Foto: Merlijn Doomernik

Interview

Wat bezielt een Ierse schrijver om zich te wagen aan het Midden-Oostenconflict?

Colum McCann De Ierse schrijver Colum McCann dook in het Midden-Oostenconflict en schreef een roman over een Palestijn en een Israëliër die zich in elkaars lotgevallen verdiepten. „Ik ben 55 en wil ook wel wat jonge lezers aan boord krijgen.”

Het zijn de details die je bij de strot grijpen in Apeirogon, de nieuwe roman van de Ierse schrijver Colum McCann. Zoals het verhaal over het cola-kopje van Bassam Aramin, een van zijn twee hoofdpersonen. Deze Palestijn zit een gevangenisstraf uit van zeven jaar, nadat hij een paar oude handgranaten heeft gegooid naar Israëlische soldaten. Dat betekent: slecht eten, ongedierte, vernederingen en mishandelingen. Maar er is een lichtpuntje. Met medegedetineerden heeft hij een riem gemaakt voor een Israëlische bewaker. Als bedankje krijgt hij twee flessen cola.

Bassam Aramin verdeelt de cola onder de gedetineerden. Ze krijgen allemaal één slok. Uit een glazen kopje, want dat smaakt het best. ‘Het glazen bekertje rook nog dagen stroperig’, schrijft McCann, ‘de gevangenen kwamen naar zijn cel om gewoon even de geur op te snuiven.’ Een vage geur van cola, dat was al een luxe voor de gedetineerden,

Wat bezielt een Ierse schrijver om zich te wagen aan het Midden-Oostenconflict? Het lijkt een waanzinnige onderneming. Maar als je McCann een beetje leert kennen dan zit er logica in. En het resultaat is indrukwekkend.

Apeirogon gaat over twee mannen en hun dochters, de één Israëliër, de ander Palestijn. Allebei verloren ze hun dochter door geweld van de andere partij. Abir, de dochter van Bassam Aramin, wordt in haar hoofd geraakt door een rubberkogel uit het geweer van een Israëlische soldaat. En Smadar, de dochter van de Israëlische hoofdpersoon Rami Elhanan, komt om bij een Palestijnse zelfmoordaanslag.

Bassam Aramin en Rami Elhanan bestaan echt. McCann ontmoette hen tijdens een reis van Narrative 4, een organisatie die hij zelf begon in 2012. Het idee achter Narrative 4 is simpel: breng mensen uit verschillende werelden met elkaar in contact, laat ze luisteren naar elkaars verhalen, en er ontstaat wederzijds begrip. „We nemen bijvoorbeeld kinderen uit Kentucky mee naar de South Bronx”, vertelt McCann tijdens een gesprek in een Amsterdams hotel. „De jongeren uit Kentucky willen een migratiestop voor moslims. Totdat ze een meisje met hijab zien hiphoppen en denken: hé, zij is best cool.”

Colum McCann ging ook met een groep naar Israël en de Palestijnse gebieden. Op het programma stond onder meer een ontmoeting met Aramin en Elhanan. Toen zij hun verhaal vertelden had hij ‘het gevoel dat alle zuurstof uit de ruimte verdween’. „Op een gegeven moment stortte ik in. Ik verloor alle controle en moest huilen. Een stemmetje zei tegen me: je ziet er belachelijk uit. Maar hun verhaal raakte me diep.” Wat Colum McCann op dat moment niet wist: Aramin en Elhanan hebben er hun werk van gemaakt het verhaal van hun dochters te vertellen, soms doen ze dat wel vier of vijf keer op een dag. De Palestijn verdiepte zich in de Holocaust. De Israëliër ging met andere oud-soldaten naar het dorp van Aramin om een speelplaats aan te leggen ter ere van de dochter van de Palestijn. Samen brengen ze een boodschap van verzoening.

Het ruim 500 pagina’s tellende Apeirogon is het meest ambitieuze boek van McCann tot nu toe. Maar het is niet de eerste keer dat hij een onderwerp ver van zijn bed zoekt. Hij schreef bijvoorbeeld over Rudolf Nurejev (Danser), een roma-vrouw uit Slowakije (Zoli) en over tunnelgravers in New York rond 1900 (Het verre licht). Als kind, vertelt hij, was hij avontuurlijk. Toen hij acht, negen was ging hij op z’n fiets soms tientallen kilometers van huis, om pas laat in de avond terug te keren, vertelt hij. Op zijn twintigste fietste hij door de VS. „En nu beleef ik avonturen als schrijver.”

Lees ook de recensie van McCanns vorige roman: Dertien manieren om naar een dode te kijken

Colum McCann woont al jaren in New York, waar hij schrijfles aan studenten geeft. Hij publiceerde ook een boekje met schrijfadviezen, Brieven aan een jonge schrijver. ‘Schrijf niet wat je weet, schrijf toe naar wat je wilt weten’, adviseert hij. En: ‘Hou op met over jezelf te schrijven’. ‘Waarom zou je je familie exploiteren wanneer je de kracht hebt om een heel nieuwe familie te creëren naast de jouwe’.

Over het Midden-Oosten wist hij weinig. „Maar ik voelde dat ik over de regio wilde schrijven. Dus ik deed het veiligste wat ik kon doen: ik creëerde een Iers personage en nam haar mee naar Israël en Palestina. Zo kon ik m’n eigen onwetendheid een plek geven. Ik werkte er maanden aan. Maar het was niet goed. Het werd een oefening, ik kreeg er een hekel aan. Ik zei tegen een vriendin dat ik ermee wilde stoppen, dat het te ingewikkeld was. Ze vroeg: ‘Wat was voor jou het meest bijzondere aan Israël en Palestina?’ Ik zei: ‘Rami en Bassam natuurlijk.’ Toen zei ze: ‘Waarom schrijf je dan niet over hen?’”

Apeirogon heeft een bijzondere vorm. Het is een aaneenschakeling van fragmenten – soms een paar pagina’s lang, soms een enkele zin – die het verhaal niet-chronologisch vertellen. McCann bewandelt daarbij het ene na het andere zijpad. Hij vertelt over trekvogels in de streek (‘een van de bloedigste trekroutes ter wereld’), over New Yorkse tunnelgravers die eind vorige eeuw hielpen bij de aanleg van verkeersweg 60 (de ‘Tunnelweg’), over de Franse artiest Philippe Petit die in 1987 met een duif over een koord in Hinnomdal in Jeruzalem wandelde. Maar steeds komt McCann weer terug bij het verhaal van de twee vaders en hun meisjes. In de meetkunde is een apeirogon een vorm met een ‘telbaar oneindig aantal zijden’.

Over de vorm van zijn roman zegt McCann: „Het klinkt pretentieus en stom, ik zou het niet moeten toegeven. Maar ik wilde iets schrijven wat hip en cool is. Ik ben 55 en ik wil ook wel wat jonge lezers aan boord krijgen.”

Maar het Midden-Oostenconflict. Was u niet bang dat u zich zou vertillen?

„Niet gewoon bang. Ik was doodsbang. Bang dat ik uitgescholden zou worden. Dat ik arrogant was. Dat het sentimenteel zou worden. En – vooral – bang dat het een slecht boek zou worden.”

Hoe begin je aan zoiets?

„Ik heb heel veel gelezen. Maar het is niet zo dat ik nu alles weet over het conflict. De kunst is: vind het meest extreme detail.

„Toen ik werkte aan Danser wist ik niet veel van ballet. Met mijn dochter van drie ging ik naar De Notenkraker. Er was een scène met vijftig dansers op het podium terwijl er ‘sneeuw’ naar beneden viel. ‘Zijn die echt’, vroeg m’n dochter. En ik dacht: dat is mooi. Want de week daarop moest ik praten met die dansers en nu kon ik ze vertellen dat m’n dochter vroeg of ze echt waren. Ze zullen me vast sympathiek vinden, dacht ik. Weet je wat ze zeiden: dat is moment dat we háten aan die voorstelling. Die nepsneeuw wordt telkens opgeveegd en weer in een net gedaan. Dat zit vol stof, splinters, muizenkeutels. En als het naar beneden komt moeten wij er mooi uitzien.

„Dat is het soort detail: als je dat vertelt dan lijkt het alsof je álles weet.”

McCann bracht ook vele uren door met Rami en Bassam – hij noemt ze bij hun voornaam. „Ik kwam in hun huizen, bij hun vrouwen, ik zou bijna zeggen: ik dronk met hen. Maar Bassam drinkt niet.”

Apeirogon zit vol met details die je bijblijven. Zoals het cola-kopje in de gevangenis. Of de snoepketting van Bassams dochter Abir. Die had ze net gekocht toen ze werd neergeschoten. Als Bassam een lezing gaf dan hield hij de ketting in zijn hand. Op een dag werd hij na zo’n lezing staande gehouden bij een checkpoint, in de boeien geslagen en vijf uur lang verhoord. Wat bleek? De ketting had roze afgegeven aan zijn hand. Niet alleen snoep kan dat doen, ook semtex, en de Israëlische soldaat wist dat.

De Israëlische schrijver Nir Baram maakte een reis door de bezette gebieden en vroeg iedereen naar hun oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Lees ook: We maken van Israël het grootste Joodse getto ter wereld

Als lezer denk je: zulke details verzin je niet. Dus álles is waargebeurd.

„Interessant dat je deze twee voorbeelden noemt. Eén ervan heb ik gehoord van Rami.”

Welke?

„Het verhaal van het cola-kopje is correct. En Bassam had een snoepketting van z’n dochter. Hij ís talloze keren staande gehouden bij een checkpoint. Maar dat detail van de roze handen heb ik bedacht. Daarom is dit een roman.

„Ik wil dat mensen het voelen. Toen Rami een eerste versie van het boek had gelezen belde hij me. Hij zei: “Het bevalt me, het is goed, maar je hebt me op de verkeerde motor gezet!”

„Ik had hem een Japanse motor gegeven, 750 cc. Die hééft hij ook. Maar het is een automaat. En in het boek is hij handgeschakeld. Waarom? Omdat de lezer daar meer bij kan voelen dan bij een automaat die naar de volgende versnelling klikt.”

Zijn er ook essentiële dingen veranderd aan het verhaal van de twee mannen?

Integendeel, zegt McCann, hij was ook een soort factchecker. Bassam vertelde bijvoorbeeld al jaren dat hij in de gevangenis de film Schindler’s List had gezien en dat hij zich daardoor was gaan interesseren voor de Holocaust.

Ik was bang dat mensen zouden zeggen: als hij daar over liegt, dan liegt hij vast over alles

McCann: „Ik ontdekte dat dat uitgesloten was. Die film kwam pas kort voordat hij de gevangenis verliet uit. Die was toen niet op de Israëlische tv te zien. In plaats daarvan zal hij een documentaire over de Holocaust hebben gezien. Ik moest Bassam vertellen dat zijn herinnering niet klopte. Ik was bang dat mensen zouden zeggen: als hij daar over liegt, dan liegt hij vast over alles.”

Hoopt u iets te bereiken met dit boek?

„Ik ben niet naïef. In het Midden-Oosten ziet het er nu somber uit. Maar ik geloof: hoe meer we dit soort verhalen vertellen, hoe groter de kans dat er iets gebeurt. Wonderen zijn mogelijk. Het gebeurde in Noord-Ierland. De Berlijnse Muur viel.”

Het komend jaar reist Colum McCann rond om te vertellen over Apeirogon, hij heeft nog geen idee wat hij daarna gaat doen. „Meestal kun je weglopen van een boek”, zegt hij. „Je leeft er een tijdje mee, en dan loop je weg. Maar ik denk niet dat ik bij dit boek ooit zal kunnen weglopen.”