Nep-boektitels om een rivaal te sarren

Historische letterkunde In periodes van politieke onrust maakten opponenten elkaar belachelijk met bij elkaar gefantaseerde boekenlijsten.

Lijst fictieve titels: ‘Boucken inde filosofollie’Bladzijden uit Testament Rhetoricael (1561): ‘Somme der ganscher theologastrie’, ‘Speculum Lupanarizantium’ enz. van de Brugse rederijker Eduard de Dene, deels ontleend aan Rabelais’ lijst uit Gargantua en Pantagruel.
Lijst fictieve titels: ‘Boucken inde filosofollie’Bladzijden uit Testament Rhetoricael (1561): ‘Somme der ganscher theologastrie’, ‘Speculum Lupanarizantium’ enz. van de Brugse rederijker Eduard de Dene, deels ontleend aan Rabelais’ lijst uit Gargantua en Pantagruel. Foto Universiteitsbibliotheek Gent

Imaginaire boekenlijsten waren in de zeventiende en achttiende eeuw een geliefde vorm van politieke satire. In Frankrijk, bijvoorbeeld, verscheen meteen na de Franse Revolutie een lijst van niet-bestaande boeken met titels als: Geschiedenis van een hedendaagse Nero – in zestig delen, Geheim van het verven met menselijk bloed – twee jaar geleden ontdekt door François Pibel, 3 delen, uitgave De Uitgehongerde Tijger en De kunst van het aderlaten. Dit laatste boek werd toegeschreven aan een chirurgijn met dezelfde naam als de voormalige minister van Financiën.

Paul Smith is emeritus hoogleraar Franse literatuur in Leiden – eerder deze maand gaf hij zijn afscheidscollege. Smith heeft nu ook, samen met collega-letterkundigen, een boek samengesteld over dit weinig bekende genre: Early Modern Catalogues of Imaginary Books.

In periodes waarin het er politiek fel aan toeging, was het niet ongewoon dat de tegenover elkaar staande partijen elkaar belachelijk maakten met bij elkaar gefantaseerde boekenlijsten, die meestal anoniem werden gepubliceerd. Soms eindigde zo’n lijst met een waarschuwing aan de tegenpartij: „Als jij nu ook met titels komt, kom ik met nog véél meer titels!”

Moeilijk te begrijpen

In Nederland verscheen in 1672, het jaar waarin de gebroeders De Witt werden gelyncht, anoniem een Catalogus van Boecken in de Byblioteque Van Mr. Jan de Witt.

Johan de Witt wordt daarin (waarschijnlijk postuum) belachelijk gemaakt met een lijst van boeken die door hem, zijn broer en zijn vader geschreven zouden zijn. Met titels als: De Grimlag van den Duyvel tegen de Morgendau. Of: Lijste van ’t Loon der Verraders en Sions. En: Het Bosch heeft Oogen, en ’t Velt heeft ooren – Een uitsteeckend Puick-Juweel van de getuigenissen der stomme levende en doode Blocken, Boomen en Bancken in ’t Haeghsche Bosch.

Sommige titels zijn glashelder: Cromwels Varckens-tranen, Zijnde een Lamentatie over al ’t vergoten Bloedt, dooden en gequetsen, kreupelen, lammen en verminckten. En: Mitsgaders Weduwen en Weezen, gesproten uyt de drie Engelsche Oorlogen. Alleen gemaakt, om Mr. Jan in sijn Gouvernement te mainteneren.

De reus Pantagruel is erg onder de indruk van geleerde boeken als De kunst van het kakken

Andere titels zijn nu moeilijk of niet te begrijpen: Den getanden Gaper buyten de Speuystraet, of baviaen in een kackstoel; door Mr. Jan.

Al deze titels bevatten toespelingen op gebeurtenissen en personen rond het woelige jaar 1672, die alleen begrepen konden worden door mensen die goed ingewijd waren. Voor wie dat niet was, verscheen er in datzelfde jaar een toelichting bij de fictieve catalogus: Sleutel, Ontsluytende de Boecke-kas van de Witte Bibliotheeck. Waer in de duystere namen der Boecken klaerlijck warden vertoont en bekent gemaeckt.

Keurig een scheet laten

In 1801, na het mislukken van de Bataafse Revolutie, schreef de radicale democraat Bernardus Bosch de teleurstelling van zich af in zijn pamflettaire tijdschriftje Heer Janus Janus-zoon. Hij plaatste daarin imaginaire advertenties waarin niet-bestaande uitgevers hun nieuwste boeken presenteerden. Een van de titels, Het rampzalig uiteinde van een standvastigen Patriot, verwijst duidelijk naar de teleurstelling van Bosch. Ook hier de nodige titels waar de hedendaagse onderzoeker maar moeilijk chocola van kan maken: Eene natuurkundige verhandeling, waar in onderzocht word, waarom in een Apotheek de Castoreum boven alle wel en kwalyk riekende Simplicia de overhand behoud, beschreven door een vermaard Advocaat. ‘Castoreum’ is bevergeil, dat in die tijd gebruikt werd als een middel tegen koorts. De boektitel verwijst vermoedelijk naar de staatsgreep van 1801. Maar op welke manier is niet duidelijk.

Het genre is in de zestiende eeuw ontstaan. De eerste bij elkaar verzonnen boekenlijst is meteen ook een van de leukste. Hij is te vinden in de kluchtig-satirische roman Gargantua en Pantagruel (1534) van François Rabelais. Als de reus Pantagruel gaat studeren in Parijs, bezoekt hij de beroemde bibliotheek van de abdij van Saint-Victor. Hij is erg onder de indruk van de geleerde boeken die hij daar aantreft. Daarna volgt een carnavaleske opsomming van boektitels. De modo cacandi (‘De kunst van het kakken)’ door de geleerde Tartaretus (‘Taartenbakker’). Decreet van de universiteit van Parijs over de opschik van de meiskes van plezier. Naaicursus voor fraters, auteur onbekend. Sinte Gertruide verschenen bij de bevalling van een Non van Poissy. Gatwiskunde voor het Hoger Onderwijs. De Kunst in Gezelschap Keurig een Scheet te laten. Rabelais was een humanist en een geestverwant van Erasmus. In deze boekenlijst spot hij met de scholastici: met hun in zijn ogen achterhaalde theologische en filosofische geschriften.

Libertijnse teksten

In de achttiende eeuw duiken er ook nog wat imaginaire boekenlijstjes op in libertijnse teksten. Bijvoorbeeld in Venus in het klooster, of De Nonne in haar hembde (1730), een pleidooi voor vrije seks in de vorm van een gesprek tussen twee wellustige nonnen. Zij lezen boeken als De vrugtbare Kuisheyt en Versamelinge van de Genees-middelen tegen het gevaarlyk Vleeschwinnen, gemaakt tot gerief van de Religieuse Dogters van St. Joris.

Na de achttiende eeuw wordt het genre nog steeds beoefend, maar niet meer zo vaak als politieke satire. Recente voorbeelden zijn Net niet verschenen boeken (2010) van Gummbah, dat puur absurdistisch is, en Nazi-literatuur in de Amerika’s (1996) van Robert Bolaño, waarin de Chileense schrijver zich uitleeft in het verzinnen van allerlei extreem-rechtse imaginaire boektitels.