illness as Metaphor (1979). Lang opgevat als goddelijke straf voor een stad of samenleving, kregen ziektes vanaf 1800 een individuele duiding. Zo gold tuberculose – met lijders als Shelley, Keats en Chopin – als teken van een gepassioneerde geest die het lijf ‘verteerde’, tot de ontdekte tbc-bacil zulke fantasieën een halt toeriep. Sontag beschouwt kanker, even mysterieus, als opvolger van tbc: ook daar kleeft de enkele patiënt een oordeel aan, straf voor ongezond leven of „opgekropte emotie”.

Vanwege deze individuele schuldtoewijzing moraliseren we grote epidemieën vandaag niet, aldus Sontag in een later essay over het aidsvirus. Corona is niet de toorn van God.

Dus resteert het klassieke verwijt dat de epidemie van buiten komt. Syfilis heette ooit French pox in het Engels, morbus Germanicus in Parijs en de ‘Chinese ziekte’ voor de Japanners. De buren hebben het gedaan. Idem voor de moderne plagen: aids en ebola uit Afrika; SARS en Covid-19 uit Azië. (Liefst vergeten wij dat wij ook zelf ziektes overbrengen, zoals Europese kolonisten met pokken, griep en cholera ooit Amerika en Australië decimeerden.)

Racisme is hier nooit ver weg. Zodoende reageerde Beijing als door een wesp gestoken op een kop in de Wall Street Journal waarin het de „zieke man van Azië” werd genoemd. Drie WSJ-journalisten werden als straf het land uitgestuurd, waarna de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo China de les las over persvrijheid, in het giftigste Amerikaans-Chinese incident in de coronacrisis tot nu toe.

Zo bezien is het een mentale overwinning voor Beijing dat enkele Chinese steden deze week maatregelen namen tegen bezoekers uit buurland Zuid-Korea, vanwege de Covid-19-uitbraak daar. Met deze omkering van dader en bron naar (tevens) slachtoffer haalt het land zichzelf uit de beklaagdenbank. Ook dat leert Sontag: hoe minder de ziekte een verhaal van schuld en boete is, hoe beter te bestrijden.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.