Sociale partners verkennen nóg onzekerder pensioen

Het Pensioenakkoord Sociale partners verkennen een pensioenhervorming die radicaler is dan eerder afgesproken. Beloftes en rekenrente verdwijnen.

Het zonnetreintje door de Ooijpolder, van stichting Van Steen en Natuur, dat milieuvriendelijk vervoer door de polder wil stimuleren, blijkt vooral een hit onder gepensioneerden.
Het zonnetreintje door de Ooijpolder, van stichting Van Steen en Natuur, dat milieuvriendelijk vervoer door de polder wil stimuleren, blijkt vooral een hit onder gepensioneerden. Foto Flip Franssen / Hollandse Hoogte

De afspraken uit het moeizaam bereikte pensioenakkoord staan opeens weer ter discussie, vooral doordat de rente afgelopen jaar is blijven dalen. Het kabinet, werkgevers en vakbonden hebben nieuwe pensioenregels bedacht die afwijken van het in juni vorig jaar gepresenteerde akkoord. Een woordvoerder van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) bevestigt dat na berichtgeving in De Telegraaf.

Het gaat volgens betrokkenen om een kansrijk alternatief, dat nog verder onderzocht moet worden. In die nieuwe variant zouden pensioenfondsen geen rekenrente meer nodig hebben om te berekenen of ze genoeg geld hebben voor alle toekomstige pensioenverplichtingen.

1 Wat is er afgesproken in het pensioenakkoord?

Het aanvullend pensioen, waar werknemers voor sparen bovenop hun AOW-uitkering, wordt minder zeker. Dat is de kern van het pensioenakkoord.

Nu nog wordt de pensioenpremie van werknemers en werkgevers iedere maand omgezet in ‘pensioenaanspraken’: kleine stukjes van een toekomstige uitkering. De beloofde uitkering staat dus centraal.

Om al die beloftes waar te maken, moet een pensioenfonds grote financiële reserves aanleggen. Sinds de financiële crisis blijkt dat de meeste fondsen hun beloftes niet kunnen nakomen.

Daarom is in het pensioenakkoord afgesproken dat fondsen in de toekomst minder harde beloftes gaan doen over de toekomstige uitkering. Daarom hoeven ze ook minder voorzichtig te zijn: ze hebben geen extra buffers meer nodig voor slechte tijden. Beleggingswinsten worden direct uitgedeeld aan deelnemers. Maar na verliezen moet er ook sneller gekort worden.

Lees ook: Iedereen beseft: dit is een broos pensioenakkoord

2 Wat is er mis met die plannen?

Sinds het pensioenakkoord in juni werd gesloten, is de rente verder gedaald, door internationale handelsspanningen en recent de uitbraak van het nieuwe coronavirus. Daardoor verslechterde ook de financiële gezondheid van de fondsen. Met als gevolg voortdurend dreigende kortingen.

Werkgevers, vakbonden en het kabinet, die nu samen het pensioenakkoord uitwerken, zijn tot de conclusie gekomen dat pensioenfondsen onder de nieuwe regels net zo kwetsbaar zijn voor de almaar dalende rente.

De reden? Onder de nieuwe afspraken blijven pensioenfondsen iets beloven, ook al erkennen ze dat die belofte veel minder zeker is. Dus moeten zij blijven rekenen: hebben we genoeg geld in kas om die beloftes waar te maken?

Bij die berekeningen gebruiken fondsen de door vakbonden bekritiseerde ‘rekenrente’. Die is grotendeels gebaseerd op de marktrente voor veilige staatsobligaties. Hoe lager die rente, hoe meer geld ze in kas moeten hebben.

Ook de uitwerking van deze nieuwe pensioenvariant zal erg moeilijk worden

3 Welke verandering ligt er nu op tafel?

Om uit deze impasse te komen, wordt nu een verdergaande aanpassing van de pensioenen onderzocht. Helpt het om het pensioen nóg minder zeker te maken? In dat geval zou de rekenrente veel minder belangrijk zijn, en mag die wellicht ook wat hoger worden.

In de variant die nu onderzocht wordt, is er helemaal geen toekomstige pensioenbelofte meer. Het nu opgebouwde pensioenkapitaal wordt leidend: alle ingelegde premies plus de behaalde beleggingswinst. Pas richting het einde van de loopbaan wordt duidelijk hoe hoog de maandelijkse uitkering van iemand is.

Dat betekent dat pensioenfondsen niet continu hoeven te rekenen of ze genoeg geld hebben voor alle beloftes in de verre toekomst. De rekenrente wordt minder belangrijk.

Wel zullen fondsen hun deelnemers een indicatie blijven geven over wat voor toekomstige uitkering zij mogen verwachten. Bij die voorzichtige indicaties mogen fondsen er waarschijnlijk wél van uitgaan dat het geld sneller rendeert dan veilige obligaties, omdat zij het geld bijvoorbeeld ook beleggen in risicovolle aandelen en vastgoed.

Het is overigens nog lang niet zeker dat dit plan doorgang vindt, zeggen betrokkenen. Het is een verregaand voorstel. Vakbonden zullen nog minder zekerheid moeten accepteren en D66’er Koolmees zal de rekenrente moeten loslaten. Beide concessies liggen gevoelig bij de achterban.

Ook de woordvoerder van Koolmees laat weten dat er nog niets definitief is: er worden op dit moment „verkenningen in diverse denkrichtingen uitgevoerd”, zegt hij.

4Minister Koolmees wilde toch niet tornen aan de rekenrente?

Koolmees hield een verhoging van de rekenrente tot nu toe altijd tegen. Als pensioenfondsen al bij voorbaat onzekere toekomstige rendementen mogen incalculeren, gaan ze hun financiële gezondheid te positief inschatten, vreest hij. En als zij op papier gezond lijken, kunnen zij sneller geld uitdelen aan gepensioneerden, waardoor jongeren en toekomstige generaties de dupe zouden worden.

Maar tegelijk is Koolmees een groot voorstander van individuele pensioenpotjes. Daarin speelt de rekenrente helemaal geen rol meer, omdat iedereen voor zichzelf spaart. Dan is er ook geen conflict meer tussen generaties.

De grote vraag is nu hoe individueel deze nieuwe variant wordt. Daarover is nog veel onduidelijkheid. De bonden zijn altijd fel tegen individuele potjes geweest: zij willen risico’s delen om ‘pech- en gelukgeneraties’ te voorkomen. Dat maakt dat ook de uitwerking van deze nieuwe variant nog heel moeilijk zal worden.

Lees ook: Rekenrente leidt altijd weer tot verhitte discussies