‘Patiënt nul’ berust op een misverstand

Ewoud Sanders

Woordhoek

Een woordgroep die nogal indruist tegen mijn taalgevoel is patiënt nul. Mijn logica dicteert dat een ziekte-uitbraak begint bij patiënt één, maar het gaat hier om internationaal epidemiologisch jargon dat ook gretig wordt gebruikt door de media. Deze aanduiding ontstond in 1984 tijdens de HIV-uitbraak en berust op een misverstand. Aanvankelijk dacht men dat de Canadese steward Gaëtan Dugas de eerste HIV-patiënt was. Een Noord-Amerikaanse instelling voor volksgezondheid noemde hem patient O – een codenaam voor „patient Out of California”. Dit werd verkeerd begrepen in de pers, die er „Patient Zero” van maakte.

Iets vergelijkbaars zien we bij het benoemen van bloedgroepen. De meeste mensen spreken bloedgroep 0 uit met de letter O, naar analogie van A en B, terwijl hier het cijfer nul staat.

Patiënt nul of zero wordt al zeker sinds 1988 in het Nederlands gebruikt, maar is nog niet doorgedrongen tot de woordenboeken. Inmiddels worden deze aanduidingen breder gebruikt. Zo noemde de Universiteit Maastricht onlangs de laptop waarmee de cyberaanval begon ook „Patiënt Zero”.

Voor volk en...

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de boeren iets te leren hebben op het gebied van PR. Eerst die vergelijking met de Holocaust, toen een dreigement aan een minister en nu een tractor met daarop de strijdleus: „Voor volk en vaderland”. Je hoeft de Tweede Wereldoorlog niet te hebben meegemaakt om te weten dat dit de titel was van het ‘strijd- en propagandablad’ van de NSB.

Wat de betreffende boer hiermee wilde uitdrukken is mij een raadsel – ik zie geen enkel verband tussen volk en vaderland en stikstofreductie. Zeker is dat de boeren hiermee flinke imagoschade oplopen. Hun leuzen worden sowieso steeds agressiever. „Het is oorlog”, „,Zonder strijd géén overwinning”, „Met Carola aan de macht, wordt elke boer verkracht” – wie zichzelf zo overschreeuwt, snapt niet dat hij daarmee zijn eigen glazen ingooit.

De formulering voor volk en vaderland is trouwens veel ouder dan het nationaal-socialisme, je vindt ’m al in de achttiende eeuw. Maar wij associëren deze woordcombinatie met nationaal-socialisme en daar gaat het natuurlijk om.

Vaderland

Lees ook dit opiniestuk: Vaderlandse geschiedenis afschaffen? Niet doen, Leiden

De Universiteit Leiden heeft aangekondigd dat het de aanduiding „Vaderlandse geschiedenis” wil inruilen voor „Nederlandse geschiedenis” omdat dit eigentijdser is en beter past bij de inhoud van dit vak. Ik kan me daar wel in vinden, want wat moet je precies verstaan onder vaderlandse geschiedenis? De Dikke Van Dale, de scheidsrechter in veel taalzaken, geeft dit curieuze antwoord: vaderlandse geschiedenis = de geschiedenis van het moederland. Moederland betekent volgens dit naslagwerk: „land ten opzichte van zijn overzeese bezittingen” of „land van oorsprong”. En vaderland: „gewest, naderhand land of staat waar iemands vader, waar de voorvaderen hebben gewoond, waar je geboren en getogen bent, waar je als burger woont en je thuis voelt”.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat sommige definities in dit woordenboek hard aan actualisering toe zijn, want ik zou bijvoorbeeld niet weten waarom de vader hier bepalender is dan de moeder. En is je ergens thuis voelen voldoende om het land waar je woont je vaderland te noemen? Ik betwijfel sterk of de Immigratie- en Naturalisatiedienst zich hierin kan vinden.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.