‘Rector mag knippen en plakken zonder bronvermelding, studenten niet’

Plagiaat Het bestuur van de Universiteit van Amsterdam is gevraagd om herziening van het oordeel over ex-rector Dymph van den Boom.

Exterieur van de Universiteit van Amsterdam.
Exterieur van de Universiteit van Amsterdam. Foto Koen van Weel / ANP

Oud-rector Dymph van den Boom heeft de wetenschappelijke integriteit wel degelijk geschonden. Door haar daarvan vrij te pleiten, doet het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan „academische klassenjustitie”.

Dat zeggen bijna tachtig hoogleraren en universitair docenten in een gezamenlijke brief aan het bestuur van de UvA. De brief, die 18 februari werd verstuurd, is in handen van NRC.

Dymph van den Boom, hoogleraar pedagogiek en voormalig rector magnificus van de UvA raakte juni vorig jaar in opspraak nadat NRC meldde dat zij zich op verschillende momenten in haar carrière schuldig zou hebben gemaakt aan plagiaat. Ze gebruikte in haar proefschrift en in diverse toespraken teksten van anderen zonder correcte bronvermelding. Plagiaat, concludeerden verschillende experts.

De UvA liet in reactie op het artikel een onafhankelijke commissie de wetenschappelijke integriteit van Van den Boom onderzoeken. Die kwam in december tot de conclusie dat van plagiaat geen sprake zou zijn. Wel zag de commissie „(een patroon van) slordigheden en tekortkomingen bij bronvermeldingen” in haar werk.

Van zuiver plagiaat zou volgens de onderzoekscommissie pas sprake zijn geweest als Van den Boom wetenschappelijke inzichten en ideeën van anderen had gepresenteerd alsof zij die zelf had bedacht. In dat geval had ze „gepronkt met andermans veren”.

Gedragscode wetenschappelijke integriteit

De hoogleraren, waarvan ongeveer de helft werkzaam is aan de UvA, vragen het bestuur in hun brief om het oordeel van de onderzoekscommissie „zo spoedig mogelijk […] kritisch te bezien”. Want, schrijven ze, met het overnemen van deze conclusie „ondermijnt” het bestuur de gedragscode wetenschappelijke integriteit. Ze wijzen daarbij op de bestaande definitie van plagiaat zoals die wordt vermeld in de landelijke gedragscode wetenschappelijke integriteit: „… plagiaat is het gebruik zonder passende erkenning van ideeën, werkwijzen, resultaten of teksten van een ander.” En: „Doe bij het overnemen van ideeën […] recht aan het betrokken wetenschappelijk werk van anderen en verwijs zorgvuldig naar de bron.”

Lees het bericht dat aanleiding was voor het onderzoek: Hoe de oud-rector van de UvA plagieerde in speeches en proefschrift

De conclusie van het onderzoek naar Van den Boom wijkt af van die definitie, stellen de hoogleraren. „Met uw huidige positiekeuze doet u naar ons oordeel geen recht aan de intenties van de gedragcode(s) en met het handhaven van uw eigen plagiaatregeling veroorzaakt u een vorm van academische klassenjustitie: een rector mag knippen en plakken zonder bronvermelding, studenten niet.”

Door wél plagiaat vast te stellen zou het bestuur van de UvA „kunnen bijdragen aan het herstel van het inmiddels ondermijnde vertrouwen dat het algemene publiek kan hebben in het zelfreinigend vermogen van de Nederlandse universiteiten.”

Het college van bestuur van de UvA komt nog deze week met een antwoord op de brief en wil niet op de inhoud daarvan vooruitlopen.

Juristen Ton Hol (Universiteit Utrecht) en Marc Loth (Tilburg University) die het onderzoek naar de wetenschappelijke integriteit van Van den Boom deden, reageren wel. „Plagiaat of niet? Was het maar zo eenvoudig”, schrijven zij aan NRC. Het proefschrift van Van den Boom is uit 1988: een andere tijd, met andere regels. En voor toespraken gelden andere regels dan voor wetenschappelijke publicaties.

„In beide gevallen betrof het een contextueel oordeel, niet gebaseerd op een definitie”, schrijven de onderzoekers. „Met die oordelen hoeft men het niet eens te zijn. En over wat plagiaat is kan men in redelijkheid van mening verschillen.”