Kandidaat Joe Biden was op campagne in South Carolina.

Foto Matt Rourke

Denkt een kandidaat straks nog aan ons, wil Allendale weten

Democratische voorverkiezingen In de Democratische voorverkiezingen in South Carolina heeft de Afro-Amerikaanse stem veel gewicht. In Allendale, de armste gemeente van de zuidelijke staat, maakt geen van de kandidaten enthousiasme los.

Er gaan jaren voorbij zonder dat je ze ziet in Allendale, maar in campagnetijd komen ze heel soms langs: presidentskandidaten voor de Democratische Partij. Afgelopen december was Pete Buttigieg de eerste in twaalf jaar die Allendale County, South Carolina, aandeed. Hij ontmoette enkele tientallen bewoners in het uit gasbetonblokken opgetrokken hoofdkwartier van de lokale partijafdeling.

In krantenberichten werd de bijeenkomst in Allendale een ‘tussenstop’ genoemd, net als de bijeenkomst in Orangeburg later die dag. „Hij is 20, misschien 25 minuten gebleven”, zegt Artheen Fitts van de lokale Democraten. Kandidaat Cory Booker kwam in januari. „Die bleef 30 minuten”, zegt Lizzie Haggans. Na afloop stapte Wilda Robinson op Booker af. „Mijn steun heeft u, hoor”, zei ze. „Een dag later stapte hij uit de race.”

Lees ook dit profiel over Pete Buttigieg: ‘Mayor Pete’ wil niet kiezen tussen revolutie of status quo

Zaterdag kunnen de overgebleven kandidaten een volgende stap richting Witte Huis zetten, als in South Carolina de Democratische voorverkiezingen worden gehouden. Hier draait het vooral om de stem van de zwarte kiezer. Ruim 27 procent van de bevolking in de staat is van Afrikaans-Amerikaanse origine. In Allendale County is dat circa 70 procent.

Rijd van de Atlantische kust van zuidelijk South Carolina westwaarts en je ziet de streepjes van het gsm-bereik een voor een wegvallen. Je rijdt langs kilometers van braakliggende akkers, bossen die met de enkels in het water staan. Ingestorte of uitgebrande huizen, gesloten benzinestations, verlaten winkels. Allendale County is het armste deel van South Carolina. Cijfers van het Amerikaanse statistiekbureau laten zien dat een derde van de 9.000-koppige bevolking in armoede leeft. Onder kinderen tot 17 jaar was dat ruim de helft, in 2018.

Een presidentskandidaat hoeft de vier vrouwelijke kopstukken van de lokale partijafdeling heus niet te vertellen dat ze het hier arm hebben. Die moet zeggen wat eraan gedaan kan worden. En op zijn minst moet hij of zij „zich herinneren hoe het hier was als-ie in het Witte Huis zit”, zegt afdelingsvoorzitter en voormalig lerares Willa Jennings.

Wat ze hier nodig hebben is werk. Heeft Allendale dan niet geprofiteerd van de lange economische groei en de tot recordlaagte gestegen werkloosheid onder president Trump? „Helemaal niet”, zegt Jennings. „Door de handelsoorlogen van Trump is de houtfabriek Georgia Pacific vorig jaar dichtgegaan: 145 mensen op straat.”

Kandidaat Pete Buttigieg bezocht Allendale in december. Foto Demetrius Freeman

Verkruimelde gemeenschapszin

In het partijkantoor hangen borden en posters van allerlei kandidaten voor allerlei verkiezingen. Buttigieg had verslaggevers van landelijke media in zijn gevolg, zegt Willa Jennings. Het dédain waarmee die naar de eenvoudige ruimte keken, hoe ze lachten om het oranje kleed dat op de grond ligt. „Ik had me maandenlang suf gewerkt om er iets van te maken. En heeft een van de Democratische raadsleden, die wij hebben helpen kiezen, meegebuffeld? Nee.”

Dit is het belangrijkste wat de vier gepensioneerde vrouwen te vertellen hebben: het verkruimelen van de gemeenschapszin. Dat vinden ze erger dan de armoede, erger dan de criminaliteit die daarmee samenhangt. „Ik wist niet dat wij arm waren tot ik ging studeren”, zegt oud-schooldirecteur Wilda Robinson. „Hier is iedereen arm.”

In naburige gemeentes moesten ziekenhuizen sluiten. „Wij hebben als de duivel gevochten voor behoud van ons hospitaal.” Voormalig gerechtsgriffier Artheen Fitts zegt dat ze al haar boodschappen in Allendale probeert te doen om de lokale middenstand te steunen: levensmiddelen bij de IGA supermarkt, kleren bij On Time Fashion aan Railroad Avenue en als haar kachel stuk is, kijkt ze eerst bij Allendale Hardware & Builders. „Ik ga naar de Walmart in Barnwell”, bekent oud-verpleegster Lizzie Haggans. „Sorry, ik kan het gewoon niet betalen.”

Hebben deze kiezers het gevoel dat de partij er goed voor staat? „Nee. Dit voelt weer net als 2016”

Vroeger, zegt Haggans, zag je de kinderen in hun sporttenue over straat gaan. Zie je niet meer. Met Kerstmis, zegt Jennings, hadden we een wedstrijd wie de mooiste versiering had. Is er niet meer. De volgende avond zullen zes Democratische kandidaten op tv met elkaar in debat gaan, Jennings heeft rondgebeld om mensen uit te nodigen om samen te kijken. Vooral jongeren, zegt ze. „Jongeren?”, vraagt Robinson. „Nou ja, mensen van dertig, dat zijn jongeren voor mij”, zegt Jennings. En terwijl haar vriendinnen in lachen uitbarsten, zegt ze: „Ik ben benieuwd of ze komen.”

„Wij zijn van de protestgeneratie”, zegt Robinson. Ze wijst naar Jennings: die was zestien jaar toen ze in de gevangenis werd gegooid omdat ze demonstreerde tegen de beperkingen van het stemrecht. Voor de generatie die bewust de Voting Rights Act van 1965 heeft meegemaakt, de wet die de barrières voor het stemrecht van zwarte Amerikanen verbood, is stemmen een geschenk. „Voor millennials ligt dat anders”, zegt Jennings.

Twee jonge kiezers komen de avond erop naar Jackson House, het statige huis waar de debatkijkavond is, Marlin Creech is een van hen. Een jongen naar Jennings’ hart. Hij probeert een alternatieve padvinderij op te zetten, hij geeft huiswerkbegeleiding en hij is kapper.

Kandidaat Joe Biden was deze week op campagne in Charleston, South Carolina.
Foto Matt Rourke/AP
Kandidaat Joe Biden was deze week op campagne in Charleston, South Carolina.
Foto Jim Scalzo/EPA

‘Net als 2016’

Op tv maken de Democratische kandidaten zoveel ruzie met elkaar dat de dertig kijkers in Allendale er ellendig van worden. Op de vraag na afloop of ze het gevoel hebben dat de partij er goed voorstaat, zeggen de meesten hartgrondig: nee. „Dit voelt weer net als 2016”, zegt een van hen.

Je zou denken: met zo’n diepe achterstand op de rest van het land, met zulke fundamentele problemen hebben de Allendalers behoefte aan de „grote structurele verandering” die de meest progressieve kandidaten van het Democratische veld, Bernie Sanders en Elizabeth Warren, beloven. „Nee!” Wilda Robinson moet er niks van hebben. „Die Sanders wil van alles gratis weggeven”, zegt Willa Jennings. „Dan moeten wij dus betalen voor de studie van de jongeren.” Logisch dat jongeren daar enthousiast over zijn, zegt ze.

Buttigieg vonden ze niet slecht toen hij hier kwam, hoewel hij geen goed antwoord had op hun belangrijkste vraag: waarom hij zo weinig bijval krijgt van zwarte kiezers. „Ze kennen me nog niet”, had hij gezegd. Maar hij sprak vaardig en hij wil de medische zorg stapje voor stapje uitbreiden, niet met één reuzensprong zoals Sanders. Dus? „Nee”, zegt Robinson. Geen probleem dat Buttigieg gay is, maar binnenkort is er een gezamenlijk ontbijt voor de First Spouses, en dat daar dan die ene man bijzit die met Buttigieg is getrouwd.Robinson: „Sweet Jesus, daar kan ik met mijn hoofd gewoon niet bij.”

Blijft over: Joe Biden. Robinson heeft al op hem gestemd in de zogenoemde ‘vroege stemronde’. Haggans ook. De meeste aanwezigen neigen naar Biden. „We kennen hem”, zegt Jennings. „Hij is acht jaar vicepresident van Barack Obama geweest. Ik geloof in loyaliteit.”

Lees ook deze sterkte-zwakte-analyse van Joe Biden

Biden vecht in South Carolina voor zo’n beetje zijn laatste kans. Hij rekent vast op de Afrikaans-Amerikaanse stem – zó vast (het wordt als zijn firewall omschreven) dat je op sommige verkiezingsbijeenkomsten wat irritatie kon horen, deze week.

De enige verkiezingen die in Allendale voor een uitzonderlijk grote opkomst hebben gezorgd, waren de twee races die Obama won in 2008 en 2012, zegt Willa Jennings. In 2016 wist Hillary Clinton hier weinig enthousiasme te wekken. „En eerlijk gezegd zie ik nu ook geen opwinding.”