Reportage

Wandelen door het Drents-Friese Wold is nooit monotoon

Wandelroute Wie in het Wold loopt, ziet bossen, mossen en zand. Startpunt: Buitencentrum Drents-Friese Wold. Afstand: 11 kilometer.

Illustratie Olivia Ettema

Een bomenlaan geeft toegang tot natuurgebied Drents-Friese Wold bij Appelscha. Erlangs lopen sloten. Aan beide zijden van de laan vallen langwerpige verhogingen op, de ‘rabatten’. Op deze verhogingen werden in vroeger eeuwen bomen geplant.

Verderop, waar het bos niet zo dicht is en doorzicht biedt op het omliggende agrarische gebied, vallen houtwallen op. Zij vormen structuurlijnen in het landschap. Aan de horizon een bomenrij en een enkele monumentale eik of grillig gevormde jeneverbesstruik. Als we straks het wandelpad Grote bos- en duinwandeling van 11 kilometer volgen, lopen we langs blinkende zandverstuivingen en zandheuvels. Het Wold zit vol met verrassende, karakteristieke ‘landschapselementen’, zoals sloten, houtwallen, greppels, bomenrijen, opvallende individuele bomen en zandvlakten. Het begrip landschapselement doet de laatste tijd opgeld als het gaat om dat wat mooi en waardevol is aan de natuur. Deze elementen, liefst gecombineerd met reliëf als zandheuvels en duinen, dragen ertoe bij dat het landschap rijk is aan biodiversiteit.

Kunnen we in het Nederlands landschap nog wel onbevangen wandelen? Een Nationale Landschap Enquête uit 2019 door Natuurmonumenten in samenwerking met Wageningen University onder ruim 45.000 volwassenen en 1.600 kinderen wees uit dat ruim 70 procent van de Nederlanders zich zorgen maakt over het landschap en de kwaliteit van het buitengebied; in sommige provincies, waaronder Noord-Holland, ligt dat percentage hoger, 86 procent. De oorzaak ligt in verrommeling en verdozing door bedrijventerreinen, mensen ervaren het landschap als ‘monotoon en kleurloos’ en missen vogels, insecten, vlinders, bloemen, bijen, reeën. Overheersend gevoel is dat het landschap zijn schoonheid verliest.

De overheid heeft tot taak, vinden veel Nederlanders, om de regie van het landschap over te nemen van lokale bestuurders en het te beschermen. Uit deze door burgers geuite vrees is vorig jaar het rapport Zorg voor landschap voortgekomen van het Planbureau voor de Leefomgeving. In zo’n 125 bladzijden beschrijft dit de teloorgang van het Nederlandse landschap en wat eraan moet gebeuren. Om kort te gaan, van alles dus. In dit rapport staan 26 natuurgebieden, bestaande en nieuw aan te leggen. Veel van deze streken hebben de status van Nationaal Park. Aan de bestaande gebieden zijn een aantal toegevoegd of ze zijn uitgebreid, zoals Natuurgebied Van Gogh in Noord-Brabant en de Drents-Friese Grensstreek. Voor deze Wandelbijlage van NRC hebben we bestaande en nieuwe parken bezocht, en ons laten verwonderen over de schoonheid van ons landschap, ondanks alle bezorgdheid. We troffen de pracht van ongerepte natuur aan en ook landschappen met cultuurhistorische betekenis, zoals boerderijen, houtwallen, hagen, kerkepaden. We ontdekten op die plekken de veelzijdigheid ofwel biodiversiteit van groei en bloei. Daartoe nodigen wij ook de lezers uit.

Omhoog en omlaag

We gaan verder, het landschap zelf in. Het Drents-Friese Wold heeft onlangs uitbreiding gekregen met een nieuw aansluitend gebied in westelijke richting, de Drents-Friese Grensstreek. Is de bomenlaan nog even verhard, al snel slaan we rechtsaf de gemarkeerde route in, in de kleur paars aangeduid.

Dit wandelpad kunnen we betrekkelijk eenvoudig volgen. Het leidt door datgene waarvoor eigenlijk elke wandelaar komt: variatie. Dat betekent: nu eens de beslotenheid van bos, dan weidsheid, nu het pad de hoogte in, dan omlaag, nu een zanderig tracé, dan bedekt met dennennaalden en afgevallen bladeren. De kern van Boswachterij Appelscha, zoals dit deel van het Wold heet, wordt gevormd door het Aekingerzand of Kale Duinen die op het hoogste punt 14.6 meter bereiken. Maar die leegte zien we nog niet, op dit bospad zijn we omringd door dennen en lariksen, de oorspronkelijke bosbouw. Allereerst is het stil tussen de bomen, vochtig en donker. Kijk je naar de grond, dan zie je allerhande soorten mos: gewoon haarmos, sterretjesmos, korstmos. In het vermolmde hout lopen sporen van kevers, de uitgehakte gaten van de zwarte en bonte spechten zitten erin.

Ik denk aan hoe het landschap er onderweg vanuit het westen naar hier uitziet: de snelwegpanorama’s beklemmend van eentonigheid en kleurloosheid. Het lijkt of ondanks alle kritiek op de verrommeling en verlelijking er niets gebeurt. Over vele tientallen kilometers is de variatie nihil. En dan dit natuurgebied met telkens nieuwe, veelzijdige perspectieven en uitzichten. Een bos is nooit monotoon, een zandvlakte altijd geschakeerd.

Illustratie Olivia Ettema

Het pad voert verder in westelijke richting. Naaldbomen maken plaats voor oud eikenbos, aan het eind van de negentiende eeuw aangelegd. De lichtval is anders onder eiken, minder egaal duister als onder dennen, meer met licht dat in banen valt.

Op het knooppunt van paden wijst de Grote bos- en duinwandeling rechtdoor, rechtstreeks naar het Aekingerzand. De eerste blik daarop is meteen prachtig, want het op sommige plaatsen steil oplopende, blinkende zand loopt tot aan de horizon. Dat geeft na de intimiteit van het bos een ervaring van ruimtelijkheid. De wolken op deze heldere dag stapelen zich hoog op aan de hemel. Dit is een boomloze uitgestrektheid van zand, de Nederlandse Sahara.

Dertig stappen

Interessant voor de biodiversiteit zijn de overgangsgebieden, daar waar het naaldbos ophoudt, nog even lijkt te aarzelen met klein struikgewas dat door de wind laag bij de grond is gedrukt, dan voor een mossige ondergrond zorgt en vervolgens geheel en al zand wordt. Ik meet de gradiënt, zoals dat officieel heet: in niet meer dan dertig stappen varieer je als wandelaar mee van hoog bos naar zand onder je voeten, een optimaal symbool van gevarieerdheid waar het Nederlandse landschap zo’n behoefte aan heeft, dat zo gewaardeerd wordt.

Lees ook: ‘We zouden weer vijftien kilometer per dag moeten lopen’

Het voetpad slaat in een lus om het Aekingerzand heen, voert langs enkele veenpoelen en keert terug door het bosgebied. Soms is het zandlandschap diep uitgesleten, dan weer reiken de steile randen metershoog hoog boven de wandelaar uit. Hier toont de biodiversiteit zich niet in de breedte maar in de diepte. Het zijn net de oeverwallen van een rivier. Van de dennenbomen die wankel op de rand staan, zijn de wortels kaalgestoven. Zo veelzijdig is de natuur hier, moeiteloos reizen we mee van houtwal en greppel naar de grote leegte van stuifzand.