Opinie

Voltijdmannen, mag het een onsje minder?

Om de tekorten in de zorg op te lossen zouden niet parttimers méér, maar mensen die fulltime werken mínder uren moeten maken, betogen en .
Foto iStock

Met groeiende personeelstekorten in de zorg en in het onderwijs wint een idee in Nederland aan steun: vrouwen moeten meer gaan werken. Afgelopen november stelde het VVD-Kamerlid Judith Tielen voor dat vrouwen eindelijk eens fulltime moesten gaan werken in de zorg. In NRC schreef Marike Stellinga over Wieteke Graven van stichting Het Potentieel Pakken, die ditzelfde wil realiseren, in haar column Deeltijddames, mag het een onsje meer? (15/2).

Het echte probleem ligt echter niet bij de deeltijdwerkers, maar bij de wijze waarop wij voltijd invullen.

De oproepen van Tielen en Graven leggen de verantwoordelijkheid bij de vrouw. Er is echter een reden dat vrouwen veelal in deeltijd werken. En dat is dat vrouwen al veel verantwoordelijkheden hebben. Onze samenleving is nog altijd niet ingericht op een gezin met kinderen waar beide ouders een fulltimebaan hebben. Het is een enorme puzzel om het huishouden, de kinderopvang, eventuele mantelzorg en andere verplichtingen draaiende te houden wanneer beide ouders ’s ochtends vroeg naar hun werk vertrekken en ’s avonds pas laat weer thuiskomen.

Lees ook de column van Marike Stellinga: Deeltijddames, mag het een onsje meer?

De vrouw lost dit probleem over het algemeen op door na het krijgen van kinderen van een fulltime naar een parttime functie te gaan. Daarbij wordt ze opgezadeld met het merendeel van het huishoudelijk werk, ze ziet haar carrièrekansen in snelvaart afnemen en ze levert een deel van haar financiële onafhankelijkheid in.

Voltijd: minder uren

Het is de harde realiteit dat zolang de man fulltime werkt, er voor veel vrouwen in de huidige samenleving geen ruimte is om dat ook te doen. Daarom zit de oplossing van het probleem waar je hem misschien niet verwacht: voltijdwerkers moeten juist minder uren gaan draaien.

Kenners als hoofdeconoom Andy Haldane van de Bank of England zeggen het al langer: in de eerste helft van de 21ste eeuw zullen we afstappen van de veertigurige werkweek en teruggaan naar een dertigurige werkweek.

De standaard achturige werkdag is dit jaar honderd jaar oud en sindsdien is de wereld onherkenbaar veranderd. De arbeidsproductiviteit van de Nederlandse werknemer is sinds 1948 met meer dan 400 procent gestegen. Tegelijkertijd is burn-out beroepsziekte nummer één geworden, is werkstress verantwoordelijk voor 35 procent van het ziekteverzuim en kost stressproblematiek Nederland volgens sommige schattingen zo’n 6 miljard per jaar.

Lees ook deze NRC Checkt: ‘Een kortere werkdag is goed voor de productiviteit’

Automatisering, robotisering en artificial intelligence blijven zich ondertussen ontwikkelen, waarbij de vraag wordt gesteld óf er voor het leeuwendeel van de mensheid nog wel genoeg werk zal zijn in de toekomst. Ondertussen proberen we met z’n allen nog steeds veertig uur per week te werken. We lopen aan tegen burn-outs en bore-outs (ziek door verveling) en we zijn te moe om onszelf na werktijd te blijven ontwikkelen.

Waarom doen we onszelf dit aan? Onderzoek heeft aangetoond dat een gemiddelde werknemer op een werkdag niet meer dan drie uur echt productief is. Op de arbeidsproductiviteit in Nederland zal het effect van minder uren werken dan ook gering zijn. Meerdere onderzoeken en case-studies tonen dat aan. Een dertigurige werkweek zorgde bij bedrijven als Microsoft en het Nieuw-Zeelandse Perpetual Guardian zelfs voor meer productiviteit dan in een veertigurige werkweek. Werknemers hadden meer energie, vergaderingen werden efficiënter ingepland en bovenal bleken werknemers het meer waard te vinden hun werk in dertig uur af te hebben dan om veertig uur te werken. En wat bleek? De werknemers werden er ook een stuk gelukkiger en gezonder van. Zo kan dertig uur in de week werken andere kosten die nu op de samenleving drukken aanzienlijk verminderen. Er valt enorme winst te behalen op arbeidsuitval door ziekte en stress.

Niet in het bnp: meer tijd

Maar zelfs als we een eventueel verlies in arbeidsproductiviteit niet volledig terugverdienen aan besparing op ziektekosten, dan is dit nog geen probleem. Een dertigurige werkweek levert ons meer tijd op voor vrijwilligerswerk, mantelzorg, zelfontwikkeling en andere nuttige activiteiten die zich minder makkelijk in het bruto nationaal product laten uitdrukken. Maar die dingen komen onze samenleving minstens evenzeer ten goede als economische groei. Tijd om onszelf te ontwikkelen zullen we bovendien hard nodig hebben om ons voor te bereiden op de veranderende samenleving van de 21ste eeuw. Ook in dat licht bekeken is minder gaan werken geen luxe, maar noodzaak.

En de tekorten in de zorg? Wanneer een dertigurige werkweek de standaard wordt, zullen veel mannen minder gaan werken. Dit zorgt ervoor dat minder huishoudelijke en zorgtaken automatisch op het bord van de vrouw vallen. Voor de vrouw, die nu gemiddeld 26 uur per week werkt, kan er door deze lastenverlichting juist ruimte ontstaan om een paar uurtjes meer te gaan werken, en ook de dertig uur te halen. Dit is wat je moet doen, wanneer je de vrouw meer wilt laten werken. Niet enkel de overbelaste vrouw om nóg een onsje meer vragen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.