Opinie

Als een cabaretier democratie met verve verdedigt

Een Duitse cabaretier was tijdens carnaval snoeihard over rechts-extremisme en de moorden in Hanau, zag Michel Kerres. Heldere taal in Mainz.

Michel Kerres

Het is niet de plek waar je politiek vuurwerk zou verwachten: de gezapige, licht beschonken, oer-traditionele carnavalsavond in het slot van de keurvorst in Mainz. Toch moeten we het er dit jaar over hebben.

Voor wie dit jaarlijkse hoogtepunt op de Europese cultuurkalender tot nu toe heeft gemist, eerst een korte handleiding.

De zitting in Mainz is een van de betere in zijn soort en wordt sinds 1955 live uitgezonden op tv, op de vrijdag voor carnaval, vanaf 20.11 uur. Het is een avond van het burgerlijke midden. Aan lange tafels drinken brave boomers regionale Riesling. Ze zijn netjes verkleed, kijken naar het ballet en zingen uit volle borst oude krakers. Onder het publiek zijn bekende Duitsers. Politici, journalisten, de bisschop en zijn plaatsvervanger.

En er is amateur-cabaret, voorgedragen uit een ton, die in Mainz versierd is met een uil. Volgens sommigen staat de tonredenaar in een leeg wijnvat. Volgens anderen verwijst het vat naar de ton waarin Diogenes gewoond zou hebben. De grappen gaan vaak over Wiesbaden, dat net aan de andere kant van de Rijn ligt en waaraan Mainz bij de herindeling van Duitsland na WOII gebied is kwijtgeraakt. En het gaat over politiek. Over de burgemeester van Frankfurt, over de coalitie in Berlijn, over het Witte Huis. Een geslaagde grap wordt beloond met een Tusch van de muziekkapel („tataaa”), een pikante grap met samenzang („oeioeioei”). De betere cabaretier bedient zich van gepaard rijm.

Andreas Schmitt is in het dagelijks leven gemeenteraadslid voor de SPD. Tijdens ‘Mainz’ is hij showmaster en treedt zelf op als misdienaar. Hij is kogelrond en elk jaar is het de vraag of hij nog in de ton past.

Na een grapje over zijn figuur valt hij de AfD aan. Het partijcongres was een geschikt onderwerp voor nazi-regisseur Leni Riefenstahl. Het is eenvoudiger een wildzwijn de lambada te leren dansen dan de AfD democratie bij te brengen. Het nazisme was geen vogelpoepje (zoals AfD’er Alexander Gauland ooit beweerde) maar volkerenmoord. Dan, de misdienaar loopt rood aan, de ton trilt:

„De moorden van Hanau, de schoten op de synagoge van Halle – of jood , christen, moslim - het was een aanval op allen. We leven hier samen, de democratie zal triomferen, dit land zullen jullie nooit regeren.”

Schmitt werd beloond met een staande ovatie. Het was niet subtiel en het was ook niet grappig, maar het was een herhaaldelijk ‘tataa’ zeker waard.

Schmitt veegde SS en AfD op één hoop. Is dat slim? De meeste AfD’ers zijn immers bij lange na geen nazi’s. Maar de AfD is wel een rechts-radicale partij met een extreme vleugel onder leiding van Björn Höcke die graag nazi-termen door zijn speeches mengt. Wie met nazi-woorden speelt, of samenwerkt met iemand die dat doet, loopt ook het risico met nazi’s op een lijn gezet te worden.

Woordkeus telt: het kan uitvergroten of bagatelliseren. Hoe noem je een politicus die wil dat Europa blank blijft, die tegen immigratie is en gelooft dat de EU met immigratie de natiestaat ondergraaft? Ook al ziet hij zichzelf niet als racist, hij sluit wel uit op basis van huidskleur.

Het kan helemaal mis gaan met carnaval, zoals de inwoners van Belgische Aalst bewezen door zich te verkleden met pijpenkrullen en een hoge hoed. Maar als een cabaretier de democratie met verve verdedigt en daar furore mee maakt, dan gaat er in Europa toch ook iets goed.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.