Animatiefilm herdenkt Schotse scheeps- en taalramp

Film in Schots-Gaelic In een schuur in Haarlem maakte de Schotse Catrìona Black een animatiefilm over een scheepsramp met 201 doden, die een zware klap was voor Gaelic-sprekende Schotten.

Verdrinkende mannen in Blacks in Gaelic gesproken (Engels ondertiteld) animatiefilm ‘Tha thu air Aigeann m' Inntinn’, over een scheepsramp in 1919.
Verdrinkende mannen in Blacks in Gaelic gesproken (Engels ondertiteld) animatiefilm ‘Tha thu air Aigeann m' Inntinn’, over een scheepsramp in 1919.

In een vliegende storm in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1919 sloeg het marineschip HMY Iolaire op de verraderlijke rotsen voor de haven van Stornoway op het eiland Lewis, voor de westkust van Schotland. Van de 280 bemanningsleden die naar huis terugkeerden uit de Eerste Wereldoorlog, kwamen er 201 om in de kolkende zee, op slechts meters van de kust.

Over deze ramp, die diepe wonden sloeg in de geïsoleerde, Schots Gaelic-sprekende eilandgemeenschappen, maakte de Schotse Catrìona Black de animatiefilm Tha thu air Aigeann m’Inntinn (je bent op de bodem van mijn geest). Na vertoningen in Schotland beleeft de animatie zaterdag haar Nederlandse première op het New Renaissance Film Festival in Amsterdam.

Black is een bekende naam in de kleine wereld van de Gaels, ofwel de sprekers van Schots Gaelic. Ze maakte animaties en boeken in die taal, en is regelmatig te horen op het Gaelic-talige radiostation BBC Radio nan Gàidheal.

Daar vertelt ze bijvoorbeeld over hoe het is om te wonen in het platte, dichtbevolkte Nederland. Want de Bekende Gael woont in een rijtjeshuis in Santpoort-Noord, vlakbij Haarlem. Blacks echtgenoot, filosoof van beroep, kon hier een universitaire aanstelling krijgen, vandaar.

Voor de deur staat een kinderbakfiets, bestickerd met een prominente Saltire, de Schotse blauwe vlag met een wit kruis. „Met fietsen zijn we goed geïntegreerd”, grapt Black. Ze spreekt Nederlands met de harde Schotse ‘ch’ uit het Gaelic.

Straf op Gaelic spreken

Die taal, nauw verwant aan het Iers, werd in de middeleeuwen nog in grote delen van Schotland gesproken, maar na het verlies van de Schotse onafhankelijkheid in 1707 onderdrukt. Nu zijn er nog maar zo’n 57.000 sprekers, voornamelijk op de eilanden ten westen van het Schotse vasteland. Tot ver in de twintigste eeuw kregen schoolkinderen die het spraken straf. „Gaelic hoorde bij de Scottish cringe”, vertelt Black. Cringe is het gevoel van minderwaardigheid rond alles wat Schots is.

Toch lijkt dat tij te keren, door het oprichten van een succesvolle Gaelic-talige hogeschool op het eiland Skye, een heropleving van Schotse folkmuziek, en de groeiende populariteit van Gaelic-talige scholen. En dankzij internet, waar taal-activisten en mensen die de taal spreken en willen leren elkaar gemakkelijk vinden. Toen de talen-app Duolingo afgelopen november een cursus Schots Gaelic lanceerde, schoot het aantal actieve gebruikers naar 200.000. „Gaelic is nu sexy”, zegt Black.

Verdrinkende mannen

In haar studio, een omgebouwde tuinschuur, vertoont ze de animatie, Gaelic gesproken, Engels ondertiteld. De storm en het kolkende water zijn getekend in zwart-blauwe streken, met daartussen de panische gezichten van de verdrinkende mannen.

Een stem leest het titelgedicht voor, een bijna liefelijk verbeelde fantasie waarin de verdronken bemanning onbereikbaar op een frisgroene zeebodem blijkt te wonen.

Dan zien we de lijken, die ‘s ochtends op het strand aanspoelen, in zakken bijeengebracht in een armoedig gebouwtje. We horen archief-opnamen van nabestaanden en enkele overlevenden: over de verbijstering van vaders, moeders, verloofden en kinderen. Een vader knielt bij zijn dode zoon „die nog zo mooi was, het leek net of hij sliep.”

Ter plaatse op Lewis maakte Black opnamen van het water, het zand, de rotsen en het gras, die terugkomen als de texturen animatie.

„Ik was erg zenuwachtig over de ontvangst”, zegt Black, afkomstig uit Edinburgh, dus zelf geen eilander. Ook na een eeuw is de ramp een gevoelig onderwerp, en geldt de sfeer van Lewis en Stornoway als streng, steil, zwaar, ongelukkig. Terwijl in Nederland, waar Black de beelden frame voor frame tekende, bijna niemand van de ramp heeft gehoord. Black: „Het is soms zo vreemd om deel te zijn van een cultuur, maar er tegelijkertijd buiten te leven.”

Gelukkig was de reactie van eilanders warm. „Sommige mensen herkenden het handschrift van familieleden, en wisten niet dat er geluidsopnamen van hun stemmen bestonden. Daar ben ik heel blij mee.”

Tha thu air Aigeann m’ Inntinn is 29 feb 16.30u te zien op New Renaissance Film Festival (28 feb-1 maart) in Lab 111, Amsterdam (nrff.nl).En op 4 april bij Keltisch Colloquium Utrecht, met toelichting Black. Inl. stichting.vanhamel.nl