Recensie

Recensie Muziek

Bij Hengelbrock klinkt Beethovens ‘Vijfde’ als een moetje

Klassiek De ‘Vijfde Symfonie’ van Beethoven is een van de grootste klassieke hits. Het zou heerlijk moeten zijn als het KCO het speelt, maar het was vooral snel voorbij.

Strijkers van het KCO.
Strijkers van het KCO. Anne Dokter/Koninklijk Concertgebouworkest

Bestaat er een iconischer klassiek thema dan de eerste vier noten van de Vijfde Symfonie van Beethoven? Waar je ook zit op het spectrum van de liefde voor muziek, die eerste vier tonen zijn op enig moment je hoofd binnengeslopen, waar ze sindsdien samenwonen met de eerste drie tonen van Bachs Toccata en Fuga en het begin van Mozarts Eine kleine Nachtmusik. Dat het Koninklijk Concertgebouworkest zich weer eens op die krachtpatser stort is goed voor weken voorpret.

De Ouverture Egmont, ook van Beethoven, belooft alvast het allerbeste. Punctueel, onbuigzaam en met zulke rechtlijnige crescendo’s dat je onwillekeurig mee opveert. Dirigent Thomas Hengelbrock heeft er een krachtig dirigeersignaal bij verzonnen: in de houding springen. Een stamp op de grond, hakken tegen elkaar en een kaarsrechte rug, alsof Beethoven „Geef acht!” buldert.

Erdoorheen jassen

Maar, De Vijfde valt tegen. Jawel, technisch staat het – natuurlijk – als een huis, maar woorden als ‘erdoorheen jassen’ en ‘laatste trein moeten halen’ schieten in hoog tempo door je hoofd. Het klinkt als een moetje, als een hit die, omdat het een hit is, verder weinig meer bevat dan uiterlijk vertoon. Het is de musici nauwelijks kwalijk te nemen, Hengelbrock geeft ze de tijd niet om naar hun eigen klank te luisteren. Terwijl het drama nou juist in de vertragingen en adempauzes zit. Pas in het zonnige vierde deel mag er even trots in langere lijnen gestopt worden. Even.

Het spannends blijkt het onbekende deel van de avond: het totaal onconventionele Celloconcert van Witold Lutoslawski, geweldig bij elkaar gehouden door solerend eerste cellist Gregor Horsch. Hier klink geen muziek, maar een intrigerende parlementsvergadering van instrumentgroepen, die soms netjes een voor een hun beklag doen, en soms als een (opzettelijk) ongelijk kippenhok over elkaar heen rollen. Een feest voor de programmatische interpreteerder, dat zijn weerslag krijgt in het publiek. Heftig verdeeld verlaat het de zaal.