Britse branie versus Brusselse degelijkheid: Brexit, deel 2 gaat van start

18 vragen en antwoorden over onderhandelingen VK-EU Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie praten over nieuwe afspraken na de Brexit. De hakken staan aan beide zijden stevig in het zand, een akkoord voor 31 december van dit jaar is allerminst zeker.

Illustratie Studio NRC

Afwisselend in Brussel en Londen praten het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie de komende maanden over de nieuwe verhouding na de Brexit van 31 januari. Wat zijn de hoofdpijndossiers, hoe stellen beide partijen zich op en is er bijvoorbeeld nog kans op een No Deal? 18 vragen en antwoorden over de Brexit, deel 2.

  1. Met welk doel gaan het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie om de tafel?

    De Britten hebben op 31 januari 2020 de Europese Unie verlaten. Dat betekent dat het Verenigd Koninkrijk per direct uit EU-instituties is getreden. Om ervoor te zorgen dat de uittreding soepel verloopt, blijven verreweg de meeste regels die onder het lidmaatschap golden van kracht tot tenminste 31 december 2020.

    In deze overgangsperiode moeten het Verenigd Koninkrijk en de EU tot nieuwe afspraken komen. Naast het uittredingsakkoord (Withdrawal Agreement) om de Brexit juridisch te regelen, is een politieke verklaring (Political Declaration) opgesteld, die de reikwijdte en de gezamenlijke doelen van beide partijen weergeeft. Het is een vrij algemeen geformuleerd document waarin de EU en het VK hebben afgesproken dat er in de kern een ‘veelomvattend en gebalanceerd’ vrijhandelsakkoord moet worden gesloten, met daarbij afspraken over justitiële samenwerking, buitenlands beleid, veiligheidsvraagstukken, defensie en andere onderwerpen waar beide partijen graag afspraken over willen.

    Dit alles met oog voor de ‘internationale rechtsorde, de standaarden voor eerlijke en vrije handel, arbeidsrechten, bescherming van consumenten en milieu en samenwerking tegen binnenlandse en externe dreigingen die onze waarden en belangen kunnen schaden’.

    Wie het 27 pagina’s tellende document leest, zou kunnen denken: hier liggen kansen voor een nauwe toekomstige relatie tussen beide partijen. Maar de politieke verklaring is op geen enkele wijze bindend en zal snel op de achtergrond raken als ideologische rode lijnen en gevoelige dossiers eenmaal op de onderhandelingstafel komen.

    De EU benadrukt desalniettemin voortdurend dat beide partijen akkoord zijn gegaan met de formuleringen in de politieke verklaring over het belang van een ‘gelijk speelveld’ bij de toekomstige handelsrelatie . Dat betekent dat beide partijen elkaar niet oneerlijk mogen beconcurreren door eenzijdig regelgeving te versoepelen.

    De Britten kunnen dus niet verbaasd of verontwaardigd zijn over de eisen van de Europese Unie, onderstreept EU-onderhandelaar Michel Barnier voortdurend.

    Boris Johnson, die zijn handtekening in oktober inderdaad onder deze politieke verklaring zette, vindt echter dat hij bij de Lagerhuisverkiezingen van december een dusdanig sterk mandaat heeft gekregen, dat hij zich veel minder hoeft aan te trekken van die uitgangspunten, bijvoorbeeld over het gelijke speelveld.

  2. Wat is het tijdpad?

    De EU lijkt zich erbij neer te hebben gelegd dat Boris Johnson voor 2021 klaar wil zijn. Een verlenging van de overgangsperiode is mogelijk tot eind 2022, maar niemand gaat daar nog van uit. In de politieke verklaring staat dat er voor 1 juli van dit jaar duidelijkheid moet zijn over het verdere verloop van de onderhandelingen en de ratificatie en implementatie ervan.

  3. Wie zitten er aan tafel?

    Aan beide zijden van de tafel zijn er (recente) personele veranderingen, maar de hoofdrolspelers zijn dezelfden als tijdens ‘deel 1’ van de onderhandelingen over uittreding (2016-2019). EU-hoofdonderhandelaar is nog altijd Michel Barnier, de man die al sinds 2016 het Europese team leidt. Het woord Brexit raakt bij beide partijen steeds meer in onbruik, dus Barnier is tijdens de onderhandelingen hoofd van de ‘UK Task Force’.

    Aan de andere zijde van de tafel vindt hij David Frost. Hij was begin jaren negentig een aanhanger van de Europese gedachte, maar zegt als diplomaat in Brussel en andere Europese hoofdsteden te hebben gezien dat de EU niet werkt naar behoren. De ideale persoon dus, om te benadrukken dat het VK zich op geen enkele wijze naar Europese regels zal voegen. Wie dat denkt, mist volgens hem het hele punt van de Brexit.

  4. Wat is de inzet van de Britten?

    Waar Theresa May open leek te staan voor een akkoord waarbij het Verenigd Koninkrijk op onderdelen in lijn bleef met de EU, is de opstelling van premier Boris Johnson veel principiëler. Hij stelt zich op het standpunt dat het VK een onafhankelijke staat is waarvan de soevereiniteit op geen enkele wijze gecompromitteerd mag worden.

    Vanuit die gedachte willen de Britten de onderhandelingstafel zo snel mogelijk verlaten met een deal, zodat ze ook het tweede deel van het scheidingstraject achter zich kunnen laten en er geen noodzakelijke band meer is met Brussel.

    Het liefst zou het VK een Canada-achtige handelsdeal sluiten. Dat betekent weinig tot geen importtarieven en quota. Als Canada zo’n deal als CETA kan sluiten met de EU, waarom zou dat dan niet mogelijk zijn voor een nog altijd gewaardeerde en veel nabijere partner als het VK, klinkt het in Londen. CETA is overigens al wel in werking getreden, maar nog altijd niet door alle EU-lidstaten geratificeerd.

    Wat de Britten in ieder geval niet willen, is dat hun toegang tot de interne markt van de EU afhankelijk wordt van de mate waarin het VK de regels uit Brussel blijft volgen. Een rol voor het Europees Hof van Justitie bij toekomstige geschillen wordt categorisch afgewezen en ook zogenaamde dynamische afstemming, waarbij de Britten hun wetgeving aanpassen volgend op veranderende regels binnen de EU, zit er volgens de Britten op dit moment niet in.

    Nee, bij een handelsdeal met de EU wil het VK behandeld worden als ieder ander land dat een akkoord heeft met de Unie, ook al zijn de twee partijen economisch en juridisch sterk met elkaar verweven. Dat het VK als het ware op de deurmat van de EU ligt, zou volgens de regering-Johnson geen rol mogen spelen. Het land ziet zich als een ‘sovereign equal’ en dat zou volgens Londen een leidend uitgangspunt moeten zijn.

  5. Wat is de inzet van de EU?

    Op het eerste gezicht lijkt de EU niet onwillig om met veel van de Britse wensen mee te gaan. Een deal met een minimum aan tarieven en quota – voor het einde van dit jaar beklonken – is volgens Brussel mogelijk. Dat deze vanwege de beperkte tijd in eerste instantie bescheiden van omvang zal zijn, is ook nog wel overkomelijk; zaken als veiligheid en defensie kunnen ook later worden uitgewerkt, zolang de bestaande afspraken maar geëerbiedigd worden.

    Waar het zal wringen, is regulering. De overgebleven 27 EU-landen vrezen dat het VK een soort ‘Singapore aan de Theems’ wordt, dat bijvoorbeeld met behulp van soepeler regels voor staatssteun bedrijven uit EU-landen kapot zal concurreren.

    Als de Britten een handelsakkoord naar Canadees model willen, zullen er wat betreft de EU garanties moeten komen voor een gelijk speelveld om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De EU benadrukt daarbij voortdurend hoezeer het VK verschilt van Canada: een buurman met wie de banden nauw en hecht zijn versus een verre relatie met wie je op onregelmatige basis contact hebt. Met andere woorden: met de Britten zullen meer afspraken moeten worden gemaakt, om concurrentievervalsing te voorkomen.

    In het mandaat dat de lidstaten overeen zijn gekomen staat daarom dat de voorwaarde voor quota- en heffingvrije handel is dat het VK de bestaande milieu- en arbeidsrichtlijnen handhaaft. Vooral op de regels rond staatssteun legt de EU veel nadruk: een signaal dat men er beducht voor is dat de Britse overheid bedrijven na Brexit gaat ondersteunen.

    Om te voorkomen dat het VK ongestraft toch gaat afwijken van de standaarden wil de EU dat een speciaal bestuursorgaan wordt ingesteld. Ontstaat er een conflict, dan moet een onafhankelijke arbitragecommissie die bindende besluiten kan nemen zich daarover buigen. Negeert een van de partijen zo’n beslissing, dan moet de andere partij ook autonoom sancties kunnen opleggen.

    Een rode lap voor de Britten is met name een eventuele rol voor het Europees Hof van Justitie. Een van de beloftes van Brexit was immers dat het VK zich zou ‘ontworstelen’ aan de rechters in Luxemburg. Maar de EU benadrukt dat als het om onderdelen van het EU-recht gaat, betrokkenheid van het EU-hof ook in de toekomst onvermijdelijk zal zijn. Tegelijk zal die rol waarschijnlijk klein zijn en zal het EU-hof alleen in beeld komen als een conflict ontstaat over de rechten van EU-burgers.

  6. Welke onderwerpen worden als eerste behandeld?

    Hoeveel onderwerpen in het beperkte tijdsbestek precies behandeld kunnen worden, is nog niet helemaal duidelijk. De twee dossiers die in de politieke verklaring echter expliciet met een datum genoemd staan, zijn financiële dienstverlening en visserij. Respectievelijk in juni en juli moet daar duidelijkheid over zijn.

    Bij financiële dienstverlening is het van belang dat zowel het VK als de EU de (internationale) financiële regels hetzelfde blijven interpreteren. Alleen zo kan er sprake zijn van ongehinderde toegang tot elkaars (kapitaal)markten.

    Londen is een van de grootste financiële centra ter wereld en Europese banken en bedrijven willen er toegang toe houden. Maar de Britten zijn desondanks bang dat de EU de interpretatie van regels zou kunnen gebruiken om financiële dienstverlening van firma’s uit Londen aan Europese klanten te blokkeren.

    In februari lekte uit dat de regering-Johnson van de EU langdurige zekerheden wil over de toegang van bedrijven uit de Londense City tot de EU-markt, om zo stabiliteit te kunnen garanderen aan de City.

    Hoofdonderhandelaar Michel Barnier reageerde daarop dat de Britten ‘zichzelf niet in de maling moeten nemen’ met dergelijke eisen, ook ingegeven door de notie dat teveel garanties vooraf de onderhandelingspositie van Brussel ondergraven. Toch is het voor beide partijen van groot belang dat een zo soepel mogelijke toegang goed geregeld wordt.

    Voor visserij is dat een heel ander verhaal. Daar zal het waarschijnlijk echt hard tegen hard gaan, omdat het onderwerp de binnenlandse gemoederen aan weerszijden van de Noordzee erg bezighoudt.

  7. Waarom is visserij zo’n beladen onderwerp?

    Hoewel visserij voor de Britten ongeveer 0,1 procent van de economie vertegenwoordigt, symboliseren de vissersvloot en het principe ‘baas in eigen zee’ voor Brexiteers bij uitstek hun herwonnen vrijheid. Het idee in die kringen is dat de Europeanen de Britse wateren te lang zijn komen leegvissen, en dat dit economisch gewin meer aan de Britse visserij moet toekomen.

    Het is inderdaad zo dat Nederlandse en Franse vissers voor meer dan een half miljard euro opvissen uit Britse visgronden. De Britten halen op hun beurt voor een kwart aan die waarde naar boven uit EU-wateren.

    „Visserij is onze grootste kwetsbaarheid”, erkent een onderhandelaar in Brussel. Niet alleen omdat het VK een belangrijk chantagemiddel in handen heeft, ook omdat er maar een beperkt aantal lidstaten is dat een duidelijk belang heeft bij toegang tot de Britse wateren; voornamelijk de Noordzeelanden.

    Sommige EU-ambtenaren vrezen dat als de golven in de onderhandelingen écht hoog gaan, volledige toegang tot de Britse wateren toch geofferd kan worden. En dat zorgt voor grote problemen voor Nederlandse en Franse vloten, en zal tegelijk ook de nationale trots krenken. Een potentieel gevaarlijke bananenschil voor de leiders van die landen, dus.

  8. Vanwege de Brexit moeten de Britten met bijna de hele wereld nieuwe afspraken maken. Welke landen zijn naast de EU het belangrijkst?

    Economisch gezien is er maar een akkoord het belangrijkste: dat met de EU. Het Verenigd Koninkrijk kan verlies van verregaande toegang tot de Europese interne markt niet compenseren met handelsverdragen met andere landen, becijferden economen meermaals. De regering van Johnson wil het liefst laten zien dat het Verenigd Koninkrijk door haar geschiedenis en haar aanzienlijke soft power in de wereld nog steeds een belangrijk land is. Handelsakkoorden met Gemenebest-landen als Australië, Nieuw-Zeeland en India staan hoog op het verlanglijstje van 10 Downing Street. Politiek gezien is voor Johnson echter de druk het hoogst om ook een handelsakkoord met de Verenigde Staten te regelen.

  9. Voor Brexiteers geldt een handelsovereenkomst met de VS als heilige graal. Waarom?

    Dat heeft meer politieke dan economische redenen. Een stroming van Brexiteers koestert nauwe banden met de rechterflank van de Amerikaanse politiek. Nigel Farage pocht graag over zijn vriendschap met president Trump. En partijgenoten van Johnson zoals Jacob Rees-Mogg vinden dat het VK taalkundig, cultureel en historisch meer gemeen heeft met de Amerikanen dan met Europeanen.

    Zij willen dus een snelle deal met Trump. Zo’n akkoord is echter ook omstreden. Al sinds de Brexit-stem in 2016 zijn er zorgen dat een nauwere economische band met de VS zal betekenen dat hormoonvlees, met chloor gespoelde kippen en Amerikaanse zorgaanbieders worden toegelaten. Dat is zwaar omstreden en zal tot maatschappelijk verzet leiden.

  10. Hoe wordt er in de VS gedacht over een snel, vergaand handelsakkoord met het VK ?

    Trump heeft meerdere keren gezegd dat een fantastische deal met de Britten mogelijk is. Tegelijkertijd is de Amerikaanse president boos op Johnson omdat de Britse premier het toestaat dat het Chinese telecombedrijf Huawei mogelijk delen van het 5G-netwerk mag aanleggen in het VK. Ook willen de Amerikanen dat de Britten een belasting op de reuzen van Silicon Valley schrappen.

    Er waren theorieën dat Johnson na de Brexit het schoothondje van Trump zou worden: alles om maar een handelsdeal mogelijk te maken. Dat is tot nu toe niet het geval gebleken. Tegelijkertijd is een Brits-Amerikaans handelsakkoord geen dominant thema in Washington. Zeker niet in een verkiezingsjaar waarin de politiek geneigd is vooral te kijken naar het binnenland.

  11. Dreigt er nog een No Deal als het VK en de EU er voor 31 december niet uitkomen?

    Er wordt vaak gerept over een No Deal-light, maar dat is een misleidende term. De voorwaarden van het uittredingsakkoord van vorig jaar blijven van kracht. De Britten betalen de eindrekening van de uittreding, de afspraken over de grens op het Ierse eiland blijven van kracht, evenals de overeenkomsten over de rechten van EU-burgers in het VK en omgekeerd.

    Wat in dat geval wel ontbreekt is een deal over de toekomstige samenwerking. Dat betekent dat de handel tussen het VK en de EU zal plaatsvinden volgens de regels van de Wereldhandelsorganisatie. De handel komt dan niet stil te vallen – tussen de EU en bijvoorbeeld China wordt ook op die voorwaarden gehandeld – maar het wordt wel moeilijker, met douanecontroles, invoerheffingen, quota, hygiënechecks op levensmiddelen en andere barrieres.

    Ook belangrijk: zo’n situatie betekent dat de Britten en de EU geen afspraken maken over samenwerking op gebied van justitie, politie en veiligheid.

  12. Zijn de EU-landen het onderling eens over de voorgenomen koers bij de onderhandelingen?

    Ook in Brussel was men er de afgelopen jaren nog wel eens verbaasd over: de opvallende eensgezindheid van EU-lidstaten in aanloop naar de Brexit. Dat de EU erin slaagde de rijen gesloten te houden beschouwt men als een belangrijke prestatie.

    Of het lukt die eensgezindheid te bewaren in de volgende fase is de vraag. Bij het uitonderhandelen van de scheidingsakte liepen de belangen van de EU-lidstaten nauwelijks uiteen. Waar het gaat om de toekomstige relatie met het VK zijn de verschillen groter. Voor lidstaten als Nederland en Frankrijk heeft toegang tot de Britse visgronden hoge prioriteit, terwijl dat in bijvoorbeeld Polen helemaal geen thema is. Daar is men juist weer bezorgd over de burgerrechten van Poolse migranten in het VK.

    Als er druk komt te staan op de onderhandelingen wordt duidelijk hoe eensgezind de EU écht is. Zal Duitsland, dat vreest voor haar auto-industrie, bijvoorbeeld accepteren dat handelsbetrekkingen worden geschaad of zelfs geblokkeerd door gedoe over visserij? Zonder twijfel gaan de Britten proberen de lidstaten tegen elkaar uit te spelen.

  13. Wanneer moet een eventueel akkoord aan EU-zijde worden geratificeerd? En wat zijn daarbij de valkuilen?

    De ‘deadline’ mag officieel op 31 december liggen, iedereen in Brussel is zich er goed van bewust dat de tijdsspanne in de praktijk nog een stuk krapper zal zijn. EU-handelscommissaris Phil Hogan heeft gezegd dat een akkoord er eigenlijk al in oktober moet liggen. Alleen dan zou er voldoende tijd zijn het resultaat voor te leggen aan alle lidstaten en het Europees Parlement, het om te zetten in alle Europese talen en de benodigde voorbereidingen te treffen.

    Ondertussen is er ook nog een scenario waar men in Brussel liever niet te veel over nadenkt, maar dat toch niet helemaal kan worden uitgesloten. Er is een kans dat het uiteindelijke handelsakkoord ‘gemengd’ is, wat betekent dat er onderdelen in staan waar lidstaten zelf over mogen beslissen.

    Zo’n onderdeel kan bijvoorbeeld een systeem van arbitrage voor investeerders zijn. Een gemengd akkoord moet ook aan alle nationale en regionale parlementen in de EU worden voorgelegd. De afgelopen jaren bleek hoe dat mis kan gaan: Wallonië dreigde CETA, het akkoord met Canada, te blokkeren. Op dit moment ligt de Nederlandse politiek dwars en wacht CETA op akkoord door de Eerste Kamer.

    Bij ‘normale’ handelsakkoorden valt men bij een mislukking terug op de status quo. Maar zo’n bodem is er met de Britten niet, dus een afwijzing betekent in dit geval een terugval naar WTO-regels en noodverbanden op andere gebieden dan handel.

  14. Betekent dat dan ook dat soepel handelsverkeer (frictionless trade) in gevaar komt, als op veel vlakken nog geen sluitende afspraken zijn op 31-12?

    Handelsverkeer zonder belemmeringen is sowieso verleden tijd na 31 december 2020. Waar de regering van Theresa May nog streefde naar het wegnemen van zoveel mogelijk nieuwe handelsbelemmeringen na de Brexit, heeft haar opvolger Boris Johnson te kennen gegeven dat hij vooral autonomie nastreeft en zich op geen enkele manier wil vastleggen op Europese regels. De heersende economische praktijk is ondergeschikt aan onafhankelijkheid, zo klinkt het in Londen.

    Dat heeft een prijs. Hoewel lang het tegendeel is beweerd door Johnson en zijn collega’s, moesten zij begin februari toegeven dat Britse bedrijven die importeren vanuit en/of exporteren naar de EU te maken zullen krijgen met douaneformaliteiten. En bij gebrek aan een speciaal partnerschap wordt het VK een ‘derde land’. Voedsel en vee wordt dan door de EU waarschijnlijk gecontroleerd aan haar buitengrenzen, om zo de eigen standaarden te kunnen waarborgen.

    Britse en Europese bedrijven vrezen zodoende extra rompslomp aan de grens, waarvan de precieze implicaties nog onduidelijk zijn.

  15. Welke sectoren krijgen daar dan het meeste last van?

    Er zijn twee sectoren die vaak worden aangewezen als problematisch, waar het gaat om de herinvoering van douaneformaliteiten en -controles: verswaren en de auto-industrie.

    Telers uit het Westland en bijvoorbeeld Nederlandse producenten van versmaaltijden rekenen erop dat hun producten zo snel mogelijk in de Britse schappen liggen vanwege de houdbaarheid.

    De economische hinder en schade die zij zullen lijden, hangt in hoge mate af van de praktijk: hoe zal de afhandeling in de havens als Calais, met veruit de grootste goederenstroom, verlopen? Als de goederen eenmaal in Dover zijn, moeten ze dan eerst uren wachten op formaliteiten? En zal het systeem waarbij vooraf ingeklaard moet worden – anders mag je de boot naar Dover niet op – werken?

    Het VK heeft een omvangrijke auto-industrie die goed is voor 15 procent van de totale Britse export. Merken als Nissan en BMW hebben grote fabrieken in het midden en noorden van Engeland die gebruik maken van het just-in-time-principe: het bestellen van onderdelen gebeurt vanwege voorraadbeheer op het laatste moment. En veel van die onderdelen komen van toeleveranciers uit de EU.

    De SMMT, de Britse koepel van autoproducenten, dringt er bij de politiek al jaren op aan om verregaande afspraken te maken met de EU die frictie aan de grens en het gevaar van invoertarieven zo veel mogelijk wegnemen. Als de regering voor 2021 geen akkoord bereikt met de EU, schat de SMMT de directe schade op bijna 4 miljard euro.

  16. Hoe zit het met migratie en de rechten van EU-burgers in het VK en Britten die in Europa wonen?

    EU-burgers die al in het VK woonachtig zijn of voor eind 2020 verhuizen, hebben het recht te blijven. Hetzelfde geldt voor Britse burgers die vanuit Dover of Harwich met de veerboot een enkele reis naar de EU maken. Als de transitieperiode op 31 december 2020 afgelopen is, vervalt het vrij verkeer van personen tussen de EU en het VK.

    Korte reizen, lange vakanties en zakenreizen zullen geen probleem zijn, maar mensen die willen verhuizen zullen een verblijfsvergunning moeten bemachtigen. De Britse overheid gaat een puntensysteem invoeren, naar Australisch model, voor burgers die vanuit de EU (Ieren uitgezonderd – zij hebben een eigen ruimhartige regeling) naar het VK willen verhuizen om te werken. Mensen moeten in ieder geval Engels spreken, een aanbod van een werkgever op zak hebben, hooggeschoold werk verrichten (VWO of hoger) en minimaal 25.600 pond per jaar verdienen.

    Wie net een paar duizend pond onder die grens zit, kan dat compenseren door te solliciteren op banen in sectoren met schaarste (zoals de zorg) of in branches die de Britse kenniseconomie vooruit kunnen helpen (wetenschap, technologie, bouwkunde en wiskunde). Ook zullen er jaarlijks 10.000 visa beschikbaar zijn voor seizoensarbeid, om bijvoorbeeld in de zomer de aardbeien in Kent te plukken of de spruitjes op de akkers van Yorkshire voor Kerst.

    Aangezien het VK geen EU-lid meer is, staat het de 27 leden van de unie vrij hun eigen en aparte migratiebeleid te voeren voor Britten die willen neerstrijken.

  17. Waarom horen we niets meer over de backstop?

    Omdat de backstop is ingeruild voor de frontstop. Dat was eind vorig jaar de grote doorbraak in de Brexit-impasse. Na al het gesteggel over de grens op het Ierse eiland, besloot Boris Johnson het probleem te verleggen. Hij stemde ermee in dat de douanegrens tussen EU en VK de facto in de Ierse Zee komt te liggen, tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië, de zogenoemde frontstop dus. De backstop was iets anders: het héle VK zou deel blijven uitmaken van de douane-unie van de EU, als pogingen tot een nieuw handelsakkoord zouden mislukken.

    Bij de frontstop trekt Noord-Ierland op met de EU-regels voor douane en handel, waardoor er geen noodzaak is controles uit te voeren op de grens tussen Noord-Ierland en Ierland. Grenscontroles tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland liggen gevoelig bij de Noord-Ierse unionisten, die onlosmakelijk verbonden willen blijven met de rest van het VK. Johnson zou daarom zoeken naar manieren om onder de controles uit te komen. Dat wekt weer woede bij de EU en Ierland, die vinden dat de Britse premier in dat geval zijn afspraken niet nakomt. Met andere woorden: de Ierse grenskwestie domineerde het Brexit-debat voor uittreden en de kans is groot dat dit het komende jaar niet anders zal zijn.

  18. De Schotten stemden tegen de Brexit. Zijn zij toch volledig gebonden aan de afspraken die door Londen worden gemaakt?

    Ja. De regering in Londen onderhandelt namens het gehele koninkrijk – of de Schotse premier Nicola Sturgeon dat nou fijn vindt of niet. Wel kunnen de Schotten via omwegen invloed uitoefenen. Hoe harder de Brexit uiteindelijk wordt en hoe groter de economische afstand tussen Schotland en de EU, hoe meer Schotten wellicht bereid zijn een nieuw onafhankelijkheidsreferendum te steunen.

    Daar heeft Boris Johnson geen zin in. Hij kan dus overwegen de Schotse bevolking gunstig te stemmen door naar hun wensen te luisteren. Hij kan hen ook negeren en de confrontatie met de nationalisten opzoeken.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Haagse Zaken goes Brexit: goede buren of verre vrienden?

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.