NS vervoerde vorig jaar recordaantal passagiers

Spoorwegen NS boekte vorig jaar de grootste groei sinds 2008. Keerzijde: het bedrijf kan het aantal passagiers nauwelijks meer aan. Over vijf jaar bereikt NS de grenzen van zijn capaciteit.

Treinen op Amsterdam Centraal. In de Randstad was de passagiersgroei voor NS afgelopen jaar bovengemiddeld.
Treinen op Amsterdam Centraal. In de Randstad was de passagiersgroei voor NS afgelopen jaar bovengemiddeld. Foto Remko de Waal/ANP

NS heeft vorig jaar 3,7 procent meer passagiers vervoerd dan in 2018. Dat is ruim meer dan de groei tussen 2014 en 2018, toen de groei per jaar gemiddeld 2,2 procent was. Op toch al drukke lijnen was de groei bovengemiddeld. In de Randstad bedroeg die 6,4 procent, op het traject Arnhem-Utrecht 8,2 procent, tussen Amersfoort en Deventer 10,7 procent. Dat blijkt uit deze donderdag gepubliceerde jaarcijfers.

Omzet en winst van het spoorbedrijf stegen navenant. De omzet bedroeg vorig jaar 6,66 miljard euro (plus 12,4 procent) de nettowinst 215 miljoen euro. In 2018 was dat nog 116 miljoen euro. Van de winst gaat ditmaal 73 miljoen euro als dividend naar de staatskas.

Tegenover een eigen vermogen van 818 miljoen euro staat 755 miljoen euro aan financiële verplichtingen. Daarmee noemt het spoorbedrijf zich feitelijk ‘schuldenvrij’.

NS presteert goed als het gaat om klanttevredenheid en punctualiteit. Net als vorig jaar kwam gemiddeld 92,6 procent van de reizigers op tijd. Van hen waardeerde 89 procent de dienstverlening met een 7 of hoger. In 2018 was dat nog 86 procent.

Concessie

De goede resultaten, halverwege de looptijd van de concessie die NS in 2015 verwierf, zijn van belang voor het spoorbedrijf en zijn monopoliepositie op het Nederlandse hoofdspoornet. Infrastructuur en Waterstaat beoordeelt die resultaten komend voorjaar bij de vraag of NS na 2024 opnieuw de concessie onderhands wordt gegund, of dat exploitatie van het spoor geheel of gedeeltelijk openbaar wordt aanbesteed.

De komende jaren is vooral de vraag of NS verdere passagiersgroei kan opvangen. Topman Roger van Boxtel liet in augustus, bij de presentatie van de halfjaarcijfers, al weten dat de spoor- en perroncapaciteit nu al tekortschiet. NS heeft 3,7 miljard euro voor investeringen tot en met 2024, onder meer in een nieuwe generatie intercity’s die 200 kilometer per uur kunnen rijden.

Beveiliging

Vooralsnog is alleen het baanvak van de hogesnelheidslijn Amsterdam-Schiphol-Breda geschikt voor zulke snelheden. Op andere baanvakken is dat alleen mogelijk als fors wordt geïnvesteerd in het digitale beveiligingssyteem ERTMS, dat het oude, analoge systeem moet vervangen. Tot 2050 schat NS de kosten hiervan op 6,5 tot 7 miljard euro. Nu zijn nog maar enkele baanvakken met het nieuwe systeem uitgerust, zoals de Betuweroute voor goederenvervoer, de HSL-Zuid (Amsterdam-Breda), de Hanzelijn (Lelystad-Zwolle) en Amsterdam-Utrecht.

Het is volgens Van Boxtel aan de politiek om tot majeure investeringen in de spoorwegen te besluiten. „De huidige populariteit van het spoor is geen vanzelfsprekendheid”, aldus de topman. „Door de reizigersgroei en de verstedelijking zijn de mobiliteitsopgaven voor de komende jaren enorm. We willen in Europa minder vliegen en meer met de trein reizen. Dan is het van belang dat Nederland voor de lange termijn investeert in de daarvoor noodzakelijke infrastructuur. Achteroverleunen is er niet bij.”