Opinie

In aanpassing schuilt het ware stadsgeluk

Column Amsterdam

Auke Kok

In de jaren negentig besloot het stadsbestuur het autoprobleem eens drastisch aan te pakken. Ik vond het niks. Natuurlijk wist ik wel dat al die dubbel- of lukraak op de hoek van de straat geparkeerde auto’s een punt van zorg waren – ik deed er zelf aan mee. Maar om nou de nieuwe regels op dat gebied ineens met Oostblokachtige strengheid te gaan handhaven, leek mij overdreven. Zero tolerance paste domweg niet in dat gezellige vieze, naar anarchie neigende minimetropooltje van ons.

Het bleek er wonderwel te passen. Uit vrees voor boetes veranderde ik mijn parkeergewoonten en nu weet ik niet beter of ik rijd net zo lang rond tot ik ergens een legaal plekje heb gevonden. En nu, een jaar of zeven na de start van het afschuwelijke ‘fietsparkeren’ – het woord alleen al – zet ik ook mijn tweewieler keurig tussen de lijntjes. Het nieuwe normaal heeft het oude normaal – je brik tegen de gevel zetten en ergens naar binnen gaan, dát was pas Amsterdam! – verdrongen.

Nu ik zelfs een geforceerde term als ‘slaafgemaakte’ heb aanvaard staat niets deze nieuwe aanpassing nog in de weg. Ondergronds met die tweewielers!

Misschien is het wel juist ‘Amsterdams’ te beseffen dat er als gevolg van het hardvochtige anti-autobeleid inmiddels zo ontzettend veel rijwielen zijn dat de fiets het nieuwe probleem vormt. Op de drukste punten zoals de Munt en CS was het een zootje geworden met kluwen lukraak achtergelaten fietsen; nieuwe regels waren onvermijdelijk. Gevolg: vorige week blikte ik bij de Nieuwe Kerk angstig om me heen: mijn fiets hier zomaar op de Dam neerzetten kon vast niet. Sterker, de zero tolerance hing in de vorm van stickers al aan de sturen van enkele fietsen. Ze moesten daar van gemeentewege zo snel mogelijk opzouten.

Maar ja: mijn tijdslot van De Grote Suriname-tentoonstelling begon. Ik nam de gok en ging De Nieuwe Kerk in. De expositie boeide me van begin tot eind. Begrijpelijk dat de tentoonstelling over verleden en eigenaardigheden van Suriname zo’n succes is geworden en tot en met dit weekend is verlengd. Schuifelend langs de vitrines met zwepen en maquettes van suikerplantages merkte ik dat zelfs het wat mij betreft idiote woord ‘slaafgemaakte’ begon te wennen. Juist de zweem van redelijkheid en ingetogenheid op de expositie maakte dat ik mijn verzet opgaf: oké, zeggen we voortaan slaafgemaakte. Mij best.

Als slaafgemaakte van de tijdgeest constateerde ik na afloop dat ik mazzel had. Mijn brik stond er nog. Maar volgende keer toch die fietsenstalling onder het Beursplein maar eens proberen, ging het door me heen.

Een fiets ondergronds stallen leek mij tot voor kort bizar. Maar dat had ook voor concepten als ‘verkeerscirculatieplan’ en ‘fietsparkeren’ gegolden. En nu ik zelfs een geforceerde term als ‘slaafgemaakte’ heb aanvaard staat niets deze nieuwe aanpassing nog in de weg. Ondergronds met die tweewielers!

Blijmoedig peddelde ik huiswaarts. Amsterdam verandert in hoog tempo en daarom besloot ik alles voortaan maar soepel en conformistisch op me af te laten komen. Ja, wie weet schuilt in aanpassing wel het ware stadsgeluk.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.