Opinie

Hondenbaas

Mirjam de Winter

Ik herken mijn echtgenoot nog amper sinds we een pup in huis hebben, waar hij – als thuiswerker – grotendeels zorg voor draagt. Het hondje dwingt hem achter zijn computerscherm vandaan te komen en naar buiten te gaan, waar ze in al haar onstuimigheid niets liever wil dan stoeien en rennen met andere honden in het Vroesenpark. In de zomer wordt dat park bezet wordt door millennials met baby’s en barbecues, maar de rest van het jaar is het een waar hondenparadijs met een zwemvijver, hondenspeeltuin en uitgestrekt stoeiveld. En de sfeer is er heel anders vergeleken met pakweg tien jaar geleden, toen er nog types rondliepen met doorgefokte vechthonden of ordinaire schoothondjes die je om het minste geringste op zijn Rotterdams de huid vol scholden.

De wijk is veranderd en dat zie je in het Vroesenpark ook terug in de keuze voor hondenrassen en de beschaafdheid van eigenaren vooral. Veel ‘Blijdorpse’ types met olijke labradoedels, maar ook opvallend veel jonge ‘do-gooders’ (meestal vrouwen) met een schichtig adoptiehondje uit Spanje of Roemenië. Over het algemeen allemaal sociaal intelligente mensen die – terwijl de honden achter elkaar aanrennen op het speelveld – een praatje aanknopen met mijn ‘verlegen’ echtgenoot. Langzaam begint hij te ontdooien en lijkt zelfs plezier te krijgen in zijn uitlaatrondjes.

„Naar wie zwaai je zo uitbundig?”, vroeg ik hem vorige week verbaasd, want zoiets had ik hem nooit eerder zien doen. „Naar het vrouwtje van Bobby”, antwoordde hij. „En hoe heet dat ‘vrouwtje’ zelf”, vroeg ik door, om te testen hoever gevorderd hij is in zijn socialiseringsproces. Dat wist hij dan weer niet, zei hij, maar dat is volgens hem ook helemaal de bedoeling niet van het contact tussen hondenbazen. Die kennen de namen van elkaars honden, maar niet van elkaar. Gesprekken gaan over de opvoeding van de hond of over de keuze voor BARF (rauw vlees, organen en botten) of KVV (kant-en-klaar vers vlees met toegevoegde vitamines).

Het is allemaal nog betrekkelijk nieuw voor ons, dat hondengedoe, terwijl we toch ruim tien jaar een Franse Bulldog hebben gehad. Maar die was al net zo ‘verlegen’ (of contactgestoord?) als zijn baasje en hield honden en mensen op afstand door te blaffen, grommen of zelfs te bijten. De bulldog meed het Vroesenpark als de pest en deed zijn behoefte het liefst in de achtertuin. Hij at al zeker geen rauw vlees, haalde zijn neus op voor brokken en bliefde niks anders dan gekookte kipfilet met rijst en een klontje roomboter. Maar nu hebben we dus een echte hond (Franse waterhond) met een overdreven sociaal karakter en een onbevredigbare behoefte aan fysieke inspanning. Eentje die op wildvreemden afstormt en ervoor zorgt dat je - net als in de film - samen met die wildvreemde verstrikt raakt in de hondenriem.

Mijn man vindt zoiets best. Hij is al net zo dik met hondenvrouwtjes van zijn eigen leeftijd en ouder, als met de millennials van - liefst - het ‘zwakke’ geslacht. Hij is er, evenals zijn hondje, ook flink wat hupser door geworden: tja, al die nieuwe contacten! Sinds een poosje wil hij bovendien niet meer op zijn groene rubberlaarzen naar het park (te ouwelijk), maar draagt hij op zijn uitlaatrondje all terrain boots van Zoo Adventure. Zo was ie soort van huiskamergeleerde op z’n zestigste, en zo is ie ineens Blijdorps eigen outdoor man.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.