Opinie

Praat in de klas over de rechts-extremistische aanslag in Hanau

Onderwijsblog Ook in Nederlandse klassen werkt de aanslag in Hanau polarisatie in de hand, schrijft Karim Amghar. „In de klassen vertaalt deze angst zich in een soort boosheid naar de ‘witte’ groep.”
Foto Armando Babani/EPA
Foto Armando Babani/EPA

Radicalisering kent geen naam, afkomst of religie. Dat blijkt weer bij de aanslag van vorige week in Hanau, Duitsland. Een 43-jarige man met extreemrechts gedachtegoed schoot in twee shishalounges tien mensen dood.

Er is maar weinig aandacht voor deze aanslag. Waarom? Dat is moeilijk te duiden. Omdat we het geweld bagatelliseren? Omdat sommigen op tv hebben geroepen dat de dader een eenling was, die niet handelde vanuit een missie zoals het verdrijven van alle moslims, in de naam van een groepering? Of heeft het ermee te maken dat het ingewikkeld wordt als de dader van terrorisme een westerling is, omdat we dan niet kunnen profileren?

In het klaslokaal is de verontwaardiging voelbaar. Studenten vragen me waarom ze zo weinig over de aanslag horen. Zijn we eraan gewend geraakt, of is er een andere reden? Waarom besteden we geen aandacht aan moeilijke onderwerpen als de dader op de westerling lijkt, maar de slachtoffers niet? Ook al gebeurt dat niet opzettelijk, studenten voelen dat wel zo.

De vicieuze cirkel van radicalisering en polarisatie stelt dat de ene groep - in dit geval de rechts-extremistische - met terreur angst wil creëren bij een andere groep - in dit geval de multiculturele samenleving, en nog specifieker Turkse en Koerdische Duitsers en moslims. In de klassen vertaalt deze angst zich in een soort boosheid naar de ‘witte’ groep: de Westerse, Nederlandse gemeenschap. Studenten geven aan minder behoefte te hebben zich met die groep te verbinden. De aanslag in Hanau werkt dus polarisatie, haat en onbegrip in de hand. Ook in Nederlandse klassen.

Schenk je studenten munitie

Dat komt doordat we er niet de juiste aandacht aan besteden. Sommige docenten en jongerenwerkers besteden er zelfs helemaal geen aandacht aan. Ze voelen de urgentie niet, of weten niet hoe ze zo’n gesprek moeten aangaan. Er zijn ook instellingen die zeggen: We willen geen slapende honden wakker maken. Of: Wat je aandacht geeft, groeit. „Ik ga niet voor elk probleem mijn les stopzetten”, hoor je docenten zeggen.

Maar ook al schenk je geen aandacht aan rechts-extremistische radicalisering - er zijn wel anderen, buiten de school, die dat doen. Mensen met radicale ideologieën. Daarmee bedoel ik zowel jihadistische als rechts-extremistische ronselaars. Dan zal de haat groeien in plaats van de liefde en verbinding.

Schenk je leerlingen en studenten munitie. Munitie om zich mee te bewapenen voor het gesprek met ronselaars. Die weerbaarheid en zelfredzaamheid geef je ze door inhoudelijke gesprekken te voeren over moeilijke onderwerpen. Leer jongeren kritisch kijken naar alle waarheden. Leer ze dat ze er mogen zijn in Nederland. En laat ze de kracht en pracht zien van de multiculturele samenleving. Wees het met elkaar oneens, maar haat elkaar niet.

Dus als je het nog niet gedaan hebt in de klas: bespreek de aanslag in Hanau. Ook al denk je dat studenten er niets van hebben meegekregen. De kans dat het wel zo is, is groot, en dan bestaat het risico dat ze zich niet gehoord voelen. Pak je verantwoordelijkheid als docent, jongerenwerker, wijkagent, journalist.

Karim Amghar is docent omgangskunde op het mbo en hbo en programmamaker en presentator bij de NTR. Hij schreef onlangs het boek ‘Van Radicaal Naar Amicaal’. Ook traint hij docenten op het gebied van radicalisering en polarisatie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.