684 bladzijden om mee te lopen

Wandelgidsen NRC las vijf wandelgidsen met een originele insteek.

Randstedelijke rust

 

Soms heb je geen zin in avontuur of meeslepende natuur. Je wilt gewoon een frisse neus halen, liefst van wat kilometers. Voor wie dan naar randstedelijke rust zoekt, kwamen er vorig jaar twee wandelgidsen uit met routes in het dichtstbevolkte en – bebouwde gebied – Delfland, in de dichtstbevolkte en bebouwde provincie: Zuid-Holland.

Dat zowel Cock Hazeu bij Gegarandeerd Onregelmatig, als Noes Lautier, Menno Zeeman en Vladimir Mars bij Uitgeverij Elmar op min of meer dezelfde routes in Delfland uitkomen, is niet verbazingwekkend. Zoveel groen en onverharde paden zijn er niet in de driehoek Den Haag, Delft en Rotterdam. Voortdurend valt je blik tijdens het wandelen dan ook op de skyline van de havenstad of de hofstad, op elektriciteitsmasten, kassen en distributiecentra. Dit is aangeharkte en aangemaakte natuur.

Maar toch is het er leuk lopen. Neem de wandeling door het Bieslandse Bos (voor mensen die weleens op de A13 rijden, dat ligt in de polders achter de Zweedse meubelgigant). De wandeling begint bij een afgeknotte molen net naast de snelweg en al snel loop je dwars door een weiland, over een klein dijkje met knotwilgen, en om een recreatieplas, ontstaan door de zandafgraving die nodig was voor de bouw van nieuwe wijken. Hazeu laat je vier kilometer extra lopen door het prachtige arboretum en langs een hertenkamp dat iets minder treurig wordt als je in zijn gids leest dat het een eeuw geleden een werkverschaffingsproject was.

Het is een jong natuurgebied: het Bieslandse Bos werd rond 1985 aangelegd voor houtproductie. Maar, zo leren beide gidsen, het gebied heeft een oude geschiedenis. In de middeleeuwen werd hier turf gestoken. Onderweg kom je talloze watervogels tegen, ooievaars en zelfs fazanten.

Welke gids je kiest, is een kwestie van smaak. Hazeu werkt met instructies als links, rechts en rechtdoor. Dat betekent dat je de gids moet meenemen – leuk voor de uitgebreide beschrijvingen – of de route moet downloaden op Wandelzoekpagina. De drie routemakers van Elmar, die ook enkele wandelingen in de bollen- en duinstreek in hun jaszakformaat gids opnamen, gebruiken het wandelknooppuntennetwerk van Zuid-Holland. Je hoeft dus alleen maar nummers te onthouden of die in te voeren in de app.

Struinen langs het water

 

Roots, het natuurblad met de mooie foto’s (voor oudere lezers: de opvolger van Grasduinen) geeft ook om de zoveel tijd een boek uit. Zo zijn daar naast enkele ‘doe-boeken’ voor kinderen inmiddels Het langste natuurpad van Nederland, De mooiste boswandelingen van Nederland en, recentelijk verschenen, De mooiste wandelingen langs water.

Met die laatste in de hand gaan we op stap. Bij water denk je niet zo snel aan Nijmegen, behalve dan aan de bekende rivier, maar er blijkt een vennengebied te liggen waarvan we dachten dat Oisterwijk daar het patent op had. Nu is Oisterwijk wat betreft vennen-natuurschoon én de hoeveelheid vennen onverslaanbaar, maar toch is dit gebied voor ons een grote verrassing. Van Oisterwijk naar de Veluwezoom in 8,6 kilometer (de lange variant, overigens met nauwelijks méér water, is 14,9 km). Jammer dat we hier niet in het voorjaar liepen, want we doorkruisen een landje dat blijkens de borden in de juiste maanden vol staat met korenbloemen en klaprozen – een natuurakker zoals je die bijna niet meer ziet in het van stikstof en raaigras vergeven Nederland. Ergerlijk is dat we in het boekje meerdere malen een foute of onlogische aanwijzing lezen, waardoor tijd wordt verloren met het bestuderen van het (wel duidelijke) kaartje om de juiste route te kunnen vervolgen.

Neemt niet weg dat het boekje middels zeventien wandelingen (in telkens twee afstanden; rond de 10 km en langer) langs diverse watervarianten (van zee tot kabbelend beekje) tal van gebieden laat zien die verleidelijk zijn om te bezoeken, juist omdat het niet de allerbekendste routes betreft. Ook ziet het boekje er fraai uit, met veel foto’s en per wandeling de bijzonderheden ter plaatse uitgelicht. Het is lichtgewicht en de kaartjes zijn uitstekend. Nu in een volgende druk alleen die beschrijvingen nog foutloos en het overbodige hoofdstuk met natuurzwembaden vervangen door nog een paar fijne waterroutes en elke wandelaar met liefde voor het Hollandse landschap wil dit in de kast hebben staan.

Weldadige koloniën

 

In 1975 scoorde de Helmondse zanger Adri van den Berk er nog een bescheiden hit mee: ‘Veenhuizen op het Drentse platteland/Een bajes met veel zorg en trammelant/Je hebt voor niet één man iets goeds gedaan/Dus jongens, laten wij daarom maar gaan’. En in 2008 schreef Suzanna Jansen de bestseller Het Pauperparadijs, óók over Veenhuizen.

Maar het Drentse dorp was al ver voor die tijd roemrucht. In 1818 richtte generaal Johannes van den Bosch in Drenthe, Friesland en de Belgische Kempen zeven ‘Koloniën van Weldadigheid’ op, waar bedelaars, zwervers en arme gezinnen een eigen stukje grond toebedeeld kregen. Zo kon woeste grond ontgonnen worden, en werd de ‘paupers’ discipline bijgebracht: een win-winsituatie. Maar paradijselijk bleek het allerminst, schrijven Wim Huijser en Rob Wolfs in hun gids Weldadig Wandelen: „Lang niet iedereen wilde werken en ook het beheer van geld en goederen liet vaak te wensen over. Zo werden geleende goederen nogal eens ingewisseld voor sterke drank.” Rond het begin van de twintigste eeuw werden de koloniën opgeheven, maar de gebouwen bleven bestaan: als gevangenis, als museum, als tbs-kliniek, als woonhuis.

Huijser en Wolfs maakten zeven wandelroutes rond de zeven voormalige koloniën (Veenhuizen, Ommerschans, Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord in Noord-Nederland en Wortel en Merksplas in België), en een achtste rond Boschoord – een kolonie die „vanwege de slechte gesteldheid van de bodem” niet tot volle wasdom kwam. Die opzet van de gids is meteen ook de beperking ervan: omdat de vier Nederlandse ‘oorden’ dicht bij elkaar lagen, voeren vier van de wandelingen door hetzelfde gebied. Ook Wortel en Merksplas grenzen aan elkaar. Alleen Veenhuizen en Ommerschans liggen wat geïsoleerder. Juist vanwege die eentonigheid was het leuk geweest een uitstapje toe te voegen naar bijvoorbeeld het Amsterdamse Asterdorp. Goed beschouwd geen officiële kolonie, maar wel een plek waar ‘asocialen’ uit de stad werden ondergebracht om ze goede manieren bij te brengen. Doordat de gids nu zo strak op de koloniën focust, lijkt het nu en dan op een reclameboekje voor de Stichting Weldadig Oord, achterin genoemd als een van de sponsors. Ook is de gids ietwat overdadig voorzien van foto’s en tekst – interessant, maar afleidend bij het wandelen. Jammer, want Weldadig Wandelen bevat mooie, goed omschreven routes.

Wijnwandelen

 

Van Friesland tot Zuid-Limburg, van Zeeland tot Overijssel tooit het landschap zich met wijngaarden. Een vinologische geschiedenis die teruggaat tot in de Romeinse tijd. Een wandelgids waarvoor de on-Nederlandse wijngaarden en zelfs wijnkastelen de inspiratiebron vormen, is dan ook een verleidelijk idee. In De mooiste wijnwandelingen in Nederland brengen wijnschrijfster en histoca Mariëlla Beukers en wandelaar Wanda Catsman tien routes in kaart die voeren langs wijngaarden en -huizen, en onvermijdelijk naar terras of etablissement waar de wijn wordt geschonken. Betere introductie voor wijn van Nederlandse herkomst is nauwelijks denkbaar. Zo sta ik met de gids in de hand tussen de druivenranken bij Wijngoed De Reestlandhoeve in het Overijsselse Balkbrug. Het lijkt een klein wonder: op wat eigenlijk kaal weiland lijkt groeien sierlijke ranken op een bodem die oerijzer bevat, zanderig en waterdoorlatend is. Vanwege de noordelijke ligging wordt de wijn gemaakt van nieuwe druivenrassen als regent, johanniter en solaris.

De wandeling van 11 kilometer die Catsman vanaf het wijngoed door de weilanden heeft samengesteld, is afwisselend. Na het vlakke land komen we in het stroomdal van het riviertje Reest, kruisen pittoreske bruggetjes en lopen we over graspaden en door windsingels. Zo stippelde Catsman gevarieerde wandelingen uit over de heuvels van Zuid-Limburg, de schorren van Zeeland en het intieme coulisenlandschap van de Achterhoek. De routebeschrijvingen zijn adequaat, verrijkt met goed leesbare wandelkaartjes en sfeervolle foto’s. Bij de toelichtende beschrijvingen gaat het echter geheel mis. Het wemelt in de tekst van stilistische fouten, herhalingen, wonderlijke interpunctie en grove schrijffouten. Zo staat er meteen al op de eerste bladzijde dat ‘diverse provincies het wandelen en de wijngaarden hebben omarmt’. Elders gaat het over ‘ruivenrassen’ in plaats van druivenrassen en staat er de volstrekt cryptische mededeling: „Druivenrassen oud en nieuw Wijn wordt in Nederland gemaakt van veel verschillende druivenrassen.” Het is jammer, want deze wijnwandelgids opent voor velen een nieuw perspectief op het Nederlandse wandellandschap.