Een wandeling door de nieuwe natuur in het Brabantse wetland

Wandelroute Een wandeling door het Nationaal Park De Biesbosch. Startpunt: Biesbosch Museumeiland. Afstand: 10 kilometer

Achter het wuivend riet gakken de ganzen en brommen de vrachtschepen. Boven mijn hoofd hoor ik vogels. Maar één blik omhoog en ik roetsj zo weg. Het glibberen over het modderige graspad richting de Jantjesplaat vergt al mijn aandacht.

In de zomer liep ik eens door de Nieuwe Dordtse Biesbosch en de Hollandse Biesbosch, door polders die (nog) niet of net waren teruggegeven aan de natuur. Die tocht begon aan de rand van Dordrecht bij een appelboomgaard, en voerde via akkerranden met kleurig zaaimengsel langs de Nieuwe Merwede en door manshoge reuzenbalsemien.

Nu loop ik op een zachte winterdag aan de overkant, in de Brabantse Biesbosch, door ruige wilgenbossen en over kreken die met bruggetjes zijn verbonden. Ik hoop natuurlijk de zeearend te zien die hier vaak wordt waargenomen. Sporen van bevers. Maar het zijn vooral meerkoeten die wegspurten voor mijn voetstappen. Twee paarden in een wei kijken alleen even op als het klaphekje mijn komst aankondigt.

Staatsbosbeheer heeft in dit deel van het nationale park een aantal routes uitgezet. De Jantjesplaat is vanaf het Biesbosch Museumeiland een mooie 10 kilometer (zo’n 2,5 uur), die makkelijk te volgen is via oranje wegwijzers en voor driekwart over onverhard pad gaat.

Tot 2013 was de Jantjesplaat een landbouwpolder, nu is het een uitgestrekt wetland met een buitendijks vloedbos en rietgorzen. De dijken zijn hier verlaagd om de rivier meer ruimte te geven en elders het overstromingsgevaar te verkleinen – een paar dagen na mijn wandeling stroomt de Noordwaard vol. Daarmee is de eeuwenoude strijd van de mens om land te veroveren op het water in het voordeel van de laatste beklonken. Alleen bij laagwater zie je in het verdronken polderland de vroegere kavelafbakening nog liggen.

Dit is dus nieuwe natuur in een gebied dat eeuwen werd bewoond. Al in de middeleeuwen bevonden zich op de hoge wallen tussen de Merwede en Maas nederzettingen. Het gebied was kwetsbaar voor dijkdoorbraken: door de Sint-Elisabethsvloed in november 1421 verdwenen tientallen dorpen en kwamen naar schatting 20.000 mensen om. Maar toen ontstond ook de huidige Biesbosch met zijn wirwar van kreken en grienden en unieke zoetwatergetijde.

De bewoners overleefden door de verkoop van bies, riet en wilgenhout. Door de grienden te bekaderen en te beplanten met wilgen werd het land steeds hoger en droger zodat er ook aardappels, bieten en graan konden groeien. Ten zuiden van de Jantjesplaat, op de Deeneplaat (’s zomers voor wandelaars makkelijker te bereiken met de pont vanaf Lage Zwaluwe) staat nog een oude griendkeet, waar vroeger de arbeiders woonden.

Nu is het hier in de zomer een paradijs voor watersporters. De wandelroute voert door het zompige gebied langs de Merwede, waar je in relatieve stilte kunt lopen, en over speciaal aangelegde graspaden door de oude polder. Sporen verraden wel dat hier ook mountainbikers zijn te vinden, op de verharde dijk van de Jantjeskeet naar de Spieringsluis komt een rolstoelfietser voorbijgesneld, en bij het oversteken van verharde stukjes is het zelfs in het vroege voorjaar oppassen voor wielrenners. Helemaal stil is het dus niet, tenzij je heel vroeg op pad gaat.