Wandelen door een landschap zoals bezongen door Sonneveld

Wandelroute Een wandeling door de Mortelen. Startpunt: Café Vingerhoeds, Oirschot, afstand: 8 kilometer.

Het Van Gogh Nationaal Park – als u er nog nooit van gehoord had kan dat kloppen: het park bestaat nog niet. Brabantse gemeenten, de provincie Noord-Brabant, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties werken aan een masterplan voor dat park. Dat moet een groot deel van Noord-Brabant beslaan: grofweg van Etten-Leur tot Nuenen (Van Gogh!). Het is daarmee anders dan de andere 21 Nationale Parken in Nederland: geen afgebakend natuurgebied, maar een gebied inclusief dorpjes en steden. Doel is het ontwikkelen van ‘het landschap van de toekomst’, met natuur van hoge kwaliteit en groene oplossingen voor kwesties waar zeker deze ‘boeren’-provincie mee kampt: het verduurzamen van de landbouw en zorgen voor meer biodiversiteit.

Omdat (bijna) heel Brabant nogal veel is en slechts één wandeling geen goed beeld kan geven, gaan we twee keer op pad. De eerste route is een rondwandeling in wat als een van de mooiste stukjes van het gebied geldt: De Mortelen, tussen Boxtel en Oirschot. Kleine weilandjes afgewisseld met houtwallen, struweel, bomen, rijke bermen, boomgaarden: een walhalla voor dieren en vogels, en dat blijkt zelfs op een koude decemberdag. Grote groepen staartmeesjes en vinken vliegen tussen de bomen, enorme buizerds strijken neer op houten paaltjes rond de weilandjes, de eerste witte kwikstaart van het seizoen hipt in de berm, en dan wordt er ook nog in bomen gehakt door de boomklever en de grote bonte specht.

Mocht het gewenste enorme Van Gogh-park er niet komen, maak dan in elk geval van De Mortelen een Nationaal Park, verzuchten we. Dit is het landschap zoals bezongen door Wim Sonneveld in Het Dorp, met zijn boerenbloemen en een heg, een zandweg tussen koren door, het vee, de boerderijen. Een pareltje, en toch nauwelijks toeristisch.

We wilden ook een kijkje nemen op een plek waar getracht wordt de stad beter met het platteland te verbinden middels een groener en aantrekkelijker overgangsgebied. Daar moeten er veel van komen in het beoogde Nationaal Park.

We gingen naar zo’n nieuwe verbinding die deels al af is, de ‘Groene Corridor’: over de Oirschotsedijk, voorheen de kortste autoroute van Eindhoven naar Oirschot, een historisch dorp in de Kempen, 14 kilometer verderop. Die weg is nu autovrij; slechts fietsers en voetgangers kunnen het Philips de Jonghpark met zijn oneindige rijen gigantische rododendrons – kom hier vooral in mei of juni – bewonderen.

Een echte wandelroute kun je het niet noemen; het pad kan slechts langs dezelfde kaarsrechte weg worden teruggelopen. Toch is het de moeite waard te voet het eerste gedeelte van de corridor te verkennen, vanaf het Ketelhuisplein – dé design-hotspot van Eindhoven. De overgang van autostad Eindhoven naar rust en groen is gemarkeerd met veel voetgangersgebied, groene borders en met behoud van oude Philipsfabriek-elementen, die in het laatste stukje stad goddank in het straatbeeld zijn gebleven en voor sfeer zorgen. Na de oefenvelden van PSV en een voormalige militaire kazerne is er de Philips Fruittuin, een aangename plek tussen de fruitbomen, met horeca en een biologische winkel.

Daarna keren we om; het tweede deel, de Eindhovensedijk, moet nog autovrij worden. We kunnen niet wachten tot het zover is, zodat we zonder langsrazende auto’s ook de Oirschotse Heide mee kunnen pakken, weer een totaal andere biotoop. De overgang van drukke stad naar het platteland beschouwen we echter ook in deze halve vorm al als geslaagd.