Recensie

Recensie Uit eten

Chinese noedelspecialiteiten geserveerd op het Oostplein

Foto Aziz Kawak
Foto Aziz Kawak

Wat een raar plein is het Oostplein eigenlijk. Een zootje lukraak neergeworpen aan- en afvoerwegen, fietspaden, trambanen, parallelstraten, zebra’s en metro-ingangen. Dit is niet een plein waarop het gezellig buurtbarbecueën is en evenmin zie je hier de revolutie beginnen. Wie hier passeert, doet dat inderhaast. Zo was mij nooit opgevallen dat aan de westzijde een Chinees restaurant zit, Cate Dak.

Omdat ik er goede verhalen over hoorde, ben ik op een maandagmiddag gaan kijken. De zaak is geheel leeg, want na het lunchuur. Van achter de counter word ik in het Engels welkom geheten door een man met een doorzichtig mondkapje. Dat moet Chris Zhang zijn, de eigenaar. Studie en werk voerden hem naar Rotterdam en hoewel hij nul ervaring had in de horeca, begon hij dit restaurant. Zelf spreekt hij liever van ‘noodle bar’ of van ‘pastacafé Chinese stijl’ trouwens.

Wat ik wil eten? De kaart ligt voor mijn neus op de bar. Ik dacht misschien de ‘hot oil noodle’ (de kaart spreekt Engels en Chinees), maar, zegt Zhang, dat is een vegetarisch gerecht. „Als u iets met vlees wilt, raad ik u de ‘mixed noodle’ aan, daar zit alles in.” Het is met 15 euro het duurste gerecht op de kaart, maar ik ben er nu toch. Met een weids gebaar geeft hij aan dat ik een plek mag uitzoeken. Ik zet me bij het raam en zo, uitkijkend het Oostplein, kom ik op bovenstaande bespiegelingen.

Ik krijg eerst de Chinese thee die ik had besteld, een flink glas (3,50 euro). Hij legt ook een papieren servetje en twee eetstokjes op tafel. Ik bekijk het interieur. Aan de wand hangen, vrij hoog, ingelijste prenten, eronder banken met kleurige kussens. Boven mijn tafel hangen twee rode lampions. Op de hoek van de counter waarachter zich de open keuken bevindt, staat een meer dan manshoge terracottasoldaat Zhang te herinneren aan zijn stad van herkomst, Xi’an (12 miljoen inwoners). Op strategische plekken staan potten met planten. Uit een onzichtbare luidspreker komt verchineesde westerse muziek.

Zhang zet een volgeladen diep bord op tafel. De noedels zijn zo’n twee centimeter breed en moeten, schat ik, minstens dertig centimeter lang zijn, alles ter plaatse handgemaakt. Eroverheen ligt een rijke vleessaus gevuld met tomaat, lente-ui en sesamzaad en bestrooid met koriander. Op de bodem de hot oil, heet in beide betekenissen van het woord.

Nu het eten als handeling. Hoe eet je zo’n bord leeg met stokjes, zodanig dat je moeder er geen aanstoot aan zou nemen? De slierten pasta zijn moeilijk onder controle te krijgen. Draaien, zoals je met spaghetti doet, gaat niet. Je moet erin bijten en tegelijk proberen ook de andere ingrediënten eer aan te doen. Aan één servetje heb ik niet genoeg, ik moet mijn mond én mijn kin deppen.

Maar wat je proeft, is onovertroffen. Een mooie, diepe smaak die doet vermoeden dat behalve genoemde bestanddelen ook geheime kruiden of specerijen zijn gebruikt. Dit bord zou je helemaal willen leegslurpen, maar ja, je moeder.

Als ik hier een paar dagen later opnieuw aan tafel zit, is het drukker en zie ik dat het zo moet: het hoofd vlak boven het bord, met de stokjes de noedels naar binnen schuiven en slurpen maar. Ik heb nu de ‘liangpi cold rice noodles’ (7 euro) besteld, een specialiteit uit Xi’an. Ze lijken op elektriciteitssnoer, hebben een goede beet en worden geserveerd in een pittige olie. Man, wat is dit lekker.

De rougamo, gestoofd varkensvlees in een pitabroodje (5,80 euro), is dan weer opvallend vlak van smaak. Een glas pinot noir had wonderen gedaan, maar alcohol schenkt Cate Dak niet. Gelukkig zit Harrie Baas om de hoek in de Hoogstraat. Als ik me na het eten bij hem vervoeg, komt hij met de perfecte match. Zo kan het ook.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.