Gelijkwaardig

geeft Nederlandse les aan expats.

Denkt iemand erover na wat de indruk is die de lesboeken Nederlands op nieuwe Nederlanders maken? Is een pr-bureau bezig met de impact op onze aanstaande burgers die lessen Nederlands als tweede taal volgen? Zou de Tweede Kamer niet moeten beslissen wat de genderstereotypering mag zijn? Of beter het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport?

In het hoofdstuk ‘Relaties’ lees ik met mijn buitenlandse taalstudenten een tekst waarin een jongen en een meisje vóór en ná een blind date onafhankelijk van elkaar commentaar geven op de ander. Naar mijn smaak al niet het meest sympathieke concept ter wereld. Een beetje de nachtmerrie van iedere puber: wat vindt de wereld eigenlijk van mij wat niemand recht in mijn gezicht zegt? Gaat dat eigenlijk ooit over, die angst van je innerlijke puber?

Maar goed, relaties en romantiek worden dus koud geserveerd in het lesboek. Met als ongeschreven ondertitel: Zo gaat dat in Nederland.

Hij: „Ik zoek iemand voor meer dan een losse flirt. Daar zou ik tijd voor maken.”

Zij: „Te lief, daar kan ik niet tegen.(...) Ik hoef niet bediend of bewonderd te worden. Ik zoek een gelijkwaardig iemand.”

Romantiek in Nederland heeft niet voor niets geen erg grote faam. „Daar zou ik tijd voor maken”, als punt op de agenda.

De Toscaan in mijn klas vraagt met een diepe denkrimpel in zijn voorhoofd: „Wat bedoelt de vrouw met ‘Ik hoef niet bediend of bewonderd te worden?’”

„Ehm, ja, ik denk dat ze bedoelt dat ze niet wil dat mannen de deur voor haar open houden of haar complimentjes geven.” Amadeo is stupéfait. Hij zoekt naar woorden maar vindt er geen. Niet in het Nederlands maar al helemaal niet in het Italiaans.

„Wat betekent gelijkwaardig?”, vraagt de Napolitaan in de klas. „Evenveel waard”, ik maak het gebaar van een weegschaal. „In balans.”

„Maar”, zegt hij hartstochtelijk, „als ik met een vrouw ben dan vind ik haar niet gelijkwaardig! Ik vind haar veel meer waard!”

De Catalaanse mengt zich er nu ook in: „Willen Nederlandse vrouwen dus geen bewondering?”

Deze Nederlandse vrouw niet”, preciseer ik.

„Jij wel?”, vraagt de Napolitaan met een dubbelzinnige grijns. De hele groep grinnikt. Ik ook, maar ondertussen zit ik een vlammende brief te schrijven aan het ministerie: ‘Grijp in! Daar gaat onze kans op een broodnodige romantische injectie van deze veelbelovende invliegers van passie!’

Om privacyredenen zijn herkenbare details in deze column aangepast