Recensie

Recensie Boeken

Hoe radicaal rechts is genormaliseerd

Rechtsextremisme De Nederlandse onderzoeker Cas Mudde schreef een beknopt overzichtswerk van hedendaagse uiterst rechtse bewegingen. Sociaal-economische zorgen, schrijft hij, vertalen zich sociaal-cultureel.

In een carnavalsoptocht in het Spaanse Campo de Criptana liepen op 24 februari vrouwen mee verkleed als nazi’s en concentratiekampgevangenen.
In een carnavalsoptocht in het Spaanse Campo de Criptana liepen op 24 februari vrouwen mee verkleed als nazi’s en concentratiekampgevangenen. Foto Rey Sotolongo /Europa Press via Getty Images

Begin jaren tachtig, toen Cas Mudde zich ermee ging bezighouden, was ‘uiterst rechts’ nog een obscuur onderzoeksobject. Rechtsextremisme leidde een bestaan in de marge en grote radicaal-rechtse partijen bestonden simpelweg niet. Maar wie lang genoeg aan een onderwerp vasthoudt, belandt vanzelf een keer midden in de actualiteit. De Nederlander Mudde (1967), tegenwoordig docent aan de universiteit van Georgia, is nu veelgevraagd commentator over populisme en uiterst rechts.

Onlangs verscheen van hem The Far Right Today, toegankelijk voor (Engels lezende) leken, over alles wat onder uiterst rechts valt – van radicaal rechtse bewegingen als Pegida tot extreemrechtse partijen als Gouden Dageraad. Dit compacte boek bevat veel basiskennis voor wie graag leest of schrijft over rechts, om te beginnen het onderscheid tussen extreem- en radicaal rechts. De eerste stroming verwerpt de democratie en roept op tot geweld; de tweede accepteert de democratie, maar verwerpt sommige liberale elementen, zoals minderheidsrechten en de scheiding der machten.

Er zijn ook andere verschillen, en daarover gaat dit boek voornamelijk. Terwijl extreemrechts een tamelijk geïsoleerd en marginaal verschijnsel is, staat radicaal rechts dicht bij de politieke en maatschappelijke mainstream, schrijft Mudde. Dat laatste is een recente ontwikkeling. In een ultrakort historisch overzicht maakt Mudde onderscheid tussen vier perioden in de naoorlogse levensloop van uiterst rechts. Na het neofascisme (1945-1955) kwam het rechts-populisme (1955-1980; denk aan presidentskandidaat Barry Goldwater in de VS, maar ook de Boerenpartij in Nederland), gevolgd door de eerste ‘significante golf’, die liep van grofweg 1980 tot 2000. Binnen deze golf vallen onder meer het Vlaams Blok, Front National en de Centrum Democraten.

Verliefde journalisten

De vierde golf beslaat de laatste twintig jaar, waarin radicaal rechts is genormaliseerd, beschrijft Mudde: mainstream partijen hebben de thema’s en terminologie ervan overgenomen. Media hebben dit proces een handje geholpen door onevenredig veel aandacht te besteden aan radicaal-rechtse politici en groeperingen en hen ook nog eens onkritisch te benaderen. ‘Veel journalisten zijn compleet verliefd op de identitairen’, aldus Mudde.

Dat Mudde geen vriend is van radicaal rechts mag bekend heten en blijkt ook uit het hoofdstuk waarin hij de strategieën ertegen bespreekt. Het beste werkt volgens hem het cordon sanitaire: wanneer media, middenveld en mainstream partijen eensgezind de radicaal-rechtse partij isoleren, is de kans op verdere verspreiding van de ideeën het kleinst. Je zou het de Noord-Italiaanse corona-aanpak kunnen noemen.

The Far Right Today is een overzichtelijk boek, vol heldere definities en feiten over radicaal rechts van Brazilië tot India. Interessant is bijvoorbeeld het hoofdstuk over de invloed van radicaal rechtse partijen als regerings- of oppositiepartij. Hierin laat Mudde zien hoe enorm zijn kennis over het onderwerp is.

Framing

Maar juist door de combinatie van reikwijdte en beknoptheid komen sommige aspecten er bekaaid vanaf. Het debat onder wetenschappers over wat kiezers van rechtspopulisme drijft – economische of culturele zorgen – moet het doen met één pagina. Die roept bovendien verwarring op, want het ene moment stelt Mudde dat de culturele factor ‘veel belangrijker’ is, om enkele regels verder te schrijven dat de verklaringen complementair zijn: het gaat om een ‘sociaal-culturele vertaling van sociaaleconomische zorgen’.

Sowieso besteedt Mudde weinig aandacht aan de vraag waar de groeiende populariteit van uiterst rechts vandaan komt. Hij noemt 9/11, de crisis van 2008 en het vluchtelingenjaar 2015 als factoren, maar tegelijk schrijft hij afkeurend over de neiging van politici om te spreken over ‘legitieme zorgen’ van hun kiezers. De toegenomen populariteit van radicaal rechts wijt hij deels aan framing: de ‘vluchtelingencrisis’ (het woord alleen al is framing, aldus Mudde) had ook geframed kunnen worden als een humanitaire ramp in plaats van als een bedreiging van de nationale cultuur.

Het is een wat onbevredigende verklaring. Maar dat geeft niet, want voor het duiden van het electoraat hebben we weer andere auteurs. Als overzicht van uiterst rechts in democratieën over de hele wereld is dit boek een waardevol naslagwerk.